Het rapport stelt dat het aantal Amerikaanse luchtaanvallen in Somalië is toegenomen na 30 maart 2017. Die dag ondertekende de Amerikaanse president Trump een 'executive order', waarin hij het zuiden van Somalië uitriep tot 'actief vijandig gebied'.

In de laatste negen maanden van 2017 voerden de Amerikaanse strijdkrachten 34 luchtaanvallen uit in Somalië, meer dan in de periode 2012-2016. Dat aantal liep in 2018 op tot 47. In januari en februari van 2019 alleen al waren het er 24. Bij alleen al vijf van die aanvallen van de voorbije twee jaar werden volgens het rapport veertien burgers gedood en acht verwond.

De vijf aanvallen gebeurden met Reaper-drones en bemande vliegtuigen in Neder-Shabelle, de regio rond de hoofdstad Mogadishu, die grotendeels gecontroleerd wordt door al-Shabaab.

Geconfronteerd met de bevindingen van Amnesty International blijft het US Africa Command (AFRICOM) ontkennen dat burgers werden gedood bij zijn operaties in Somalië. 'Dit is een groteske bewering als je weet dat het aantal luchtaanvallen in Somalië sinds 2016 verdrievoudigd is en nu het gezamenlijke aantal luchtaanvallen in Libië en Jemen overstijgt. Wij hebben maar een handvol aanvallen onderzocht en daarbij komen meteen al verschillende dodelijke burgerslachtoffers aan het licht', zegt Brian Castner, Amnesty's senior expert over wapens en militaire operaties.

De organisatie wil dat de Amerikaanse regering garandeert dat alle geloofwaardige informatie over burgerslachtoffers wordt onderzocht, dat de verantwoordelijken voor misdaden rekenschap afleggen en dat slachtoffers en overlevenden een schadevergoeding krijgen. 'De regeringen van zowel Somalië als de Verenigde Staten moeten een einde maken aan het gebrek aan transparantie en moeten meer doen om getroffen gemeenschappen in staat te stellen zelf burgerslachtoffers te melden. Als dat niet gebeurt, blijft gerechtigheid een illusie', zegt Ella Knight, Amnesty's onderzoeker voor militaire en andere veiligheidsthema's.