'Het loutere bestaan van Taiwan als een confucianistische maatschappij met een bloeiende liberale democratie is een internationale schande voor de Chinese Communistische Partij (CCP)', zo schreef de Indiase onderzoeker Sonam Palden, een belangrijk China-expert, onlangs in de Taipei Times. 'Peking argumenteert dat de Chinese cultuur en waarden onverenigbaar zijn met een democratisch model. Daarom toont het zich ongeduldig over een hereniging met het eiland.'
...

'Het loutere bestaan van Taiwan als een confucianistische maatschappij met een bloeiende liberale democratie is een internationale schande voor de Chinese Communistische Partij (CCP)', zo schreef de Indiase onderzoeker Sonam Palden, een belangrijk China-expert, onlangs in de Taipei Times. 'Peking argumenteert dat de Chinese cultuur en waarden onverenigbaar zijn met een democratisch model. Daarom toont het zich ongeduldig over een hereniging met het eiland.' Palden verwijst naar de gespierde taal die de Chinese president Xi Jinping sprak tijdens zijn nieuwjaarstoespraak. Hij had het over de 'onvermijdelijke hereniging' als 'voorwaarde voor de grote verjonging van het Chinese volk'. En hij sloot geweld daarbij niet uit. De Taiwanese president Tsai Ing-wen wees Xi's plannen de volgende dag beslist van de hand. Ze riep de internationale gemeenschap op om de kleine eilandnatie bij te staan. Nog die week stelde de Amerikaanse militaire inlichtingendienst DIA in een nieuw rapport dat de kwestie-Taiwan de belangrijkste drijfveer is voor de modernisering van het Chinese leger. Dat is met 3 miljoen actieve soldaten het grootste ter wereld. Tussen 2002 en 2018 verdrievoudigden China's militaire uitgaven; vorig jaar lagen ze boven de 200 miljard dollar. 'Peking heeft in de voorbije jaren gigantische vooruitgang geboekt, deels dankzij wetten die buitenlandse partners tot technologie-overdracht verplichten in ruil voor toegang tot de Chinese markt', stelde het rapport. 'Zo verwierf het land een leiderspositie in de scheepsbouw, de bouw van middellange- en langeafstandsraketten en supersonische wapens.' De voorbije veertig jaar heeft Peking gehamerd op vreedzame hereniging. Gooit president Xi het nu over een andere boeg? Richard Bush van de Amerikaanse denktank Brookings Institution gelooft van niet. 'Mijns inziens gaat het vooral om intimidatie en is het risico op een militair conflict niet gegroeid. Maar Chinese leiders vullen "vreedzaam" anders in dan wij: wél ongewapend, maar niet noodzakelijk met Taiwanese instemming.' En dan kan het gaan om economisch wurgen of politiek infiltreren, praktijken die volgens Taiwanese media al aan de gang zijn. Natuurlijk is de krachtmeting tussen China en Taiwan ongelijk: een autoritaire grootmacht met 1,4 miljard inwoners staat tegenover een de facto onafhankelijk maar diplomatiek onzichtbaar eiland met 23 miljoen inwoners. In 2020 mag Taiwan alleen als 'Chinees Taipei' aan de Olympische Spelen in Tokio deelnemen. Het land is in geen enkele multilaterale instelling vertegenwoordigd en wordt door amper 16 van de 193 lidstaten van de Verenigde Naties diplomatiek erkend - door Vaticaanstad, bijvoorbeeld, en onooglijke oorden als Swaziland, Kiribati, Palau en Saint Lucia. Niet alleen regeringen maar ook bedrijven moeten een kant kiezen. Vorige lente werden 44 buitenlandse luchtvaartmaatschappijen verplicht om Taiwan op hun website bij de 'Chinese bestemmingen' onder te brengen. De Japanse winkelketen Muji en kledinggigant Zara moesten zich voor 'Taiwanfouten' excuseren, en de hotelketen Marriott zag zijn Chineestalige website een week lang afgesloten omdat Taiwan, Hongkong en Macao niet als 'Chinese territoria' werden aangegeven. In januari publiceerde het Engelstalige Chinese partijmondstuk Global Times een onderzoek waaruit bleek dat '83 buitenlandse bedrijven uit de Fortune 500 (een ranglijst van Amerikaanse bedrijven op basis van hun jaaromzet, nvdr) Taiwan, Hongkong en Macao nog altijd niet als integraal deel van China opgeven'. 'We verwelkomen investeerders,' aldus het blad, 'maar ze moeten de wetten naleven en China's territoriale integriteit en de gevoelens van het Chinese volk respecteren.' 'Censuur is geen heimelijke aangelegenheid meer', zo meent David Bandurski van het China Media Project aan de Universiteit van Hongkong. 