Twaalf jaar was hij toen zijn ouders hem naar de ashram van zijn beroemde grootvader Mohandas 'Mahatma' Gandhi brachten. Kleinzoon Arun Gandhi, inmiddels 83 jaar oud, herinnert zich de reis nog exact. 'We woonden in Zuid-Afrika en landden in Mumbai. Van daar ging het per trein naar het binnenland van India. Een trip van 16 uur in een volgepakte derdeklassewagon waar het rook naar zweet, sigaretten en de stoommachine. Ik had het gevoel dat we op weg waren naar het einde van de wereld. En dat was ook zo.
...

Twaalf jaar was hij toen zijn ouders hem naar de ashram van zijn beroemde grootvader Mohandas 'Mahatma' Gandhi brachten. Kleinzoon Arun Gandhi, inmiddels 83 jaar oud, herinnert zich de reis nog exact. 'We woonden in Zuid-Afrika en landden in Mumbai. Van daar ging het per trein naar het binnenland van India. Een trip van 16 uur in een volgepakte derdeklassewagon waar het rook naar zweet, sigaretten en de stoommachine. Ik had het gevoel dat we op weg waren naar het einde van de wereld. En dat was ook zo. 'De ashram van bapuji, zoals we mijn grootvader noemden, lag in een afgelegen, arm gebied, ver weg van de bewoonde wereld. Ik had watervallen en bloemen verwacht. In plaats daarvan stonden we op een dorre, kale plek met wat hutjes van klei, verder niets. Ik was teleurgesteld. Was dit nu de leefgemeenschap van mijn wereldberoemde opa?' De laatste keer dat Arun Gandhi zijn grootvader had gezien, was hij vijf jaar oud. Hij herinnerde zich er niets meer van, maar inmiddels besefte hij heel goed wat de magere man met zijn katoenen lendendoek en sjaal betekende voor India. Zijn ouders zouden na een paar dagen doorreizen naar familie, Arun moest bij zijn grootvader blijven. 'Ik was een driftig baasje en mijn ouders vonden dat ik die agressie in toom moest leren houden. In Zuid-Afrika werd ik geslagen en gepest door de zwarte kinderen uit mijn wijk omdat ik als Indiër te licht van huid was, terwijl de blanke kinderen me sloegen omdat ik te donker was. Altijd moest ik me verdedigen. Zo ontwikkelde ik mijn woede.'Arun bleef twee jaar bij zijn grootvader in de ashram. Van alle kleinkinderen - hij is de vijfde kleinzoon - is Arun degene die de meeste tijd met Mahatma doorbracht. 'In die twee jaar veranderde ik van een naïeve jongen in een veel wijzere jongeman van veertien. Met een hoeveelheid kennis die mijn leven een totaal andere wending gaf.' Het zijn die levenslessen die de kleinzoon in zijn Boek van wijsheid met de wereld wil delen. Op zich gaat het om simpele lessen, maar ze geven een goed inzicht in wie Mahatma Gandhi was. Als man en als grootvader. Arun, bekend als activist en beschermheer van het gedachtegoed van zijn opa, heeft een schat aan persoonlijke verhalen over Mohandas Gandhi. Een van de belangrijkste lessen van uw grootvader was omgaan met uw woede. Wat zei hij daarover?ARUN GANDHI: Dat je woede ook op een intelligente manier kon gebruiken, niet alleen destructief. De eerste keer dat we het erover hadden - hij had me leren spinnen en we zaten samen aan het spinnewiel - zei hij tot mijn verbazing dat hij blij was dat ik boos kon worden. Woede was goed. Hij was zelf vaak heel kwaad. Ook hij had als kind in Zuid-Afrika met discriminatie te maken gehad. Ook hij was er laaiend om geworden. Als jonge puber was hij opstandig. Hij was 12 en pikte geld van zijn ouders om sigaretten te kopen. Op zijn 13e werd zijn huwelijk gearrangeerd. Dan schreeuwde hij soms tegen mijn grootmoeder, hij heeft haar ook eens buiten de deur proberen te zetten. Tot hij besefte dat hij zichzelf niet graag mocht en dat hij met wraak niets opschoot. Hij besloot te veranderen, en deed dat op zijn eigen, bijzondere manier. Hij vergeleek woede met elektriciteit: als je die op de juiste manier kanaliseerde, kon het je leven een stuk aangenamer maken. Ging je er op een domme manier mee om, dan kon het je dood worden. Hij gaf me een notitieboekje en zei dat ik een woededagboek moest bijhouden. Telkens als ik kwaad werd, moest ik opschrijven wie of wat me zo razend maakte. Pas als ik de kern van mijn woede zou begrijpen, kon ik een oplossing vinden. Hij wilde dat ik afstand leerde nemen van mijn emoties en ook andere standpunten moest bekijken. Waarmee hij niet bedoelde dat ik aan de ander moest toegeven, maar