Hoge ambtenaren in Londen sturen dezer dagen uitgebreide e-mails naar hun ministers waarin ze uiteenzetten hoe desastreus het huidige beleid rond de brexit is. Volgens berichten in de Britse media verwachten de ambtenaren niet dat hun mails gelezen worden. Ze schrijven ze om zich in te dekken tegenover toekomstige parlementaire onderzoekscommissies. Het model hier is de zogeheten Chilcot Enquiry die volgde op de desastreuze invasie en bezetting van Irak.
...

Hoge ambtenaren in Londen sturen dezer dagen uitgebreide e-mails naar hun ministers waarin ze uiteenzetten hoe desastreus het huidige beleid rond de brexit is. Volgens berichten in de Britse media verwachten de ambtenaren niet dat hun mails gelezen worden. Ze schrijven ze om zich in te dekken tegenover toekomstige parlementaire onderzoekscommissies. Het model hier is de zogeheten Chilcot Enquiry die volgde op de desastreuze invasie en bezetting van Irak. Daar zijn we nu aangeland, zeventien maanden nadat Groot-Brittannië met een smalle marge heeft gekozen voor het verlaten van de Europese Unie, en zestien maanden voordat het land er daadwerkelijk uit ligt. Een totale politieke impasse is ontstaan, waarbij de EU zit te wachten tot de Britten duidelijk maken wat voor toekomstige relatie ze voor ogen hebben, zodat de onderhandelingen eindelijk kunnen beginnen. Het punt is dat het kabinet van premier Theresa May precies over die vraag diep verdeeld is. Besluit May zo dicht mogelijk bij de EU te blijven, dan beginnen hardcore brexiteers zoals minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson een opstand die best wel eens zou kunnen slagen. Maar als May kiest voor een keiharde brexit, dan lopen de pro-EU-ministers weg en komt de lobby van het bedrijfsleven in opstand. Dat is de cul-de-sac vandaag: zodra de regering-May aangeeft wat voor soort brexit ze wil en de onderhandelingen met de EU echt kunnen starten, houdt de regering-May op te bestaan. En vallen de onderhandelingen dus meteen weer stil. Dat zit achter de huidige ruzie om geld. Groot-Brittannië heeft als EU-lid een aantal verplichtingen op zich genomen. De EU wil dat het die nakomt en die garantie wil Groot-Brittannië niet geven. En zolang de boel op dat punt blijft vastzitten, hoeft May niet te onthullen welke soort brexit haar voorkeur heeft. Vanuit strategisch oogpunt is die manier van tijd kopen een ramp. Want de klok tikt rustig voort en op 29 maart 2019 hoort Groot-Brittannië niet meer bij de EU. Tenzij er dan een 'deal' ligt, mag er geen vlucht meer opstijgen tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU. Kerncentrales vallen buiten het Euratomregime en moeten mogelijk dicht, terwijl ook ziekenhuizen niet meer aan radioactieve materialen voor kankerbehandelingen kunnen komen. Tienduizenden EU-burgers in Groot-Brittannië verliezen hun in de EU behaalde professionele kwalificaties. De vrijhandel stopt en er komen niet alleen handelstarieven maar ook verplichte en tijdrovende douane-inspecties aan beide zijden van de grens met de EU. De financiële sector kan intussen niet meer vanuit Londen producten in de EU verkopen. Dit heet wel het 'Armageddonscenario' en de EU noch de Britten zeggen dat te willen. Maar Britse politici blijven roepen dat zo'n 'einde-der-tijdenscenario' te verkiezen is boven een 'slechte deal' met de EU. Diezelfde Britse politici doen er alles aan om de meer dan vijftig ambtelijke rapporten geheim te houden die de gevolgen van de brexit en van zo'n no-dealcrash inventariseren. Wie weet komt er een lastminutedeal om de meest verschrikkelijke varianten van de brexit te voorkomen. Maar zeker is dat allerminst. Als de afgelopen anderhalf jaar iets duidelijk is geworden, dan is het wel dat de Britse pro-brexitpolitici beneveld zijn door een levensgevaarlijke cocktail van zelfoverschatting, onwetendheid en naïviteit. Hetzelfde geldt voor een groot aantal Britse commentatoren en journalisten. EU-haters, vaak ten onrechte 'sceptici' genoemd, vallen de Unie graag aan als een project van dromers en drammers. Maar wie goed luistert naar de veronderstellingen van de brexiteers, ziet dat het anti-EU-kamp minstens zo naïef is. Recent bekritiseerde de hoofdonderhandelaar voor de EU, Michel Barnier, de Britse regering om haar 'nostalgie'. Dat was een charmante manier om te zeggen dat de Britten nog altijd vasthouden aan noties van soevereiniteit en wereldhandel die thuishoren in de 19e en 20e eeuw. En als om Barniers woorden te onderstrepen, legde de Amerikaanse president Donald Trump enige weken later een 'straftarief' van 219 procent op aan de Canadees-Britse vliegtuigbouwer