Er zijn slechtere plekken voor politieke activisten om hun tenten op te slaan dan de Plaça de Catalunya. Het centraal gelegen plein van Barcelona is naar dagelijkse gewoonte volgestroomd met toeristen. De meeste passanten hebben vooral oog voor de imposante fontein, maar ook de stand van de independentistes met hun geel-rode vlaggen trekt de aandacht. Een Japans koppeltje maakt selfies bij de portretten van verbannen en opgesloten Catalaanse leiders. Op de tafel liggen geel-rode pins en andere prullaria, zoals sleutelhangers in de vorm van de onafhankelijke republiek Catalonië. Zowel toeristen als Catalanen zetten gretig hun handtekening op de petitie ter vrijlating van de presos politics, de politieke gevangenen.
...

Er zijn slechtere plekken voor politieke activisten om hun tenten op te slaan dan de Plaça de Catalunya. Het centraal gelegen plein van Barcelona is naar dagelijkse gewoonte volgestroomd met toeristen. De meeste passanten hebben vooral oog voor de imposante fontein, maar ook de stand van de independentistes met hun geel-rode vlaggen trekt de aandacht. Een Japans koppeltje maakt selfies bij de portretten van verbannen en opgesloten Catalaanse leiders. Op de tafel liggen geel-rode pins en andere prullaria, zoals sleutelhangers in de vorm van de onafhankelijke republiek Catalonië. Zowel toeristen als Catalanen zetten gretig hun handtekening op de petitie ter vrijlating van de presos politics, de politieke gevangenen. In de schaduw van een grote luifel zijn vrouwen met breipriemen en rood-gele wol in de weer. 'Een symbolische actie', zegt Philippe Carton grijnzend. 'Ze breien aan de onafhankelijke republiek.' Carton legt in Catalaans, Spaans, Frans of Engels uit waarom dit bivak al meer dan een half jaar standhoudt. 'We zijn hier neergestreken na het afzetten van Carles Puigdemont', zegt hij. 'Hij is en blijft onze wettelijk verkozen president. We blijven hier staan totdat hij in zijn functie wordt hersteld en alle politieke gevangenen worden vrijgelaten.' Carton, een prille zestiger, blijkt een geboren Brusselaar te zijn. Als kind verhuisde hij met zijn ouders naar Barcelona, hij liep er school en werkte zijn hele carrière als bedrijfseconoom. 'Ik ben altijd al een nationalist geweest', zegt hij. 'Al van toen ik op het Lycée français zat, samen met de vorige Catalaanse president, Artur Mas. Nationalisme heeft hier niks met etniciteit te maken, er zijn heel wat nieuwkomers zoals ikzelf die zich met de Catalaanse zaak identificeren. Ook ideologisch gaat het erg breed. Historische leiders zoals Jordi Pujol en Artur Mas zijn eerder conservatief-liberaal, maar ik noem mezelf een radicaal-linkse republikein.' De stap naar het separatisme heeft hij pas gezet op 1 oktober 2017, toen het referendum over Catalaanse onafhankelijkheid door de Spaanse overheid werd verboden en gesaboteerd. 'Die dag ben ik independentist geworden', zegt Carton. 'Ik heb de hele dag piket gestaan om mijn stembureau tegen het politiegeweld te beschermen.' De Catalaanse crisis is inmiddels een politieke soap geworden. Het Catalaanse Parlament heeft op 17 mei de 55-jarige advocaat, uitgever en radicale nationalist Quim Torra benoemd als nieuwe president van de - tot nader order - Spaanse deelstaat Catalonië. Eerdere pogingen om Carles Puigdemont vanuit zijn Berlijnse ballingoord opnieuw als president te installeren, werden door Madrid met grondwettelijke en strafrechtelijke banbliksems verijdeld. Tegen Quim Torra kon Madrid geen bezwaar maken: de gewezen voorzitter van de Catalaanse cultuurbeweging Òmnium is een