Hoelang is de aandachtsspanne van de gemiddelde Israëlische televisiekijker in primetime? Afgaande op de presentatie die Benjamin Nethanyahu op 30 april gaf, laat die behoorlijk te wensen over. Alsof hij een spreekbeurt gaf, geheel met knullig in elkaar gestoken powerpointpresentatie, waarschuwde de Israëlische premier zijn publiek voor het gevaar uit Iran. Volgens Nethanyahu, die zijn aankondiging opmerkelijk genoeg in het Engels deed, heeft het regime in Teheran immers gelogen over zijn nucleaire programma, waardoor het nucleaire akkoord dat Iran in 2015 afsloot eigenlijk waardeloos is. Om zijn boodschap te vrijwaren van gelijk welke dubbelzinnigheid, liet Nethanyahu in enorme letters de woorden 'Iran heeft gelogen' op het scherm naast zich projecteren.
...

Hoelang is de aandachtsspanne van de gemiddelde Israëlische televisiekijker in primetime? Afgaande op de presentatie die Benjamin Nethanyahu op 30 april gaf, laat die behoorlijk te wensen over. Alsof hij een spreekbeurt gaf, geheel met knullig in elkaar gestoken powerpointpresentatie, waarschuwde de Israëlische premier zijn publiek voor het gevaar uit Iran. Volgens Nethanyahu, die zijn aankondiging opmerkelijk genoeg in het Engels deed, heeft het regime in Teheran immers gelogen over zijn nucleaire programma, waardoor het nucleaire akkoord dat Iran in 2015 afsloot eigenlijk waardeloos is. Om zijn boodschap te vrijwaren van gelijk welke dubbelzinnigheid, liet Nethanyahu in enorme letters de woorden 'Iran heeft gelogen' op het scherm naast zich projecteren. Die didactisch behoorlijk emfatische aanpak doet vermoeden dat Nethanyahu met zijn boodschap één welbepaalde toeschouwer in gedachten had: de Amerikaanse president Donald Trump. Uiterlijk op 12 mei moet Trump beslissen of Amerika zijn deel van het Joint Comprehensive Plan of Action blijft steunen. Met die JCPOA uit 2015 (beter bekend als de Irandeal) belooft Iran zijn uraniumvoorraad met 98 procent terug te dringen. Teheran laat ook inspectieteams van het Internationale Atoomagentschap toe om te bewijzen dat zijn nucleaire onderzoek louter civiele doeleinden heeft. Als Iran aan die voorwaarden voldoet - wat voorlopig het geval is - beloven Europa en Amerika gaandeweg een deel van de economische en financiële sancties in te trekken. De sancties die Amerika en Europa sinds 2007 aanhouden, zijn voorlopig slechts opgeschort, waardoor de Amerikaanse president om de drie maanden een waiver moet tekenen om die opschorting te verlengen. De deadline voor die beslissing ligt op 12 mei. Het is zeer de vraag of Trump de naar eigen zeggen 'slechtste deal aller tijden' zal blijven honoreren. Zowel de president als zijn naaste adviseurs en ministers koesteren een enorm wantrouwen jegens Iran. Rex Tillerson gold in zijn korte periode als minister van Buitenlandse Zaken als de voornaamste verdediger van de deal, maar werd in maart vervangen door voormalig CIA-directeur Mike Pompeo, die in zijn wittebroodsweken als buitenlandminister graag benadrukt dat Amerika het nucleaire akkoord maar beter kan verlaten. Ook de nieuwe Nationale Veiligheidsadviseur John Bolton geldt als een opperhavik, die al meermaals het idee opperde om het regime in Teheran met een militaire ingreep omver te werpen. 'Voor een aanzienlijk deel van Trumps adviseurs is het persoonlijk', zegt Ali Vaez, projectdirecteur Iran voor de International Crisis Group. 'Figuren als defensieminister James Mattis en stafchef John Kelly hebben tijdens de Irakoorlog vrienden verloren door bermbommen van sjiitische milities, die door Iran werden gesteund. Daar geven ze Iran nog steeds de schuld voor.' Tegelijk blijkt net James 'Mad Dog' Mattis Trumps appetijt voor het opzeggen van de deal te willen temperen. Eind april ging hij lijnrecht tegen zijn president in, door te verzekeren dat het akkoord voldoende garanties bevat om Iran te controleren. 'Mattis is pragmatisch genoeg om te snappen dat het opzeggen van die deal Amerikaanse soldaten in het Midden-Oosten in gevaar kan brengen', zegt Vaez. 