Met het rapport wil het World Wide Fund for Nature benadrukken dat toekomstige Europese wetgeving de volledige voetafdruk van de EU-consumptie op de bossen en andere ecosystemen van onze planeet, zoals graslanden en natte gebieden, moet aanpakken. De Europese Commissie brengt in het voorjaar immers haar voorstel voor nieuwe EU-wetgeving uit om ontbossing te bestrijden. Het Europees Parlement had de Commissie in oktober vorig jaar daartoe al opgeroepen.

Volgens de milieuorganisatie biedt het rapport 'Stepping Up: The continuing impact of EU consumption on nature worldwide' een blik achter de schermen van de EU-handel en de invloed ervan op de tropische ontbossing en de vernietiging van andere ecosystemen. Het rapport legt een directe link tussen de consumptie van ingevoerde producten en de conversie van ecosystemen.

Uit het rapport blijkt dat tussen 2005 en 2017 de EU-import 3,5 miljoen hectare ontbossing veroorzaakte, wat dan weer leidde tot 1.807 ton CO2-uitstoot. Hoewel de ontbossing gelinkt aan de EU-invoer met ongeveer 40 procent afnam tussen 2005 en 2017, was de Europese Unie in 2017 nog altijd verantwoordelijk voor 16 procent van de ontbossing die verband hield met de internationale handel, of 203.000 hectare en 116 miljoen ton CO2. Enkel China deed slechter (24 procent). Na de EU volgden India (9 procent), de VS (7 procent) en Japan (5 procent).

Soja

De producten die tussen 2005 en 2017 de grootste veroorzakers waren van ontbossing door EU-import, waren soja, palmolie, rundvlees, houtproducten, cacao en koffie. In die periode waren acht EU-landen - Duitsland, Italië, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Frankrijk, Polen en België - verantwoordelijk voor 80 procent van de geïmporteerde ontbossing.

'De Europese import van soja leidt tot omvorming van de Braziliaanse Cerrado, de meest biodiverse savanne ter wereld', zegt Béatrice Wedeux, beleidsmedewerker bossen bij WWF België. 'Als de bescherming van savannes, graslanden en natte gebieden niet in nieuwe wetgeving wordt opgenomen, zal de Europese Unie medeplichtig blijven aan de vernietiging van ecosystemen die waardevol zijn voor de biodiversiteit en in de strijd tegen klimaatverandering.'

Volgens het WWF-rapport was België door het gebruik en verbruik van die producten met een ontbossingsrisico verantwoordelijk voor de geïmporteerde ontbossing van jaarlijks 14.800 hectare. Dat komt vooral door landbouwgrondstoffen die worden geconsumeerd of gebruikt als veevoer. Het gaat dan vooral om sojabonen, palmolie en cacao.

Rol van België

'De rol van België is bijzonder kritiek, niet alleen omdat onze consumptie zeer veel ontbossing teweegbrengt, maar ook omdat het een belangrijk toegangspunt is voor importen die vervolgens worden herverdeeld naar andere landen', zegt Patrick Meyfroidt, onderzoeker aan de UCLouvain, in een persbericht van WWF België. 'Naast een Europees wettelijk kader is aanvullend nationaal beleid en samenwerking met Europese handelspartners nodig.'

Anke Schulmeister-Oldenhove, een van de hoofdauteurs van het rapport, wijst erop dat ontbossing en de conversie van ecosystemen wereldwijd de klimaat- en biodiversiteitscrises voeden, het levensonderhoud vernietigen en de gezondheid bedreigen. 'Momenteel is de EU deel van het probleem, maar met de juiste wetgeving kunnen we een deel van de oplossing zijn.'

Het WWF stelt dat de Europese Commissie het rapport moet beschouwen als een 'laatste wake-upcall' en dan ook een sterk en efficiënt wetsvoorstel op tafel moet leggen. Die moet voorkomen dat elk product dat bijdroeg tot de vernietiging van de natuur of tot mensenrechtenschendingen, nog op de EU-markten terechtkomt. 'Het moet ook veel verder gaan dan vrijwillige maatregelen, maar bedrijven duidelijke en bruikbare regels bieden', aldus nog Schulmeister-Oldenhove.

