De gok van Erdogan is dan toch goed uitgepakt. Turkije keurde vorig jaar bij referendum nipt een nieuwe grondwet goed, die de president uitzonderlijk veel macht geeft. Daarop schreef Erdogan vervroegde verkiezingen uit, om die nieuwe grondwet snel van kracht te laten worden. Nu hij ook die verkiezingen gewonnen heeft, heeft hij nog minstens vijf jaar alles voor het zeggen. Hij bestuurt Turkije nu al vijftien jaar. Dat is langer dan Mustafa Kemal Atatürk, de stichter van de republiek.

Dat hij dit keer zowel de presidents- als de parlementsverkiezingen zou winnen, stond nochtans niet vast. De economische achteruitgang in het land dwong de president en zijn islamistisch-conservatieve Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP) in het defensief, terwijl de oppositie zich dit keer goed had gewapend. Rond de sterke kandidaat van de seculiere Republikeinse Volkspartij (CHP), Muharrem Ince, verzamelde zich een coalitie waarbij ook islamistische en conservatieve stemmen aansloten. Ince rekende op een tweede ronde voor de presidentsverkiezingen. Hij dacht ook dat de meerderheid van het blok rond de AKP in het parlement kon worden gebroken.

Door de nieuwe grondwet kan de president grotendeels zonder het parlement en bij decreet besturen.

Niet, dus. En of daar fraude aan te pas kwam of niet, maakt wellicht weinig uit. Door de nieuwe grondwet kan de president grotendeels zonder het parlement en bij decreet besturen. Hij krijgt ook een stevige greep op de magistratuur, en van de vierde macht heeft hij weinig te vrezen: de Turkse media eten nu al bijna allemaal uit zijn hand. Als het, zoals in 2015, electoraal even tegenzit, schrikt Erdogan er niet voor terug geweld op te poken, voor chaos te zorgen en zich uit te roepen tot de commandant van een land in oorlog. Waarop hij vervolgens nieuwe verkiezingen met glans wint. Na de ontruiming van het Gezipark in 2013 en zeker na de mislukte coup twee jaar geleden liet hij zien dat hij bereid is met ijzeren vuist te besturen. De noodtoestand is nog altijd van kracht. Honderdduizenden mensen verloren hun baan en tienduizenden zitten nog in de cel, onder wie honderden journalisten.

De oppositie zei dat Turkije na deze verkiezingen niet meer hetzelfde land zou zijn. Met de democratie en de rechtsstaat in het land gaat het inderdaad helaas niet de goede kant op. Erdogan won de verkiezingen, maar voor de helft van zijn verdeelde land blijft hij een autocraat zonder scrupules, die op protest vermoedelijk alleen met nog meer repressie zal reageren. En Europa houdt er maar beter rekening mee dat hij zijn eigenzinnige weg met dit resultaat ook buiten de landsgrenzen voortzet.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.