'Dat uitgerekend Mattis momenteel de vredesduif lijkt, zegt alles over de richting van de huidige Amerikaanse regering.' Sinds de islamitische revolutie van 1979, waarbij de door het Westen gesteunde sjah Mohamed Reza Pahlavi werd afgezet, verloopt de relatie tussen Amerika en Iran uiterst getroebleerd. Vooral de gijzelingsactie in de Amerikaanse ambassade in Teheran, waarbij een deel van het Amerikaanse ambassadepersoneel 444 dagen lang gegijzeld werd, heeft het Amerikaanse veiligheidsestablishment een chronisch Irantrauma bezorgd. Het mag dan ook niet verbazen dat de groeiende invloed van Iran heel wat beleidsmakers zorgen baart. In zowat alle brandhaarden in het Midden-Oosten heeft Iran een vinger in de pap (zie kaart onderaan). Het regime van Bashar al-Assad overleeft bij de gratie van Iraanse troepen, wapenleveringen, en bevriende milities. In Libanon ontvangt de Hezbollahbeweging jaarlijks voor tientallen miljoenen aan Iraanse steun. In Syrië en Irak worden sjiitische milities getraind door de Iraanse Revolutionair Garde. 'Toch heeft die toenemende invloed weinig te maken met een uitgekiende langetermijnstrategie', waarschuwt Peyman Jafari, Irankenner aan de Universiteit van Amsterdam. 'Die sterkere positie is Iran eigenlijk in de schoot geworpen. Doordat de Amerikanen Saddam Hoessein hebben afgezet, heeft Iran meer invloed in Irak, want de meerderheid van de Irakezen zijn sjiieten. De Arabische revoluties hebben voor een machtsvacuüm gezorgd waardoor Iran nu een dominantere rol heeft. Maar eigenlijk staat Teheran er nog steeds alleen voor.' Officieel is Iran een land met een missie. In zijn beruchte vrijdagpreken vaart ayatollah Ali Khamenei vrijwel wekelijks uit tegen het westerse imperialisme dat erop uit is de volledige moslimwereld te knechten. Volgens de officiële ideologische orthodoxie werpt Iran zich op als de beschermheer van alle moslims en streeft het derhalve de vernietiging van de Verenigde Staten én Israël na. Toch is van echte ideologische bewogenheid nauwelijks sprake, vindt Jafari. 'Het regime probeert zijn buitenlandse politiek te legitimeren door zich als beschermheer van de sjiieten op te werpen, maar eigenlijk is het vooral bezig met geopolitiek. Bovendien zijn de interventies bij een groot deel van de bevolking uiterst impopulair. Veel Iraniërs vinden het verschrikkelijk wat het regime in Syrië doet.' Bovendien gelden de nodige praktische bezwaren. Door de zware economische en financiële sancties kromp het Iraanse bnp tussen 2012 en 2015 met maar liefst 33 procent. Sinds 2010 geldt een VN-wapenembargo tegen Iran, waardoor het Iraanse leger met een aanzienlijke technologische achterstand kampt. Grote rivaal Saudi-Arabië geeft jaarlijks het vijfvoudige uit aan defensie en bouwde ondertussen een armada uit van state-of-the-art straaljagers, helikopters, pantservoertuigen en geschut bij 's werelds meest gerenommeerde wapenfabrikanten. Bovendien weten de Golfstaten zich beschermd door Amerika, dat op het Arabische schiereiland een plejade aan legerbasissen heeft. Bij gebrek aan middelen om zelf troepen te ontplooien, moet Teheran dus improviseren. De voorbije jaren heeft Iran in zijn buurlanden een netwerk opgebouwd van politieke bewegingen en milities die Irans politieke rivalen het vuur aan de schenen leggen. In het kiezen van zijn partners is het regime niet kieskeurig. De meerderheid van de ondersteunde groeperingen zijn sjiitisch, maar Iran financiert even graag niet-sjiieten als Hamas of het Alevitische Assad-regime in Syrië. Doorgaans beperkt Iran zich tot het trainen en bewapenen van milities, soms worden ze ondersteund door militaire adviseurs. 'Iran is erin geslaagd om partners te vinden die niet terugbijten', zegt Ali Vaez. 