dat ik tot een oplossing moest komen zonder wrok.Dat is makkelijker gezegd dan gedaan.GANDHI: Het was absoluut niet makkelijk. Het kostte me ook tijd om mijn woede-uitbarstingen enigszins in bedwang te houden en ze op een positieve manier te gebruiken. Maar het ís de moeite waard. Een studie aan Harvard University toonde aan dat meer dan 80 procent van ons doen en laten gevoed wordt door woede. We zouden dus beter proberen onze boosheid te begrijpen. Helaas leren we dat je je voor woede moet schamen. We negeren ze vaak, met gevolg dat iedereen zelf moet uitzoeken wat je met je woede aan moet. Ik pleit ervoor om kinderen al op de lagere school om te leren gaan met woede, ze er bewust van te maken. De alomtegenwoordige agressie zou erdoor afnemen. Mijn grootvader leerde me ook dat geweldloosheid niet hetzelfde is als passiviteit of lafheid. Door een stom voorval. Onderweg van mijn lessen naar huis had ik mijn potlood weggegooid omdat het nog maar een stompje was. Toen ik aan Bapuji een nieuw potlood vroeg, zei hij dat ik het stompje moest gaan zoeken. Het was al donker, maar hij gaf me een zaklamp mee. Ik vond het stompje terug, na lang zoeken. Volgens mijn grootvader kon ik het nog een paar weken gebruiken. Verspilling vond hij maar niets. Hij noemde het passief geweld. Dat was een eye opener voor me. Overconsumptie, discriminatie, gebrek aan respect: volgens mijn grootvader viel het allemaal onder passief geweld. Het is een van de belangrijkste lessen in het boek geworden. Neem Amerika, waar ik woon. Kampioen in consumptie. We gooien jaarlijks voor meer dan 160 miljoen dollar aan spullen op de vuilnisbelt. Een derde van al het eten dat in de VS wordt gekocht, wordt weggegooid. Tegelijk gaan er elke avond miljoenen kinderen met honger naar bed. Maar we staan er niet eens meer bij stil. We zijn er murw voor geworden.Dus zijn de lessen van uw grootvader nog bruikbaar in deze tijd?GANDHI: Ze zijn meer nodig dan ooit. Ik verwacht niet dat mensen zo extreem eenvoudig zullen leven als Bapuji, maar we kunnen hem als voorbeeld zien dat minder soms méér kan zijn. Minder spullen, minder afleiding. Het is alsof we ons hele leven aan een buffet zitten waar je alles kunt eten wat je wilt en dat we niet meer zien hoe heerlijk het kan zijn om één glanzende appel te eten. Geweldloosheid is geen wapen, het is een manier van leven.U leeft zelf lang niet zo ascetisch als uw grootvader. Hoe vond u het als jonge puber om mee te draaien in zijn sobere levensritme?GANDHI: Als tiener plaagden mijn vrienden me: hoe kon ik de kleinzoon van Mahatma zijn als hij zo dun was en ik zo dik? Op den duur begon ik zwaar te twijfelen aan mezelf. Hoe kon ik ooit ook maar tot in de schaduw van mijn grootvader komen? Hij, de man naar wie iedereen opkeek. Vol wijsheid en zelfbeheersing. En ik, een dikke onzekere puber. Mijn moeder legde toen uit dat ik uiteindelijk zelf besliste hoe ik ertegenaan keek. Ik kon in mijn frustratie blijven hangen en almaar ongelukkiger worden, of ik zou minder hoge verwachtingen aan mezelf kunnen stellen en Bapuji puur als inspiratie beschouwen. Ik koos voor het laatste. Zonder mezelf irreële verwachtingen op te leggen. Ik houd van lekker eten, dus waarom zou ik dat laten? Dan maar dik. Vasten is iets wat ik nooit van hem heb overgenomen. Ik kon het niet opbrengen. Terwijl hij zo vaak vastte. Ik wist dat ik nooit zou worden wie hij was. Dat ik zelfs nooit in de buurt zou raken. Maar ik kon wel proberen om mezelf iedere dag een klein beetje beter mens te maken.Intussen had ik het bij tijden echt moeilijk tijdens die twee jaar in zijn ashram. Bapuji geloofde in discipline. Iedereen in de ashram moest zijn schema volgen. We stonden om halfvijf 's morgens op, het gebed was om vijf uur. Daarna deed ik oefeningen, waaronder yoga, en dan was het tijd voor de dagelijkse klusjes. We moesten allemaal helpen, ik dus ook. Wc's schoonmaken hoorde erbij. In India werd dat soort werk meestal door de laagste kasten uitgevoerd, maar Bapuji was daar tegen. Hij wilde de klassenverschillen doorbreken. In het begin vond ik het vreselijk om met emmers vol uitwerpselen rond te sjouwen. Maar ik kon er niet onderuit. En ik moest toegeven dat het ons allemaal gelijkmaakte, waardoor het na een tijdje minder erg