Bombardier. Die zou illegaal gesubsidieerd worden en dus oordeelde Trump: 'oneerlijke concurrentie'. Hij heeft gelijk, maar laat weg dat de Amerikaanse vliegtuigbouwer Boeing net zo hard wordt gesubsidieerd door de eigen regering, via opdrachten van Defensie. Zoals ook de Europeanen allerlei handigheidjes hebben bedacht om Airbus te subsidiëren. Het punt hier is evenwel dat Canada en Groot-Brittannië zelfs samen te klein zijn om nu zo hard terug te slaan dat Trump zijn maatregel intrekt. De EU daarentegen is groot genoeg om zo'n aanval te pareren. Dus flikt Trump dat niet bij Airbus. Maandenlang schermden May en haar brexiteers met het 'geweldige' handelsakkoord dat ze zeer spoedig zouden gaan sluiten met de VS. Nu moest May diezelfde VS openlijk met een 'handelsoorlog' bedreigen. Inmiddels is het door de Amerikaanse sancties getroffen Bombardier voor een grijpstuiver overgenomen door Airbus. Zo werkt het in de 21e eeuw. Vonnissen van de door brexiteers zo fanatiek geprezen Wereldhandelsorganisatie (WTO) laten jaren op zich wachten en kunnen gewoon worden genegeerd. Uiteindelijk is de wereldhandel geen rule of law-paradijs, maar een keiharde arena waar - 'might makes right' - niet de sterkte van het recht heerst, maar het recht van de sterkste. De komende jaren zal het Verenigd Koninkrijk ontdekken hoe het zonder de bescherming van de EU in deze jungle een lekker hapje voor roofdieren wordt. Intussen is de wereldeconomie ook nog eens radicaal veranderd. Voor brexiteers betekent 'vrijhandel' dat landen goederen en diensten produceren en die vervolgens verhandelen met andere landen. Zo ging het inderdaad in de 19e en 20e eeuw en in die contacten waren handelstarieven enorm belangrijk. Voorvechters van vrijhandel concentreerden hun energie op het slechten van die tarieven, zodat de zogenoemde 'comparatieve voordelen van vrijhandel' in werking konden treden. Maar de wereldhandel anno nu gaat niet alleen, of zelfs niet meer primair over zulke tarieven. Het gaat vooral over non- tariff-barriers, zoals gelijke regels en standaarden binnen de hele EU; over rechtszekerheid bij conflicten tussen bedrijven uit verschillende landen dankzij een Hof van Justitie dat bij geschillen onpartijdig oordeelt. En over het vrije verkeer van goederen, diensten, kapitaal en mensen zodat productieketens zich nu over de hele EU kunnen uitspreiden. Neem, opnieuw, de luchtvaartindustrie. Een Airbus 320, een van de meest verkochte passagiersvliegtuigen voor de middellange afstand ter wereld, bevat onderdelen uit Toulouse, Saint-Nazaire en Nantes in Frankrijk, uit Hamburg, Bremen en Stade in Duitsland, uit het Spaanse Getafe en het Britse Broughton. Zo'n vliegtuig is met andere woorden een bouwpakket waarvan de onderdelen uit een productieketen komen die is uitgespreid over heel de EU. Kort gezegd: de EU is allang geen single market of interne markt meer, maar veeleer een single economy. Daarmee is het simpelweg logisch onverenigbaar dat het Verenigd Koninkrijk tegelijkertijd én onderdeel blijft van deze single economy én niet langer de regels in acht neemt die de single economy bij elkaar houden. Zodra Groot-Brittannië de Europese Unie heeft verlaten, zullen Britse bedrijven die onderdeel zijn van EU-productieketens moeten verkassen naar de EU, of buiten die ketens vallen. Dat is nu al gaande. De Britten staan historisch bekend als pragmatisch, voorspelbaar en rationeel. De brexit vormt een radicale breuk daarmee. Hij is niet gebaseerd op een rustige, uitgebreide en rationele bestudering van de wereld zoals die vandaag in elkaar zit. Er heeft geen serieuze planning plaatsgevonden en de referendumcampagne was een orgie van loze beloftes en leugens. Zo stemde een meerderheid van de Britten voor een optie die simpelweg nooit op het menu stond: de voordelen van de EU behouden, maar niet langer de verplichtingen nakomen. Groot-Brittannië zit in de diepste crisis in decennia, zo niet eeuwen. En het is allemaal de eigen schuld. Voor iedere democraat ter wereld is de teloorgang van een traditioneel baken van democratie een ware ramp - zie hoe Erdogan, Poetin en Trump de ontwikkelingen rond de brexit toejuichen en je weet genoeg. Troost te midden van al dat geblunder is hooguit misschien dit: veertien jaar geleden gebruikte een deel van de Britse elite leugens, manipulatie en loze beloftes om Irak binnen te vallen. De gevolgen van de bezetting waren even voorspelbaar als catastrofaal. De brexit lijkt meer en meer op Irak, althans met één verschil: ditmaal zijn het de Britten zelf die de prijs zullen betalen voor hun arrogante incompetentie. En niet gewone Irakezen.