'Dat is een unicum in de regio, waar groeperingen zich maar al te vaak tegen hun broodheren keren. Iran snapt dat je in het omgaan met dergelijke groeperingen maar beter een lange leiband gebruikt. Ze gunnen hun proxy's veel autonomie, vertrouwen op hun lokale expertise, stellen geen al te hoge eisen.' Hoewel de operaties in Syrië jaarlijks enkele miljarden kosten, is Teheran er wel in geslaagd om de menselijke kosten te beperken. De meeste troepen die in Syrië vechten bestaan uit Libanese, Afghaanse, Iraakse en soms zelfs Pakistaanse strijders. Vooral de Afghaanse Fatemiyoun-strijders - vaak ongetrainde of ongeletterde dagloners - dienen vaak als kanonnenvoer. De verstandhouding tussen Iran en zijn verschillende partners is over het algemeen te krakkemikkig om over een echte alliantie te spreken. 'Vergelijk het met een grote familie, waarbij al die milities neven van elkaar zijn, ' zegt Ali Ansari, Midden-Oostenhistoricus aan de Schotse Universiteit van Saint Andrews. 'Natuurlijk doe je een neef die je om een gunst vraagt weleens een plezier. Maar gehoorzamen aan alles wat je neef vraagt? Dat doet niemand.' Die losse verhouding met bepaalde groeperingen bezorgt Iran geregeld hoofdbrekens. Een notoir recalcitrante partner zijn de Houthi-rebellen in Jemen, die in 2014 tegen alle adviezen van Iran in de hoofdstad Sanaa binnenvielen. Sinds Saudi-Arabië in 2015 een interventie opzette tegen de rebellen plukt Iran echter de vruchten van zijn investeringen. 'Die steun voor de Houthi's is extreem kostenefficiënt', aldus Jafari. 'Saudi-Arabië heeft zich compleet vastgelopen in Jemen. Het spendeert er honderden miljoenen maar boekt eigenlijk nauwelijks vooruitgang.' Ondanks een relatief succesvol buitenlands beleid maakt het regime in eigen land een langdurige crisis door. In januari braken als bij donderslag grootschalige protesten uit over verschillende Iraanse steden. Tienduizenden betogers scandeerden leuzen tegen de islamitische republiek en schreeuwden om de terugkeer van het sjahregime. Het publiek van die protesten kwam vooral uit de laagopgeleide inwoners uit de provinciesteden en dorpen, waar de economische malaise pijnlijk voelbaar is. 'Dat was een schok voor het regime', meent Michael Axworthy, voormalig hoofd van de Iransectie bij het Brits ministerie van Buitenlandse Zaken. 'Tot nu toe wilden betogers hoogstens hervormingen, maar deze keer eisten ze expliciet het einde van de islamitische republiek. Bovendien kwam het protest van dat deel van de bevolking dat het regime als zijn machtsbasis beschouwt.' Hoewel de islamitische revolutie volgend jaar zijn veertigste verjaardag viert, lijkt een groot deel van de Iraanse bevolking ondertussen zijn bekomst gehad te hebben van de islamitische republiek. Vooral de autoritaire manier waarop het regime religieuze orthodoxie eist van zijn burgers, stuit veel Iraniërs tegen de borst. 'Het regime heeft een bijna ziekelijke neiging om het leven van zijn burgers uit te stippelen', zegt Alex Vatanka, Iranspecialist bij het prestigieuze Middle East Institute in Washington. 'Een Rus kan zich misschien ergeren aan het feit dat hij weinig politieke keuze heeft, maar op het einde van de dag kan hij wel in alle rust een wodka achteroverslaan. In Iran wil de overheid alles bepalen: klederdracht, religieuze overtuiging, eetgewoonten.' 'Over de hele lijn zie je dat de Iraanse bevolking rebelleert tegen de strekking van het regime', vervolgt Vatanka. 'Er zijn steeds meer Iraniërs die zich openlijk agnost of atheïst noemen. Er zijn er honderdduizenden die zich stiekem tot het christendom bekeren. Er wordt vaker gescheiden, meer alcohol gedronken en drugs gebruikt. Steeds meer vrouwen komen in opstand tegen de hoofddoek: niet omdat ze iets tegen de hoofddoek op zich hebben, maar omdat ze een probleem hebben met de verplichting. Het is een enorme paradox: veertig jaar islamitische republiek hebben de Iraniërs liberaler en minder religieus gemaakt. Een groot deel van de bevolking snakt naar meer sociale vrijheden.' Binnen het opake Iraanse systeem, waarbij verschillende machtscentra elkaar voortdurend beconcurreren en vaak lijnrecht tegen elkaar ingaan, krijgt die drang naar sociale liberalisering nauwelijks een politieke vertaling. Want hoewel Iraniërs om de vier jaar een president verkiezen en daarbij zelfs een (beperkte) keuze hebben, zit zowat alle macht geconcentreerd bij de rahbar (Farsi voor 'leider'), de geestelijke leider die officieel als staatshoofd geldt. Al 29 jaar is die positie in handen van Ali Khamenei, die in 1989 Ruhollah Khomeini opvolgde. 