U maakte dit stuk vorig jaar al. Maar één scène - heuvels badend in blauw licht, mensen die op die heuvels liggen - lijkt sterk op de watersnoodbeelden uit West-Europa waar mensen op hun dak op hulp wachtten... Gelooft u, zoals de kunsthistoricus Jürgen Wertheimer onlangs stelde in Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung, dat literatuur en kunst de werkelijkheid kunnen voorspellen, net als de Griekse zienster Cassandra?
...

U maakte dit stuk vorig jaar al. Maar één scène - heuvels badend in blauw licht, mensen die op die heuvels liggen - lijkt sterk op de watersnoodbeelden uit West-Europa waar mensen op hun dak op hulp wachtten... Gelooft u, zoals de kunsthistoricus Jürgen Wertheimer onlangs stelde in Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung, dat literatuur en kunst de werkelijkheid kunnen voorspellen, net als de Griekse zienster Cassandra? Meg Stuart: We delen niet alleen informatie met elkaar via taal. Je pikt signalen op door wat je ziet, voelt, ruikt. Een kunstenaar vertaalt dat in zijn werk. Dat overkwam me vaker. In 2001, het jaar waarin de terreuraanslagen in Amerika plaatsvonden, maakte ik Alibi, over de link tussen geweld en de media. In 2011, het jaar van de Arabische Lente, toonde ik Violet, over hoe lichaamstaal een verandering, revolutie kan verbeelden. Tijdens de repetities deelden we onze angsten en dromen met elkaar. Uiteraard heb je het dan over de toestand waarin de wereld verkeert. Natuurlijk kleurt de ontwrichtende pandemie je toekomstbeeld. Onze planeet én de samenleving hunkeren naar een reset. We verleiden het publiek door de beweging te tonen die bij zo'n reset hoort: ondanks alle onzekerheid springen, durven te vallen zonder te weten waar en hoe je zult neerkomen en dan moedig opstaan. Het decor van Philippe Quesne fascineert. Wat hebt u hem gevraagd? Stuart: Philippes decors zijn wonderlijke landschappen die onheilspellend én grappig zijn. Ik vroeg hem simpelweg om een landschap, hij gaf me enorme zitzakachtige 'heuvels'. Daarover drapeerde hij doeken waarop je, als je goed kijkt, de kosmos ziet. Door te spelen met licht lijkt het decor soms een wonderlijk landschap, soms een vuilnisbelt. Het is een alternatieve wereld, een speeltuin gebouwd op en met de restanten van een oude wereld. De zeven personages doen wat de mensheid moet doen: een nieuwe balans vinden, zich anders leren verhouden tot de aarde én zich verzetten tegen de idee dat er alleen maar een lineaire tijd is. Dat klinkt abstract. Hoe danst u 'de tijd'? Stuart: De kwantummechanica leert ons dat er verschillende, parallelle tijdlijnen bestaan. Ook in onszelf. Dat zie je zelfs bij een van de dansers: Davis Freeman. Hij is ouder maar danst als een puber. Voorts vertalen we die andere relatie tot de tijd in een vorm van polyfonie: geen van de dansers beweegt op eenzelfde ritme, ondanks de opwindende, dwingende live drummuziek van Brendan Dougherty. De dansers belichamen een samenleving die zichzelf heruitvindt, al spelend, vallend en dromend. 'Wat voor droom moet je opgeven om te kunnen blijven dromen?' vroeg u aan uw dansers. Welke droom gaf ú op voor dit leven? Stuart: Ik leef mijn droom! Veel in mijn eentje rondtrekken, dagdromen en dans maken. Damaged Goods is gevestigd in Brussel, maar ik woon in Berlijn en we reizen de wereld rond. Vroeger werkte ik voor dansers, nu denk ik vooral samen met hen. De energie die daarbij vrijkomt, voel je als publiek. Door al dat reizen zal ik nooit een hond kunnen hebben. Dat is misschien de droom die ik verloor. (lacht)Waar droomt u nog van? Stuart: Van mijn volgende stuk: een locatieproject in Zürich. Net nu de wereld letterlijk en figuurlijk verdrinkt, maak ik een dansvoorstelling in het water. Die beslissing was al genomen voor de watersnood. Ineens voel ik me Cassandra.