nieuwkomer in de politiek. Ook Torra, die tijdens zijn aanvaardingsspeech zijn vaste voornemen uitsprak om van Catalonië een onafhankelijke republiek te maken, erkent Puigdemont als de morele president. Uit piëteit weigert hij het kantoor van zijn afgezette voorganger te gebruiken. Belangrijker nog: hij vloog onmiddellijk naar Berlijn voor topoverleg met Puigdemont, die geen enkele moeite doet om te verbergen wie er in Catalonië aan de touwtjes zal trekken. Puigdemont zit nog altijd vast in Duitsland, in afwachting dat een plaatselijke rechter zich over het Spaanse uitleveringsverzoek tegen hem uitspreekt. Die onzekerheid belet hem niet om de leiding te claimen van de Consell de la República, een nog op te richten schaduwregering in ballingschap. De liberale partij Cíudadanos, de grote overwinnaar van de Catalaanse verkiezingen van 21 december, maakt zich op voor een keiharde oppositiekuur tegen Torra. Ze is fel gekant tegen het opheffen van het beruchte artikel 155, een noodwet die na de referendumcrisis door Madrid werd geactiveerd om Catalonië onder bestuurlijke en budgettaire voogdij te plaatsen. Met het aantreden van de regering-Torra houdt de uitzonderingstoestand in principe op. Nationale ambities zijn niet vreemd aan de onverzoenbare opstelling van Cíudadanos. De partij van Albert Rivera, gesticht en groot geworden in Catalonië, scoort intussen in heel Spanje en is volgens recente peilingen zelfs de grootste van het land. Dat bleek ook bij de jongste regimewissel in Madrid. Cíudadanos, dat alle steun aan de nieuwe minderheidsregering van PSOE-leider Pedro Sanchez weigert, wil zo snel mogelijk verkiezingen uitlokken. De electorale hoogconjunctuur is goeddeels te danken aan de Catalaanse crisis, die buiten de regio tot een opstoot van Spaans nationalisme heeft geleid. Jordi Cantavela, een overtuigd republikein die in december voor de Catalaans-nationalistische CUP (Candidatura d'Unitat Popular) stemde, is al evenmin fan van Quim Torra. 'Konden ze echt geen jong en fris gezicht vinden?', moppert hij. 'Bij voorkeur een vrouw die het in de media of het parlement tegen Ines Arrimadas van Cíudadanos kan opnemen. Heb je die al eens bezig gezien? Ik heb een hekel aan haar partij en haar standpunten, ze haat alles wat Catalaans is. Maar ik moet toegeven dat ze er goed uitziet. En wat erger is, ze is slim en welbespraakt.' Cantavela, auteur van onder meer een succesroman over de Spaanse burgeroorlog, woont met zijn Franse vrouw en twee zonen in Sants, hartje Barcelona. Een republikeins bastion, had hij aan de telefoon gezegd. En inderdaad, er hangen iets meer vlaggen dan gemiddeld, en gele stroppen, symbool voor de gearresteerde Catalaanse politici en ballingen. Op zijn smartphone toont Cantavela me even later beelden van een verwoest cultuurcentrum in de Barcelonese buitenwijk Sarrià. Onbekenden staken het centrum in brand en spoten hakenkruisen op de muren, naast slogans tegen de CDR, een militante, republikeinse burgerbeweging die daar een onderkomen had gevonden. 'Geen alleenstaand geval', weet Cantavela. 'Het maakt deel uit van de Spaanse strategie, net zoals het systematisch vervolgen en opsluiten van Catalaanse nationalisten. Ze proberen ons te provoceren, om het imago van de geweldloze onafhankelijkheidsbeweging onderuit te halen. Ik heb er geen goed oog in. Als we op deze weg verder gaan, eindigt het in bloedvergieten. Ook aan onze kant zitten immers heethoofden.' Cantavela, even vloeiend in het Spaans als in het Catalaans, mag dan volbloed republikein zijn, hij kan de situatie van een afstand bekijken. Polarisering is geen regionale, Catalaanse specialiteit, aldus de schrijver die de term futbolisación laat vallen. 