'Ze wordt voorgesteld als een sociale en politieke noodzaak. En als de wettelijke verplichting van elk bedrijf dat winst wil maken in de lucratieve digitale ruimte.' De Republiek China, zoals Taiwan officieel heet, is een historische erfenis. Toen de Chinese nationalistenleider Chiang Kai-shek de opmars van Mao Zedongs communisten na de Tweede Wereldoorlog niet kon stoppen, week hij met 2 miljoen soldaten en volgelingen 'tijdelijk' uit naar Taiwan. De plaatselijke elite van in de zeventiende en achttiende eeuw uit China gevluchte Taiwanezen werd uitgemoord en vervangen door een Kuomintang-parlement, waarin elke provincie van de door Mao bestuurde Volksrepubliek vertegenwoordigd was - het was tenslotte een kwestie van tijd vooraleer Chiangs leger met steun van de Verenigde Staten het moederland zou heroveren. Vanaf de jaren zeventig keerden de kansen. China's permanente zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties ging van Taipei naar Peking, aan het einde van het decennium wisselden de Amerikanen diplomatiek van kamp, en al gauw volgde de rest van de wereld. Na vier decennia van 'Witte Terreur' (1947-1987), waarin al wie zich openlijk tegen het totalitaire regime verzette achter de tralies belandde, kwam begin jaren 1990 een democratiseringsproces op gang. De krijgswet werd afgeschaft, de heroveringsdroom werd opgeborgen, de wonden werden gelikt. Het maatschappelijke debat over de identiteit en de toekomst van het eiland legde een kloof bloot tussen bereidheid tot hereniging en dromen van onafhankelijkheid. De voorbije jaren is de polarisatie verminderd. Zag een kwart van de bevolking zichzelf begin jaren 1990 als bovenal Taiwanees, tegen 2015 was dat drie keer zo veel. De politieke strijd in Taiwan gaat tussen Blauw en Groen, zoals de Kuomintang-inwijkelingen en de oorspronkelijke Taiwanezen, die zich verenigden in de Democratisch Progressieve Partij (DPP), zichzelf respectievelijk noemen. Hun electorale succes wisselt: van Blauw bij de eerste presidentsverkiezingen in 1996 over twee keer Groen naar twee keer Blauw, waarna in 2016 Groen opnieuw won. Met het oog op de hereniging lanceerde de Chinese partijleider Deng Xiaoping begin jaren 1980 het principe 'één land, twee systemen'. De Kuomintang was dat concept niet ongenegen: het garandeerde de voortzetting van haar autoritaire bewind. 'De democratisering heeft alles veranderd', zo meent Richard Bush. 'Ze gaf de Taiwanese burgers een zitje aan de onderhandelingstafel. Telkens als Peking en Taipei hun meningsverschillen proberen op te lossen, moet er met hen rekening worden gehouden.' En uit opiniepeilingen blijkt dat de overgrote meerderheid van de Taiwanezen de huidige status quo wil behouden - uit vrees voor Chinese represailles - en dat nog maar 1 burger op 10 te vinden is voor een hereniging. Die onwil valt deels te verklaren door de eigen slechte ervaringen met dictatoriaal bestuur, maar veel belangrijker is wat 'één land, twee systemen' voor Hongkong heeft betekend sinds de regio in 1997 door het Verenigd Koninkrijk werd overgedragen aan China. Hoewel politieke en burgerlijke vrijheden waren beloofd en er tot 2013 enig optimisme bestond over het houden van vrije verkiezingen, ging het sindsdien goed fout. Het nieuws uit de voormalige Britse kroonkolonie gaat nu over gekidnapte boekhandelaars, celstraffen voor het besmeuren van de Chinese vlag, politieke druk op onderzoekers en het gedwongen vertrek van de Britse voorzitter van de Foreign Correspondents' Club, omdat die een voorstander van Hongkongse onafhankelijkheid als spreker had uitgenodigd. De kwestie-Taiwan staat overigens niet op zich. Ze past volgens het National Endowment for Democracy, een Amerikaanse denktank, in China's tactiek van sharp power, die neerkomt op autoritaire pogingen om het politieke landschap en de informatiestromen in andere landen te doorboren en te penetreren. Peking lanceerde een wereldwijde campagne om 'het Chinese verhaal goed te vertellen', zoals president Xi het noemt. Lees: om de CCP-standpunten door te drukken aangaande Taiwan, Tibet, de Oeigoeren in de regio Xinjiang, de religieuze minderheden in China, de Chinese investeringen in Afrika, het machtsmonopolie van de Partij en de mensenrechten. Daarvoor wordt gebruikgemaakt van Confucius-instituten, die de taal en cultuur van de Volksrepubliek wereldwijd verspreiden. Maar ook van vriendschapsverenigingen, beurzen voor journalistiekopleidingen in China en mediakanalen. Over de hele wereld worden kranten opgekocht en er worden miljarden geïnvesteerd in de internationale arm van de staatstelevisie, China Global Television Network (CGTN). Die runt onderhand zeventig bureaus in de hele wereld en is doorgaans goedkoper te bekijken dan BBC of Al Jazeera. CGTN zendt nu uit vanuit Peking, Nairobi en Washington, later dit jaar opent het Europese hoofdkwartier in Londen. Pekings 'messcherpe macht' is zorgwekkend. Kijk naar wat met Australische en Nieuw- Zeelandse onderzoekers gebeurde toen ze de tactieken van het land blootlegden. Professor Clive Hamilton moest een beroep doen op het Australische parlement om zijn boek Silent Invasion: China's influence in Australia vorig jaar gepubliceerd te krijgen. En Anne-Marie Brady kreeg doodsbedreigingen wegens haar studie ' Magic Weapons', over de manieren waarop China politieke invloed uitoefent onder president Xi .'China bekampt de westerse democratische instellingen en vrijheden veel krachtdadiger, op veel meer terreinen en met veel meer financiële middelen dan Rusland', zo waarschuwt het Amerikaanse Hoover Institute in een nieuwe studie. 'Deze ontwikkelingen verdienen véél meer aandacht dan ze nu krijgen.'