De voorbije jaren konden de Europese landen enkele moeilijkheden in de wereld toeschrijven aan de ruwheid van Donald Trump, maar de enige optie vandaag is om zelf te leren overleven in een steeds ruwere wereld.
...

De voorbije jaren konden de Europese landen enkele moeilijkheden in de wereld toeschrijven aan de ruwheid van Donald Trump, maar de enige optie vandaag is om zelf te leren overleven in een steeds ruwere wereld. Neem nu de handelsbetrekkingen met Amerika. Die zullen moeilijk blijven. De regering-Biden zou enkele beperkingen op de invoer van Europees staal kunnen herzien, maar de nieuwe ploeg zal er sowieso voor blijven ijveren dat grote technologiebedrijven hun toegang tot de Europese markt behouden en de Europese automobielindustrie uitdagen met nog grotere ambities voor de Amerikaanse elektrische autosector. Het Amerikaanse economische nationalisme wordt dan wel subtieler, het zal blijven bestaan. Washington zal met Europa aan tafel schuiven over de regels voor internationale handel. Toch blijven de kansen om de Wereldhandelsorganisatie uit het slop te trekken miniem. Zolang China weigert om zijn dienstensector, staatsbedrijven en financiële markten ingrijpend te hervormen, zullen de Amerikanen de WTO de rug toekeren. Het idee van een CO2-heffing aan de grenzen zou de Europeanen en de Democraten wel bij elkaar kunnen brengen. Maar in dat geval is het niet duidelijk of de Republikeinen, die voorlopig een nipte meerderheid in de Senaat hebben, de maatregel zullen steunen. Dat leidt ons naar de klimlaatverandering. Een van Bidens kloeke beloftes is om met zijn land opnieuw toe te treden tot het klimaatakkoord van Parijs. Maar zelfs als Biden de Senaat omzeilt, zullen de Amerikanen nooit hun competitieve voordeel van schaliegas en -olie opgeven. Het Amerikaanse energiedepartement voorziet zelfs dat de productie de komende tien jaar met nog eens 40 procent zal stijgen. Vandaag kost de Amerikaanse energie nauwelijks de helft van de gangbare prijzen in Europa. Hoe meer Amerika geconfronteerd wordt met economische tegenwind - bijvoorbeeld door corona, maar ook door de stagnerende productiviteit, schuld en een onevenwichtig groeimodel - hoe meer de nationalistische neigingen aan de oppervlakte zullen komen. Economisch nationalisme hoeft overigens niet protectionistisch te zijn. Het kan ook meer offensief zijn en nastreven om buitenlandse markten open te wrikken. Subtiel, offensief economisch nationalisme kan wel eens een grotere uitdaging worden dan het protectionisme van Trump. Op het vlak van veiligheid blijft coördinatie lastig. De regering-Biden zal niet warmlopen voor de verzuchting van Berlijn en Parijs om de relaties met Rusland snel te verbeteren. Net zoals Trump verzet Biden zich tegen de nieuwe Nord Stream II-pijpleiding. Net zo zal Washington terughoudend blijven tegenover Iran. Hoewel de nieuwe president belangstelling heeft om het nucleaire akkoord met Iran te herstellen, zal hij bijkomende beperkingen willen voor de Iraanse ontwikkeling van raketsystemen en steun voor terreurgroepen. Washington zal zich ook kanten tegen de belemmering van pogingen om militair de bovenhand te behouden. Wapenbeheersingsverdragen zoals New-Start kunnen misschien behouden worden met Rusland, maar die zetten geen rem op de inspanningen om kernwapens te moderniseren, op het vervagen van het verschil tussen tactische en strategische wapens, en op geavanceerde raketsystemen. Evenmin moeten we hopen op multilaterale beperkingen op de militarisering van de ruimte en het internet. Terwijl Rusland in het achterhoofd van strategische planners blijft zitten, staat China op het voorplan. Biden zal meer nadruk leggen op partnerschappen in Azië, maar hij zal ook meer militaire middelen vanuit Europa en het Midden-Oosten naar de regio sturen. Amerika kan zich de huidige wereldwijde aanwezigheid niet langer veroorloven.Die verschuiving naar Azië brengt met zich mee dat de nieuwe regering steeds meer zal eisen dat Europese landen hun eigen boontjes doppen, maar ook partij kiezen tussen Peking en Washington. Van twee walletjes eten wordt moeilijk. Met andere woorden, het presidentschap van Joe Biden brengt enkele nieuwe kansen voor samenwerking met zich mee. Maar het blijft een enorme opgave voor Europa om zijn eigen belangen te bewaken en om kritisch het onderscheid te maken tussen de meer voorkomende diplomatieke stijl van Biden en de uitdagende diplomatieke agenda.