'Net zoals in het voetbal volstaat het in de Spaanse politiek niet de tegenstander te overwinnen, het is de bedoeling hem te vernederen en in de grond te boren. Symbolisch en ander geweld worden daarbij niet geschuwd.' Volgens Cantavela zet de futbolisación zich nu ook in de Catalaanse samenleving door. Verhalen over families, vrienden en collega's die door slaande ruzies over de crisis worden uiteengerukt, kan hij alleen maar bevestigen. 'De kloof loopt zelfs door mijn eigen familie', zegt hij. 'Een van mijn tantes is tientallen jaren geleden naar Alicante verhuisd. Ze volgt het nieuws uitsluitend via Spaanse media die virulent anti-Catalaans zijn. Carles Puigdemont, dat is in haar ogen een misdadiger die in de gevangenis hoort. Het zal je niet verbazen dat we bij familiefeestjes niet praten over politiek.' Of ik een kijkje wil nemen in het halfrond? Héctor Amello opent de dubbele, gecapitonneerde deur waarachter zich een fraai decor van pluche openbaart. Tot twee keer toe heeft Amello in het Catalaanse parlement nee gestemd tegen de kandidatuur van Quim Torra. Als gemeenteraadslid voor Ciudadanos in Figueras raakte hij op 21 december voor het eerst verkozen. 'Figueras ligt in de Catalaanse provincie Gerona, bekend als een nationalistisch bastion', vertelt Amello. 'Toch is onze partij van twee naar vier zetels gesprongen, een onverhoopt succes.' De jonge dertiger sloot zich in 2009 bij Cíudadanos aan, een partij die nauwelijks vier jaar eerder werd opgericht met als hoofddoel een dam op te werpen tegen het Catalaanse nationalisme. 'Vrienden maakten grapjes. Plaagstoten, maar wel al met een angel. De sfeer is beginnen te verslechteren toen de nationalisten in 2014 hun Procés lanceerden, het stappenplan naar de onafhankelijkheid. Discussies werden bitterder, jeugdvrienden staken de straat over als ze je tegenkwamen of weigerden een hand'. Volgens Amelló is die polarisering inherent aan nationalisme, een woord dat bij zijn partij haast altijd door het adjectief identitair vergezeld gaat. 'Al wie niet voor onafhankelijkheid is, wordt als een vijand van het Catalaanse volk gezien. Ik kreeg zelfs het verwijt dat ik tegen Catalonië ben. Absurd, ik ben hier geboren en getogen, hoe kan ik dan tegen mezelf zijn?' Van de brandstichting in het cultuurcentrum van Serria heeft hij nooit gehoord. Intimideren van independentistas? 'Ik beweer niet dat het niet gebeurt', zegt hij. 'Maar het gaat om geïsoleerde gevallen. Daar zit het verschil met de andere kant. Het intimideren van onze mandatarissen wordt door de nationalistische partijen aangemoedigd. Zelf mag ik niet klagen, als ik de bagger en bedreigingen op de sociale media buiten beschouwing laat. Gerona is een provincie met twee gezichten. In de hoofdstad en aan de kust wonen veel nieuwkomers, vooral arbeidsmigranten uit Spanje, maar ook expats en toeristen die hier blijven plakken zijn. Op het platteland en in de bergen staan de Catalaanse nationalisten veel sterker. Onze mandatarissen hebben het daar erg zwaar. Ze worden op straat uitgescholden, hun gevels worden beklad en hun autobanden lek gestoken. Van de plaatselijke autoriteiten hoeven ze geen hulp te verwachten. In die dorpen hangen de republikeinse vlaggen gewoon aan gemeentehuizen en schoolgebouwen, naast slogans over politieke gevangenen. Dat kan eigenlijk niet. Openbare gebouwen moeten neutraal zijn, ze horen geen propaganda uit te dragen die de helft van de Catalanen