China's nationale ontwikkelingsbanken zijn de grootste schuldeisers ter wereld. Ze hebben alleen al aan ontwikkelingslanden meer dan 400 miljard dollar geleend. Sommigen zien die leningen als onmisbare hulp bij de aanleg van infrastructuur, anderen als een moderne vorm van horigheid die grote delen van Azië, Latijns-Amerika en Afrika onder de controle van Peking brengt.
...

China's nationale ontwikkelingsbanken zijn de grootste schuldeisers ter wereld. Ze hebben alleen al aan ontwikkelingslanden meer dan 400 miljard dollar geleend. Sommigen zien die leningen als onmisbare hulp bij de aanleg van infrastructuur, anderen als een moderne vorm van horigheid die grote delen van Azië, Latijns-Amerika en Afrika onder de controle van Peking brengt. Tot nog toe was weinig bekend over de voorwaarden van de Chinese kredietcontracten. Details werden hooguit openbaar als er schandalen ontstonden. Een team van Amerikaanse en Europese onderzoekers en denktanks is er nu voor het eerst in geslaagd de volledige tekst van een honderdtal contracten te achterhalen. Het resultaat van hun onderzoek geeft veel critici gelijk: China verleent buitenlandse kredieten doorgaans tegen aanzienlijk slechtere voorwaarden dan andere grote kredietverleners. Het beïnvloedt 'het binnenlands en buitenlands beleid' van de ontvangende staten, aldus de studie, en bemoeilijkt 'internationale kredietafspraken'. De Chinese contracten bevatten vaak strikte geheimhoudingsclausules, wat ongebruikelijk is.Bovendien is in de contracten vaak bepaald dat de Chinese staatsbanken bij voorrang toegang hebben tot de activa van hun schuldenaren als die hun leningen niet volgens plan terugbetalen. Soms moeten bankrekeningen in het buitenland worden aangehouden, waar Peking naar behoefte uit kan putten. Soms moeten regeringen beloven geen schuldherschikkingsovereenkomsten te sluiten met andere kredietverstrekkers, zoals de Club van Parijs. De clausules staan haaks op afspraken die de Chinese leiders onlangs met de G20-landen hebben gemaakt over de manier waarop moet worden omgegaan met kredieten aan ontwikkelingslanden. Maar vooral verzekeren de overeenkomsten China van verregaande politieke invloed. Peking mag bijvoorbeeld leningen annuleren of terugvorderen als de debiteuren 'de belangen van een instelling van de Volksrepubliek' schenden. Soms wordt zelfs het verbreken van diplomatieke betrekkingen beschouwd als een reden om onmiddellijke terugbetaling van de leningen te eisen. China is een 'onbesuisde en commercieel gewiekste crediteur', aldus de studie, die in zijn contracten op verschillende manieren druk weet uit te oefenen op de ontvangende landen. Dat leidt vaak tot zware conflicten. Toen de voormalige Argentijnse president Mauricio Macri een door Peking gefinancierd stuwdamproject wilde tegenhouden, dreigde de Volksrepubliek er gewoonweg mee de leningen voor een geplande spoorlijn te annuleren. En in de Democratische Republiek Congo verbieden overheidscontracten elke regelgeving die Chinese investeerders zou kunnen benadelen. Dergelijke 'stabilisatieclausules', aldus de studie, verzwakten het 'zelfbeschikkingsrecht van de debiteurstaten' en de 'bescherming van het milieu, de arbeid en de gezondheid'. De Duitse schuldspecialist Christoph Trebesch, coauteur van de studie, wijst er wel op dat China vaak geld verstrekt aan landen waarin bijna niemand anders wil investeren. Het is daarom begrijpelijk, zegt hij, 'dat de Chinese staatsbanken hun hogere risico beter willen afdekken'. Maar ook hij acht het van essentieel belang dat China transparanter wordt over de contracten.