De belangrijkste rol van internationale organisaties is dat ze landen in staat stellen op een vreedzame wijze hun belangen door te drukken. Ze maken de internationale politiek niet noodzakelijk democratischer en eerlijker. Soms laten ze kleine landen toe om wat boven hun gewicht te boksen en zetten ze de grote landen ertoe aan om wat water bij de wijn te doen. Maar uiteindelijk hebben de grote jongens het voor het zeggen. Lange tijd behartigden de internationale organisaties vooral westerse belangen. Nu verschuift het zwaartepunt verder naar regionale organisaties waarin andere grootmachten hun invloed doen gelden.
...

De belangrijkste rol van internationale organisaties is dat ze landen in staat stellen op een vreedzame wijze hun belangen door te drukken. Ze maken de internationale politiek niet noodzakelijk democratischer en eerlijker. Soms laten ze kleine landen toe om wat boven hun gewicht te boksen en zetten ze de grote landen ertoe aan om wat water bij de wijn te doen. Maar uiteindelijk hebben de grote jongens het voor het zeggen. Lange tijd behartigden de internationale organisaties vooral westerse belangen. Nu verschuift het zwaartepunt verder naar regionale organisaties waarin andere grootmachten hun invloed doen gelden. Deze week bijvoorbeeld komen de staatshoofden van twee organisaties samen, waarin vooral China zich doet gelden. Tezelfdertijd proberen de Amerikanen een organisatie die gericht is tegen China nieuw leven in te blazen. De interessantste vergadering wordt wellicht die van de Shanghai Cooperation Organization, de SCO. Die bestaat al twintig jaar maar is bij ons amper bekend. Ze telt belangrijke leden zoals Rusland en China. De SCO heeft als doel de stabiliteit in Centraal-Azië - de landen rondom Afghanistan, zeg maar - te handhaven. De SCO is een treffend voorbeeld van het nieuwe subtiele machtsspel. De organisatie werd opgericht op aansturen van China. Dat land huisvest ook het secretariaat en neemt de meeste initiatieven. De SCO moet de Chinese invloed in Centraal-Azië vergroten én het wantrouwen tegenover China beperken. Veel buurlanden, zoals Kazachstan, Kirgizië en Tadzjikistan, kijken met de nodige achterdocht naar de groeiende reus in het oosten. Door samenwerking wil China de deur van die landen openhouden voor handel en zichzelf beschermen tegen islamterrorisme. Via de SCO wil Peking ook vermijden dat Rusland het op zijn heupen krijgt van de groeiende Chinese macht. Centraal-Azië maakte deel uit van de Sovjet-Unie en wordt door Moskou nog steeds tot zijn invloedssfeer gerekend. Door Rusland binnen de organisatie te erkennen als een gelijke partner, hoopt Peking de spanning te milderen. Met andere woorden: door op het diplomatieke niveau te praten en soms een kleine toegift te doen, wil China de ruimte en de kansen gaaf houden om zijn macht uit te breiden. Samenwerking is een middel, macht blijft het doel. Dat is de reden waarom de Chinezen ook andere grote landen hebben toegelaten tot de SCO, zoals India en Iran. Die voelen zich dan erkend en helpen binnen de organisatie de Russische invloed in te dammen. Wat telt, is overigens niet zozeer de SCO, maar wat China naast de SCO op eigen houtje met de kleine Centraal-Aziatische buurlanden doet. Terwijl de SCO-landen al twintig jaar praten, heeft China stilletjes zijn economische invloed vergroot. Het heeft ook een deel van de 'last' om het terrorisme te bestrijden naar de andere leden doorgeschoven. In tegenstelling tot de Verenigde Staten, die soms onbesuisd hun bondgenoten bij interventies betrekken, laat China de bondgenoten zelf de hete kolen uit het vuur halen. Het betaalt bijvoorbeeld het arme Tadzjikistan om zijn grens met Afghanistan te bewaken en helpt er lokale veiligheidsdiensten om terroristen aan te pakken. En eigenlijk vindt Peking het in dat opzicht ook niet erg dat Rusland militaire basissen openhoudt in een aantal van die landen. De Russen mogen gerust de terreur helpen bestrijden. Zolang China maar toegang blijft krijgen tot de olie en de afzetmarkten. En zo nu en dan toont China subtiel wie er de baas wordt, door zelf even met de kleintjes te gaan praten, zonder de Russen. Twee van de SCO-leden, Rusland en India, maken deel uit van de BRICS-landen. Ook dat is een organisatie die als doel heeft het wantrouwen ten aanzien van de Chinese groei te beperken, het leiderschap van het Westen te ondermijnen én, vooral, de zakelijke belangen veilig te stellen. Diplomatieke relatietherapie. Eigenlijk zijn de BRICS-landen, waaronder ook Brazilië en Zuid-Afrika, de grondstoffenleveranciers van de Chinese industrie. De agenda en de invloed van de BRICS stellen niet veel voor, maar China is er intussen wel mooi in geslaagd om als grote winnaar van de club tevoorschijn te komen. Dan zijn de Amerikanen minder succesvol. Hun Quadrilateral Security Dialogue of Quad, die op 23 september ook Japan, Australië en India zal samenbrengen, ligt op apegapen. Ondanks recente dodelijke schermutselingen in het grensconflict met China willen de Indiërs niet van een blok tégen China weten. Idem voor Japan. De oude, door Amerika geleide wereldorde brokkelt af en vooralsnog timmert China het snelst aan de weg om iets nieuws op te bouwen.