als een provocatie ervaart.' Vanuit het centrum van Barcelona is het een lange metrorit naar Santa Coloma de Gramenet. Ooit een zelfstandige gemeente, intussen opgeslokt door de grootstad. Ik word er opgewacht door Pedro Hidalgo, een kalende man van 49 met een energieke handdruk. Hij werkt na zijn uren als karate-instructeur en schrijft boeken over martial arts die ook in België aftrek vinden. Politiekorpsen, zowel de Catalaanse Mossos als de Spaanse Guardia Civil, huren hem in voor oefensessies. Maar karate is slechts een hobby. Hidalgo leidt een bedrijf dat computers, netwerken en bewakingscamera's installeert. Gemeentebesturen zijn voorname klanten, wat meteen verklaart waarom hij goede contacten onderhoudt met alle politieke partijen. Het belet hem niet zijn sympathie voor Ines Arrimadas en haar Cíudadanos te bekennen. 'Ze hebben interessante ideeën', vindt hij. 'Meer aandacht voor Spaans in het onderwijs, dat wordt hoog tijd. Ik ben zelf een trotse Catalaan, ik speek de taal met mijn zonen die niet voor niks Catalaanse namen hebben gekregen. Maar mettertijd is de slinger doorgeslagen. In heel wat gemeentebesturen en openbare diensten is het nu zowat verboden om Spaans te spreken. Op school wordt slechts 10 procent van de cursussen in het Spaans gegeven, veel te weinig. Cíudadanos pleit voor onderwijs in drie talen, met een evenredig aandeel voor Catalaans en Spaans, aangevuld met Engels. Daar kan ik me perfect in terugvinden.' Hidalgo kent zijn Catalaanse geschiedenis en serveert scherpe analyses. Volgens hem heeft Jordi Pujol, de historische Catalaanse leider die de deelstaat meer dan twintig jaar lang bestuurde, de bedding voor de separatische stroom uitgegraven. 'Pujol had een ongeschreven missie. Op alle sleutelposten moesten nationalisten worden benoemd, en alle Spaanse symbolen moesten uit het straatbeeld verdwijnen. In de grootsteden had je altijd nog de officiële vertegenwoordiging van Madrid, vaak met een paar man van de Guardia Civil voor de ingang. Maar in rurale gebieden? Daar hebben ze al twintig jaar geen spoor van het koninkrijk meer gezien.' Toch vormen de nationalisten geen meerderheid in de regio, denkt Hidalgo. 'Hoop en al 20 procent van de Catalanen is echt voor onafhankelijkheid gewonnen. Voor mij was dan ook niet 1 oktober de belangrijkste dag van 2017. De massabetoging pro Spanje op 8 oktober, dát was het echte kantelpunt. Voor het eerst kwam de zwijgende meerderheid op straat, Catalanen die niet langer bang zijn om te tonen dat ze zich ook Spaans voelen. Dat was nieuw.' Een oplossing voor de politieke patstelling is volgens Hidalgo niet meteen in zicht. 'De emoties aan beide kanten lopen te hoog op. De ratio moet terugkeren, dan pas kan er over een compromis worden gepraat.' Geen politieke gevangenen? Met die boodschap moet je bij Susanna Barreda niet aankomen. Ze verschijnt stipt op de afspraak, bij metrostation Guinardó. Klein en onopvallend, al is er één detail dat de aandacht van vele forenzen trekt. Op het revers van haar jasje zit een kleine gele strop, hetzelfde symbool dat in groot formaat de lege stoelen van verbannen of opgesloten parlementsleden siert. Geen vrijblijvend statement: Barreda is de vrouw van Jordi Sanchez die al sinds 17 oktober in de gevangenis zit. De leider van de onafhankelijkheidsbeweging ANC werd gearresteerd samen met Omnium-voorzitter Jordi Cuixart. Geen politici, maar beiden erg invloedrijk. ANC en Omnium vormen de motor achter alle vreedzame massabetogingen die de voorbije jaren het vriendelijke imago van het independentisme