was. Na het ontbijt volgde ik lessen buiten in de brandende zon. Mijn leraar was een excentrieke man die een gelofte had afgelegd dat hij nooit beschutting mocht zoeken. Meer mensen in de ashram legden geloften af. Om hun discipline en standvastigheid aan te scherpen. Al werd het 45 graden, ik mocht geen schaduw opzoeken. Mijn grootvader hield van excentrieke mensen die hun eigen mening hadden. Hij was veel ongeduldiger met mensen die zelf niet nadachten. Voor veel mensen was uw grootvader een icoon. Hoe was hij als opa?GANDHI: Een warme man met een grote dosis empathie. In de laatste twee jaar van zijn leven die ik bij hem woonde, gebeurde er veel (Mahatma werd op 30 januari 1948 doodgeschoten door een extremistische hindoe, Arun was een maand eerder teruggekeerd naar zijn ouders, nvdr). India werd onafhankelijk in 1947, iets waar hij hard voor had gestreden. Maar er ging veel geweld mee gepaard. Miljoenen hindoes, moslims en sikhs werden gedood. Mijn grootvader werd als leider van de Indiase vrijheidsstrijd geen minuut met rust gelaten, iedereen had hem nodig, wilde zijn advies. Maar toen ik bij hem kwam wonen, had hij besloten elke dag een uur met me door te brengen. Dat bleef hij doen, ook in die hectische laatste maanden van zijn leven. Tijdens dat uur zaten we te spinnen. Intussen vertelde hij verhalen, vroeg hoe mijn dag was geweest. Hij was een goeie multitasker. Als we samen zaten en praatten, konden we net zo goed onze handen gebruiken, zei hij. Hij had ook veel humor. Als we gingen wandelen, 'gebruikte' hij de twee mensen naast hem als wandelstok: hij sloeg dan zijn armen om onze schouders, gooide zijn benen in de lucht en zwaaide heen en weer als een klein kind. Plezier dat hij daarin had.Mahatma's andere kleinkinderen betreuren het dat hij zo weinig tijd voor hen had. U was kennelijk een uitzondering.GANDHI: Ik beschouw mezelf als geluksvogel dat ik twee jaar zo intensief met hem heb doorgebracht. De andere kleinkinderen woonden allemaal in India en zochten hem in het weekend op. Wij kwamen elke drie jaar voor een paar maanden naar India op bezoek. Mijn vader, de tweede zoon van vier, was overigens de enige die het werk van mijn grootvader voortzette. Ik ben net op het juiste moment naar hem toe gestuurd, denk ik. Hoewel Bapuji ook veel onderweg was. Als het kon, nam hij me mee op zijn reizen. Hij was ook voor mijn neven en nichten een liefhebbende grootvader, maar ze hadden niet dezelfde mogelijkheid als ik om zo veel tijd met hem door te brengen. Uiteraard was hij geen doorsneegrootvader, hij was wereldberoemd en zijn idee over familie was mee geëvolueerd. De hele wereld was zijn familie geworden. Hij beschouwde iedereen als kleinkind.Toen uw grootvader werd vermoord, werd uw woede zwaar op de proef gesteld. Hielpen zijn lessen toen?GANDHI: Ik was veertien en net terug van mijn twee jaar in India. Samen met mijn jongere zus wandelde ik van school naar huis toen een man van de ashram (van de leefgemeenschap in Zuid-Afrika waar Mahatma jaren woonde, nvdr.) op me afstormde. 'Ga zo snel mogelijk naar huis, er is iets gebeurd', zei hij. Ik begreep dat het ernstig was en rende naar mijn ouders. Mijn moeder was alleen thuis, ze huilde. De telefoon rinkelde constant. Tussendoor probeerde ze me te vertellen wat er was gebeurd. Ik was verbijsterd, kon niet begrijpen dat iemand in staat was de meest vreedzame man ter wereld om het leven te brengen. Na een paar uur kwam mijn woede boven. Tegen mijn vader zei ik dat ik de dader had willen wurgen als ik er was geweest. Mijn vader keek me aan, sloeg zijn arm om me heen en vroeg of ik de lessen van Bapuji nu al vergeten was. Dat kwam aan. Vanaf dat moment heb ik mijn agressie kunnen kanaliseren. Maar het knarste, het borrelde diep van binnen toen ik hoorde dat de hele wereld geschokt was, dat meer dan anderhalf miljoen Indiërs van elke kaste, religie of etnische groepering mee liepen in de begrafenisstoet. Wij konden er niet op tijd bij zijn, en luisterden de volgende dag via een krakerige radio naar de begrafenis. Het meest verbijsterende was dat het geweld in India na zijn dood plots stopte. Er was een schokgolf door het land gegaan. Met positieve gevolgen. Als dat kon, dan moest ik het ook kunnen, wist ik. Dat heeft geholpen.'