Deze week is Kamala Harris in Mexico en Guatemala. De Amerikaanse vicepresident heeft van haar baas Joe Biden de opdracht gekregen om de aanhoudende migratiecrisis aan te pakken.

Aan de zuidgrens van de Verenigde Staten blijven grote aantallen migranten arriveren. In april - de meest recente cijfers - hield de grenswacht meer dan 178.622 migranten aan, onder wie veel alleenreizende kinderen en gezinnen, veelal uit de Midden-Amerikaanse landen Guatemala, El Salvador en Honduras. Het Witte Huis staat onder aanzienlijke druk om er iets aan te doen.

Aanhoudingen van migranten aan de Amerikaanse zuidgrens blijven toenemen in 2021:

null, CBP
null © CBP

Democraat Joe Biden heeft Midden-Amerika vier miljard dollar ontwikkelingshulp beloofd. Daarmee wil hij de zogenaamde push-factoren temperen: onder meer armoede, werkloosheid, honger, geweld en corruptie. Een deel van het geld gaat naar Mexicaanse en Midden-Amerikaanse veiligheidsdiensten, die strenger moeten optreden tegen migranten.

Maar helpt al die Amerikaanse ontwikkelingshulp wel? De New York Times betwijfelt het. De voorbije tien jaar ontving Guatemala reeds 1,6 miljard dollar. Volgens de krant vloeide een groot deel daarvan naar Amerikaanse ngo's en hulporganisaties, die hun velerlei kosten dekken, directeurs hoge lonen betalen en zelfs winst maken vooraleer ze diensten verlenen. Volgens experts verdwijnt 50 procent van de ontwikkelingshulp in de kas van die ngo's.

Ook zijn het vooral Amerikaanse - niet lokale - ngo's die met de Amerikaanse hulpbedragen aan de haal gaan. Tussen 2016 en 2020 zou goed tachtig procent van Amerika's ontwikkelingshulp naar Amerikaanse hulporganisaties zijn gegaan, dit volgens cijfers van overheidsagentschap U.S. Agency for International Development.

'Waar gaat al het geld heen? Waar is de hulp?' zegt een Guatemalteekse landbouwer die in het verleden met Amerikaanse hulporganisaties in contact is gekomen, tegen de krant.

De VS sturen Midden-Amerika al jaren hulp, maar dat lijkt de migratiecijfers niet te drukken. Integendeel.

Bovendien lijkt de geschiedenis zich te herhalen. In 2014 werd toenmalig president Barack Obama geconfronteerd met zijn eigen migratiecrisis, toen tienduizenden minderjarigen aan de grens opdaagden. De Democraat maakte 750 miljoen dollar vrij voor Midden-Amerika en gelastte zijn vicepresident, Joe Biden, het probleem aan te pakken.

'Het voelt als een déjà vu', schrijft journalist James Fredrick in de Washington Post. Barack Obama, Donald Trump, Joe Biden: elke president hanteert zijn eigen toon, maar altijd vragen ze Mexico en Midden-Amerika harder op te treden tegen niet-reguliere migratie - in ruil voor financiële hulp. En altijd herhalen ze dezelfde recepten.

Deze week is Kamala Harris in Mexico en Guatemala. De Amerikaanse vicepresident heeft van haar baas Joe Biden de opdracht gekregen om de aanhoudende migratiecrisis aan te pakken. Aan de zuidgrens van de Verenigde Staten blijven grote aantallen migranten arriveren. In april - de meest recente cijfers - hield de grenswacht meer dan 178.622 migranten aan, onder wie veel alleenreizende kinderen en gezinnen, veelal uit de Midden-Amerikaanse landen Guatemala, El Salvador en Honduras. Het Witte Huis staat onder aanzienlijke druk om er iets aan te doen. Aanhoudingen van migranten aan de Amerikaanse zuidgrens blijven toenemen in 2021: Democraat Joe Biden heeft Midden-Amerika vier miljard dollar ontwikkelingshulp beloofd. Daarmee wil hij de zogenaamde push-factoren temperen: onder meer armoede, werkloosheid, honger, geweld en corruptie. Een deel van het geld gaat naar Mexicaanse en Midden-Amerikaanse veiligheidsdiensten, die strenger moeten optreden tegen migranten. Maar helpt al die Amerikaanse ontwikkelingshulp wel? De New York Times betwijfelt het. De voorbije tien jaar ontving Guatemala reeds 1,6 miljard dollar. Volgens de krant vloeide een groot deel daarvan naar Amerikaanse ngo's en hulporganisaties, die hun velerlei kosten dekken, directeurs hoge lonen betalen en zelfs winst maken vooraleer ze diensten verlenen. Volgens experts verdwijnt 50 procent van de ontwikkelingshulp in de kas van die ngo's. Ook zijn het vooral Amerikaanse - niet lokale - ngo's die met de Amerikaanse hulpbedragen aan de haal gaan. Tussen 2016 en 2020 zou goed tachtig procent van Amerika's ontwikkelingshulp naar Amerikaanse hulporganisaties zijn gegaan, dit volgens cijfers van overheidsagentschap U.S. Agency for International Development. 'Waar gaat al het geld heen? Waar is de hulp?' zegt een Guatemalteekse landbouwer die in het verleden met Amerikaanse hulporganisaties in contact is gekomen, tegen de krant. De VS sturen Midden-Amerika al jaren hulp, maar dat lijkt de migratiecijfers niet te drukken. Integendeel.Bovendien lijkt de geschiedenis zich te herhalen. In 2014 werd toenmalig president Barack Obama geconfronteerd met zijn eigen migratiecrisis, toen tienduizenden minderjarigen aan de grens opdaagden. De Democraat maakte 750 miljoen dollar vrij voor Midden-Amerika en gelastte zijn vicepresident, Joe Biden, het probleem aan te pakken. 'Het voelt als een déjà vu', schrijft journalist James Fredrick in de Washington Post. Barack Obama, Donald Trump, Joe Biden: elke president hanteert zijn eigen toon, maar altijd vragen ze Mexico en Midden-Amerika harder op te treden tegen niet-reguliere migratie - in ruil voor financiële hulp. En altijd herhalen ze dezelfde recepten.