hebben gevormd. De hun ten laste gelegde feiten zijn omstreden. Op 21 en 22 september mobiliseerden de twee Jordi's - hun namen worden in Catalonië altijd in één adem genoemd - tienduizenden betogers om de door Madrid georkestreerde sabotage van het referendum te verijdelen. Maar of ze de massa hebben opgehitst toen enkele politiecombi's ingesloten raakten en averij opliepen? Zelf houden ze vol dat ze hun achterban juist hebben proberen te kalmeren, toen de gemoederen verhit raakten door nodeloze provocaties vanwege de zwaar bewapende politie. De openbare aanklager is alleszins niet mals: net zoals Carles Puigdemont en andere politici worden de Jordi's beschuldigd van rebellie, een misdrijf waar een maximumstraf van 30 jaar op staat. Susanna Barreda werkt als psycholoog in een achterstandswijk van Barcelona. Haar cliënten, gezinnen en kinderen met allerlei psychosociale sores, hebben haar de voorbije maanden vaak moeten missen. 'Mijn man zit in Soto del Real', vertelt ze als we in een discrete hoek van een cafeteria zijn neergestreken. 'Het is een reusachtig gevangeniscomplex nabij Madrid, meer dan 600 kilometer hiervandaan. Alle Catalaanse gevangenen zitten zo ver van huis. Een bewuste strategie: ze proberen gevangenen te breken door hen van hun familie en geboortegrond te isoleren. Zo deden ze het ook met de ETA-gevangenen. Alleen: mijn man en de andere Catalanen hebben geen terroristische aanslagen gepleegd. De beschuldiging van rebellie is volstrekt ridicuul. Rebellie is een misdrijf dat in het strafrecht werd opgenomen na de mislukte militaire staatsgreep van 1981. Waar zit in hemelsnaam de vergelijking? Onze strijd voor onafhankelijkheid is altijd principieel geweldloos verlopen. Veel Spaanse magistraten vinden de aanklacht van rebellie ook onaanvaardbaar, net zoals ze erg kritisch zijn voor de manier waarop de voorlopige hechtenis wordt gehanteerd. Stel je voor, een van de verlengingen werd gemotiveerd met de overweging dat mijn man anders dreigde te recidiveren door opnieuw politieke actief te zijn of zelfs aan verkiezingen deel te nemen. En dan beweren dat het niet om politieke repressie gaat!' Het huisreglement van Soto del Real laat één bezoek per week toe. Achter glas, slechts een keer per maand kan er in de familiekamer een knuffel worden gegeven. 'Jordi wil niet dat de kinderen hem vanachter dat glas zien', zegt Barrida. 'Hij zit opgesloten met misdadigers van gemeen recht, van drugsdealers tot moordenaars. De meeste cipiers gedragen zich correct, ze snappen niet waarom hij daar zit. Het is erg zwaar voor ons. Bezoek mag alleen van maandag tot en met donderdag, wanneer de kinderen op school horen te zitten. Mijn dochter van 17 heeft het er erg moeilijk mee. Probeer zo'n puber maar eens uit te leggen waarom haar vader nu al zeven maanden in de gevangenis zit.' Eén keer heeft ze een negatieve opmerking gekregen, een zieke vergelijking tussen de gele strik en een Jodenster. Veel massaler is de solidariteit. De families van de negen gevangenen houden permanent contact, in heel Catalonië werden steuncomités opgericht die geld inzamelen om de gevangenen en hun gezinnen financieel en juridisch te ondersteunen. 'Ze krijgen ons niet kapot', zegt Barreda. 'Met de repressie zal Spanje het omgekeerde bereiken van wat het beoogt: de afkeer van Madrid zal alleen groter worden en de roep naar onafhankelijkheid luider. Ik kom zelf helemaal niet uit een nationalistisch nest. Mijn ouders liepen nooit warm voor de Catalaanse zaak, maar nu staan ze honderd procent achter het onafhankelijkheidsideaal.'