Ember analyseerde de elektriciteitsproductie van 63 landen, die 87 procent van de mondiale vraag naar elektriciteit vertegenwoordigen. De studie vergelijkt de eerste helft van 2021 met de eerste helft van 2019, om de evolutie van de energietransitie sinds de coronapandemie in kaart te brengen. De energietransitie is de transitie van het huidige energiesysteem, dat nog grotendeels op fossiele en nucleaire energiebronnen is gebaseerd, naar energie uit hernieuwbare en decentrale energiebronnen.

De wereldwijde emissies van de energiesector zijn met twaalf procent gestegen, ten opzichte van de dip van de eerste helft van 2020. Die periode werd immers gekenmerkt door de uitbraak van de coronapandemie en de krimpende economie. De wereldwijde emissies van de eerste helft van 2021 liggen zelfs 4,75 procent hoger dan de emissies van de eerste helft van 2019. De wereldwijde vraag naar elektriciteit is dan ook met vijf procent gestegen ten opzichte van de periode voor de coronapandemie.

Hernieuwbare energie

De productie van windenergie en zonne-energie werd belangrijker en maakte voor het eerst meer dan tien procent uit van de totale globale energieproductie. Zo stak de productie van windenergie en zonne-energie de productie van kernenergie voorbij, maar dat volstond niet om aan de stijgende vraag naar elektriciteit te beantwoorden: er werd steeds meer een beroep gedaan op steenkool, wat zeer vervuilend was.

Dat was vooral het geval in Aziatische landen zoals China, waar de vraag naar elektriciteit en de emissies van de energiesector stegen met veertien procent, maar ook Bangladesh, India, Kazachstan, Mongolië, Pakistan en Vietnam.

'Een ultrasnelle energietransitie tijdens dit decennium is essentieel om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius. Die energietransitie is aan de gang, maar zonder veel urgentie: de uitstoot van broeikasgassen gaat de slechte kant op', liet Dave Jones, de directeur van Ember, optekenen.

Slechtste leerling

De Europese Unie is niet de slechtste leerling van de klas: tijdens de eerste helft van 2021 lagen de emissies van de energiesector ongeveer twaalf procent lager dan tijdens de eerste helft van 2019.

De energieproductie uit steenkool daalde met zestien procent, terwijl de productie van windenergie en zonne-energie steeg met negen procent en nu zelfs goed is voor twintig procent van de energieproductie in de Europese Unie. Maar het aandeel van groene energie stijgt niet snel genoeg om de Europese doelstellingen te halen, stelt Ember.

Wat België betreft, kwam de studie tot de bevinding dat de emissies van de energiesector en de vraag naar elektriciteit tijdens de eerste helft van 2021 (met stijging van respectievelijk 0,31 procent en 0,06 procent) stabiel gebleven zijn, ten opzichte van de eerste helft van 2019.

Ember analyseerde de elektriciteitsproductie van 63 landen, die 87 procent van de mondiale vraag naar elektriciteit vertegenwoordigen. De studie vergelijkt de eerste helft van 2021 met de eerste helft van 2019, om de evolutie van de energietransitie sinds de coronapandemie in kaart te brengen. De energietransitie is de transitie van het huidige energiesysteem, dat nog grotendeels op fossiele en nucleaire energiebronnen is gebaseerd, naar energie uit hernieuwbare en decentrale energiebronnen. De wereldwijde emissies van de energiesector zijn met twaalf procent gestegen, ten opzichte van de dip van de eerste helft van 2020. Die periode werd immers gekenmerkt door de uitbraak van de coronapandemie en de krimpende economie. De wereldwijde emissies van de eerste helft van 2021 liggen zelfs 4,75 procent hoger dan de emissies van de eerste helft van 2019. De wereldwijde vraag naar elektriciteit is dan ook met vijf procent gestegen ten opzichte van de periode voor de coronapandemie. De productie van windenergie en zonne-energie werd belangrijker en maakte voor het eerst meer dan tien procent uit van de totale globale energieproductie. Zo stak de productie van windenergie en zonne-energie de productie van kernenergie voorbij, maar dat volstond niet om aan de stijgende vraag naar elektriciteit te beantwoorden: er werd steeds meer een beroep gedaan op steenkool, wat zeer vervuilend was. Dat was vooral het geval in Aziatische landen zoals China, waar de vraag naar elektriciteit en de emissies van de energiesector stegen met veertien procent, maar ook Bangladesh, India, Kazachstan, Mongolië, Pakistan en Vietnam. 'Een ultrasnelle energietransitie tijdens dit decennium is essentieel om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius. Die energietransitie is aan de gang, maar zonder veel urgentie: de uitstoot van broeikasgassen gaat de slechte kant op', liet Dave Jones, de directeur van Ember, optekenen. De Europese Unie is niet de slechtste leerling van de klas: tijdens de eerste helft van 2021 lagen de emissies van de energiesector ongeveer twaalf procent lager dan tijdens de eerste helft van 2019. De energieproductie uit steenkool daalde met zestien procent, terwijl de productie van windenergie en zonne-energie steeg met negen procent en nu zelfs goed is voor twintig procent van de energieproductie in de Europese Unie. Maar het aandeel van groene energie stijgt niet snel genoeg om de Europese doelstellingen te halen, stelt Ember. Wat België betreft, kwam de studie tot de bevinding dat de emissies van de energiesector en de vraag naar elektriciteit tijdens de eerste helft van 2021 (met stijging van respectievelijk 0,31 procent en 0,06 procent) stabiel gebleven zijn, ten opzichte van de eerste helft van 2019.