Met het rapport wil het World Wide Fund for Nature benadrukken dat toekomstige Europese wetgeving de volledige voetafdruk van de EU-consumptie op de bossen en andere ecosystemen van onze planeet, zoals graslanden en natte gebieden, moet aanpakken. De Europese Commissie brengt in het voorjaar immers haar voorstel voor nieuwe EU-wetgeving uit om ontbossing te bestrijden. Het Europees Parlement had de Commissie in oktober vorig jaar daartoe al opgeroepen. Volgens de milieuorganisatie biedt het rapport 'Stepping Up: The continuing impact of EU consumption on nature worldwide' een blik achter de schermen van de EU-handel en de invloed ervan op de tropische ontbossing en de vernietiging van andere ecosystemen. Het rapport legt een directe link tussen de consumptie van ingevoerde producten en de conversie van ecosystemen. Uit het rapport blijkt dat tussen 2005 en 2017 de EU-import 3,5 miljoen hectare ontbossing veroorzaakte, wat dan weer leidde tot 1.807 ton CO2-uitstoot. Hoewel de ontbossing gelinkt aan de EU-invoer met ongeveer 40 procent afnam tussen 2005 en 2017, was de Europese Unie in 2017 nog altijd verantwoordelijk voor 16 procent van de ontbossing die verband hield met de internationale handel, of 203.000 hectare en 116 miljoen ton CO2. Enkel China deed slechter (24 procent). Na de EU volgden India (9 procent), de VS (7 procent) en Japan (5 procent). De producten die tussen 2005 en 2017 de grootste veroorzakers waren van ontbossing door EU-import, waren soja, palmolie, rundvlees, houtproducten, cacao en koffie. In die periode waren acht EU-landen - Duitsland, Italië, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Frankrijk, Polen en België - verantwoordelijk voor 80 procent van de geïmporteerde ontbossing. 'De Europese import van soja leidt tot omvorming van de Braziliaanse Cerrado, de meest biodiverse savanne ter wereld', zegt Béatrice Wedeux, beleidsmedewerker bossen bij WWF België. 'Als de bescherming van savannes, graslanden en natte gebieden niet in nieuwe wetgeving wordt opgenomen, zal de Europese Unie medeplichtig blijven aan de vernietiging van ecosystemen die waardevol zijn voor de biodiversiteit en in de strijd tegen klimaatverandering.'Volgens het WWF-rapport was België door het gebruik en verbruik van die producten met een ontbossingsrisico verantwoordelijk voor de geïmporteerde ontbossing van jaarlijks 14.800 hectare. Dat komt vooral door landbouwgrondstoffen die worden geconsumeerd of gebruikt als veevoer. Het gaat dan vooral om sojabonen, palmolie en cacao. 'De rol van België is bijzonder kritiek, niet alleen omdat onze consumptie zeer veel ontbossing teweegbrengt, maar ook omdat het een belangrijk toegangspunt is voor importen die vervolgens worden herverdeeld naar andere landen', zegt Patrick Meyfroidt, onderzoeker aan de UCLouvain, in een persbericht van WWF België. 'Naast een Europees wettelijk kader is aanvullend nationaal beleid en samenwerking met Europese handelspartners nodig.'Anke Schulmeister-Oldenhove, een van de hoofdauteurs van het rapport, wijst erop dat ontbossing en de conversie van ecosystemen wereldwijd de klimaat- en biodiversiteitscrises voeden, het levensonderhoud vernietigen en de gezondheid bedreigen. 'Momenteel is de EU deel van het probleem, maar met de juiste wetgeving kunnen we een deel van de oplossing zijn.' Het WWF stelt dat de Europese Commissie het rapport moet beschouwen als een 'laatste wake-upcall' en dan ook een sterk en efficiënt wetsvoorstel op tafel moet leggen. Die moet voorkomen dat elk product dat bijdroeg tot de vernietiging van de natuur of tot mensenrechtenschendingen, nog op de EU-markten terechtkomt. 'Het moet ook veel verder gaan dan vrijwillige maatregelen, maar bedrijven duidelijke en bruikbare regels bieden', aldus nog Schulmeister-Oldenhove.