China noemt intimidatie ‘rechtvaardigheid’. De militaire oefening rond Taiwan toont hoe Peking landen straft die zich niet schikken, schrijft Robbert de Witt (EW).
Zouden de militair strategen in China ook 1984 van George Orwell hebben gelezen, de beroemde roman die de Brit schreef als kritiek op het communisme?
Daarin geven de machthebbers namen aan ministeries die precies het tegenovergestelde doen.
Het ministerie van Liefde houdt zich bezig met oorlog, het ministerie van Waarheid verspreidt propaganda en leugens, enzovoort.
‘Operatie Rechtvaardigheid’: intimidatie vermomd als geschiedenisles
Chinese legerleiders gaven precies zo’n cynische naam aan de grootschalige militaire oefening rond Taiwan eind december.
Het eiland koestert zijn onafhankelijkheid, maar de communistische machthebbers in Peking – grote leider Xi Jinping voorop – vinden dit historisch onjuist en willen dat het eiland zo snel mogelijk bij het vasteland wordt gevoegd.
Koste wat kost. Vandaar de naam voor de intimidatie-oefening op 29 en 30 december: ‘Operatie Rechtvaardigheid 2025’.
Alsof China in zijn recht staat, en niet de Taiwanezen die zo hechten aan de vrijheid om zelf hun lot te bepalen.
Een militaire wurggreep rond Taiwan
Het was een ongekend machtsvertoon. Nog meer dan voorheen werd het eiland – net iets kleiner dan Nederland – omsingeld door een Chinese oorlogsvloot van tientallen moderne marineschepen.
Die oefenden in het volledig isoleren van Taiwan, zodat in geval van oorlog geen kip het eiland nog kan bereiken of verlaten.
De Taiwanezen hebben geen andere keuze dan het knarsetandend aan te zien en zich intussen voor te bereiden op een invasie die volgens kenners hoogstwaarschijnlijk is. Xi Jinping dreigt er geregeld mee.
Xi Jinping: dreigen zonder deadline
Een leider als Donald Trump heeft weinig tijd om zijn dreigementen waar te maken, en zag zich kennelijk genoodzaakt de Venezolaanse autocraat Maduro snel te verwijderen.
Naar het artikel
Meer van Jeroen Zuallaert
Maar Xi Jinping kan er rustig de tijd voor nemen. Hij hoeft zijn beloftes immers niet waar te maken voor de volgende verkiezingen. Want die zijn er niet, in China.
Tot die tijd kan Xi een heel scala aan drukmiddelen gebruiken om Taiwan te intimideren – net als de landen die de Taiwanezen eventueel te hulp zullen schieten als het zover is. En niet alleen kleine landjes.
Japan als afschrikwekkend voorbeeld
Op 7 november zei de Japanse premier in het parlement dat een Chinese aanval op Taiwan een bedreiging voor het voortbestaan van Japan kan zijn.
Dat zou betekenen dat Japan Taiwan militair te hulp zal schieten – iets wat je van Peking niet mag zeggen.
Sindsdien is het bal. De regering in Peking ontraadde Chinezen nog naar Japan te reizen, een flinke klap voor het Japanse toerisme.
Plots was er een importverbod voor Japanse vis, zogenaamd om gezondheidsredenen.
Chinese studenten kregen geen uitreisvisum meer. Japanse films en kunstenaars werden gecanceld in China. Gelukkig heeft de Japanse premier, Sanae Takaichi, flink wat haar op de tanden en bond zij niet in.
Dat deed de Australische regering ook niet, toen het jarenlang werd ‘gestraft’ door China.
Alleen maar omdat de Australiërs, die net als vrijwel de hele wereld zwaar hadden geleden onder de corona-pandemie, Peking hadden gevraagd openheid van zaken te geven over de oorsprong van het virus en een onafhankelijk onderzoek voorstelden.
Economische straf als geopolitiek wapen
Na een bijzonder onsympathieke reeks verwensingen van Chinese diplomaten, volgde een barrage aan importtarieven. Australische wijn, kreeft, hout en graan werden zó duur dat Chinezen ze elders gingen kopen. Dat duurde voort tot er een nieuwe, mildere regering aantrad in Canberra.
Nog een voorbeeld dan, dichterbij. De regering van Litouwen haalde het in haar hoofd om de diplomatieke vertegenwoordiging van Taiwan in hoofdstad Vilnius de naam ‘Taiwan’ te geven.
Dat is in de ogen de communistische partijleiders in Peking een erkenning van de onafhankelijkheid van Taiwan. Dus: straffen!
Niet alleen kwam er een importverbod op Litouwse producten, ook werden bedrijven onder druk gezet om geen zaken meer te doen met Litouwen – anders konden ze het wel vergeten om hun spullen nog langer te verkopen in China.
Ook Nederland staat op de lijst
In Peking zijn ze ook nog niet klaar met Vincent Karremans en het ‘opstandige’ Nederland. Het Haagse ingrijpen bij halfgeleiderbedrijf Nexperia heeft kwaad bloed gezet, en wordt in China echt niet gezien als enkel een economische kwestie.
In het Westen – ook in Nederland – wordt nog weleens gedacht dat er met Peking best te praten valt. Dat is ook wel zo – mits de uitkomst China bevalt.
Anders volgt straf.