In oktober van 2015 ondertekende een groot deel van de internationale gemeenschap een nucleair akkoord met Iran - ook wel het JCPOA genaamd. Beide partijen spraken af dat Iran voor een periode van maximaal vijftien jaar het aantal nucleaire centrifuges tot 5.000 stuks zou beperken en slechts een beperkte hoeveelheid weinig verrijkt uranium zou opslaan. Grondige controles door het Internationaal Atoomenergieagentschap moesten verzekeren dat Teheran de gemaakte afspraken wel degelijk zou nakomen. In ruil beloofde het Westen dat het de economische sancties tegen Iran zou schrappen.
...

In oktober van 2015 ondertekende een groot deel van de internationale gemeenschap een nucleair akkoord met Iran - ook wel het JCPOA genaamd. Beide partijen spraken af dat Iran voor een periode van maximaal vijftien jaar het aantal nucleaire centrifuges tot 5.000 stuks zou beperken en slechts een beperkte hoeveelheid weinig verrijkt uranium zou opslaan. Grondige controles door het Internationaal Atoomenergieagentschap moesten verzekeren dat Teheran de gemaakte afspraken wel degelijk zou nakomen. In ruil beloofde het Westen dat het de economische sancties tegen Iran zou schrappen. Maar na de verkiezing van voormalig Amerikaans president Donald Trump stapten de Verenigde Staten in 2018 uit het nucleaire akkoord en voerden ze een ingrijpend economisch sanctiebeleid tegen het land in - tegen de gemaakte afspraken in. Omdat de wereldhandel vooral in Amerikaanse dollars plaatsvindt, is Washington tot op de dag van vandaag bij machte om door middel van extraterritoriale sancties niet-Amerikaanse ondernemingen te straffen wanneer ze handel drijven met Iran. Op die manier geraakte Iran op economisch vlak afgesloten. Met die strategie wilde Trump de Iraanse machthebbers met een slechtere uitgangspositie opnieuw aan de onderhandelingstafel krijgen. In plaats van te buigen, ging Iran in het verzet. Als tegenreactie besloot Teheran om zijn nucleair activiteiten en zijn ballistisch raketprogramma verder te ontwikkelen, waardoor het de bepalingen van het JCPOA momenteel niet langer respecteert. Bovendien voert Iran via een resem bevriende milities, zoals de Houthi-rebellen en de Hezbollah, een assertieve regionale buitenlandlandpolitiek. Olietankers gingen in vlammen op en een Amerikaanse drone - die al dan niet boven Iraans grondgebied vloog - werd neergehaald. Wanneer de Verenigde Staten de invloedrijke en populaire generaal Qassem Soleimani om het leven brachten, reageerde Iran met raketaanvallen op Amerikaanse basissen in Irak. De Iraans-Amerikaanse spanningen zorgden vorig jaar voor een patstelling binnen de VN-Veiligheidsraad. Onder impuls van Donald Trump activeerden de Verenigde Staten het zogenaamde snapback-mechanisme uit het JCPOA, waarmee alle oude en opgeschorte sancties van de Veiligheidsraad tegen Iran opnieuw in werking zouden treden. Maar andere landen binnen de schoot van het orgaan menen dat de VS sinds hun uitstap niets meer in de pap te brokken hebben. Daardoor is er min of meer een parallelle juridische realiteit ontstaan tussen de Verenigde Staten en de rest van de landen die bij het akkoord betrokken zijn. Ondanks al die tegenslagen stellen medeonderhandelaars Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk - ook wel het E3-formaat genoemd - en de Europese Unie alles in het werk om het palliatieve akkoord in leven te houden. Ook Rusland en China blijven de broze overeenkomst steunen. Maar hoe meer Iran het JCPOA met voeten treedt, hoe moeilijker het voor de andere ondertekenaars wordt om begrip te tonen voor de economische moeilijkheden die door de Amerikaanse sancties veroorzaakt worden. Israël en Saudi-Arabië zijn op hun beurt tevreden dat Trump de stekker uit de nucleaire overeenkomst heeft getrokken omdat het akkoord Iran een vrijgeleide zou geven om stennis te schoppen in het Midden-Oosten. Nu Biden het roer van Trump heeft overgenomen, koesteren heel wat landen de hoop dat de relaties met Iran opnieuw kunnen normaliseren. In zijn nieuwe regering heeft het kersverse staatshoofd een aantal mensen aangenomen die het JCPOA persoonlijk mee hebben opgesteld, onder wie minister van Buitenlandse Zaken Anthony Blinken. Qua intentieverklaring kan dat tellen. De eerste signalen zijn voorzichtig positief. Het feit dat diezelfde Blinken tot op het moment van schrijven nog steeds niet met zijn Saudische ambtgenoot gebeld heeft, wordt in Teheran niet slecht ontvangen. Bovendien draaide Biden eerder op de week de zogenaamde Muslim Ban van zijn voorganger terug. Die signalen bieden echter geen garantie op succes. Veel heeft te maken met de binnenlandpolitiek in zowel de Verenigde Staten als in Iran. Biden heeft in eigen land nauwelijks vrij spel. In zowel het Huis van Afgevaardigden als in de Senaat bestaat er over de partijgrenzen heen eensgezindheid over een harde koers tegen Teheran. Lokale senatoren en afgevaardigden hebben namelijk weinig te winnen bij een pleidooi om de bokshandschoenen tegen Iran neer te leggen. Dat geeft Biden nauwelijks bandbreedte om snelle of grote stappen te zetten. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de Amerikaanse president maandag te kennen gaf dat hij de economische sancties pas ongedaan wil maken eenmaal Iran zijn kernprogramma terugschroeft. In Iran staan er in juni presidentsverkiezingen gepland. Daar nemen de meer gematigde politici en de regelrechte hardliners het tegen elkaar op. Omdat beide partijen niet voor elkaar willen onderdoen, resulteert die strekkingenstrijd in een opbod dat ontspanningspolitiek ten opzichte van de Verenigde Staten verder bemoeilijkt. In tegenstelling tot de Verenigde Staten wil Iran pas tot handelen overgaan eenmaal de Amerikaanse regering de economische sancties ongedaan maakt. Uit die patstelling blijkt dat beide partijen wel voorzichtig bereid zijn om terugkeren naar het oude 'normaal', maar het geeft evenzeer aan hoe diepgeworteld het wantrouwen tussen de twee zit. Al die elementen maken dat er weinig nodig is om de stroeve Iraans-Amerikaanse relaties verder te vertroebelen. Zowel Teheran als Washington hebben de voorbije jaren veel schade aangericht die niet zomaar in een handomdraai ongedaan kan worden gemaakt. Door de grillen van Donald Trump en de Iraanse machtshebbers staat de passerpunt veel dichter bij een verderzetting van moeizame betrekkingen dan bij aanzienlijke verbeteringen. Een kleine misstap kan volstaan om het vuur opnieuw aan de lont te steken en vooruitgang te fnuiken. Vanuit die optiek valt in Europese diplomatieke kringen de vraag te horen of het JCPOA überhaupt nog wel te redden valt - met de opmerking dat er vooralsnog geen beter alternatief voorhanden is.