'Iran heeft een collectieve vorm van leiderschap', aldus Ansari. 'Je kunt Khamenei het best vergelijken met de voorzitter van een raad van bestuur. Alleen heeft hij alle gematigde bestuursleden allang uit de raad verwijderd.' Dat de conservatieven sinds 2013 alle verkiezingen verloren, heeft dus nauwelijks invloed op het beleid van de islamitische republiek. 'Alle belangrijke machtsinstellingen zijn in handen van de conservatieven, ' zegt Jafari. 'De geestelijke leider, de Revolutionaire Garde, de veiligheidsdiensten en het gerechtelijk apparaat zitten allemaal op conservatieve lijn.' Bovendien worden alle kandidaten voor zowel parlements- als presidentsverkiezingen op voorhand doorgelicht door de Raad der Hoeders, het grondwettelijke orgaan. Ook huidig president Hassan Rouhani, die zich tijdens de campagne in 2013 en 2017 profileerde als hervormer, heeft die strenge selectie doorlopen. 'Rouhani is absoluut geen hervormer', waarschuwt Alex Vatanka. 'Eigenlijk is hij een pragmaticus. Zijn meningsverschillen met hardliners als Khamenei zijn vooral tactisch van aard. Rouhani vindt dat het voor het overleven van het regime nodig is om de economie te liberaliseren en het internationale isolement te doorbreken. De hardliners vinden dan weer dat het regime geen teken van zwakte hoort te tonen.' Desalniettemin is de alomtegenwoordige onvrede bij de bevolking in regimekringen een grote bron van onrust. Vatanka vergelijkt de uitdagingen in Iran met die van Saudi-Arabië, waar kroonprins Mohammed bin Salman weer bioscopen toelaat om de bevolking te paaien. 'Fundamenteel gaat het om dezelfde uitdaging: hoe behoud je legitimiteit bij de bevolking zonder de macht te moeten opgeven?' In tegenstelling tot andere autoritaire regimes in de regio als Saudi-Arabië of Egypte laat het Iraanse regime vandaag best wel ruimte voor maatschappelijk debat. In Perzischtalige media is er verrassend veel plaats voor kritiek op het beleid. 'Zolang je geen persoonlijke kritiek levert op de geestelijke leider, kan momenteel ongeveer alles, ' verzekert Vatanka. 'Het is hun manier om de woede en frustratie te kanaliseren. Ze zijn ervan overtuigd dat het geen zin heeft om elk kritisch geluid onmiddellijk te smoren met geweld.' Toen Rouhani in april 2015 aankondigde dat Iran een nucleair deal had gesloten, brak er in Teheran net geen volksfeest uit. Dat aanvankelijke enthousiasme is ondertussen grotendeels weggeëbd, omdat het akkoord de hooggespannen verwachtingen binnen de Iraanse bevolking niet kon inlossen. Ansari legt de verantwoordelijkheid daarvoor bij Rouhani. 'Hij heeft de Irandeal volledig verkeerd ingeschat. Hij beweerde dat de sancties na de deal opgeheven zouden worden en er grootschalige westerse investeringen zouden komen, dat er weldra rechtstreekse vluchten tussen Teheran en New York zouden vliegen. Ik snap niet waar dat vandaan komt: er staat niets in het akkoord dat zelfs maar suggereert dat zoiets zou gebeuren.' Het voornaamste probleem, aldus Ansari, is dat Iran gewoon slecht onderhandeld heeft. 'Ik vind het onwaarschijnlijk dat de Iraanse onderhandelaars niet gevraagd hebben om toegang tot de dollar te krijgen. De bankenwereld is een internationaal netwerk, waarbij digitale geldstromen alle grote financiële hubs passeren: Tokio, Londen, maar vooral New York. Daaraan kun je enkel deelnemen als je de rial kunt omzetten naar dollars, en dat is nog steeds onmogelijk. Daardoor wil vrijwel geen enkele Europese of Amerikaanse grootbank het risico lopen om in Iran te investeren.' Ansari schrijft die lapsus - hoe onwaarschijnlijk het ook klinkt - toe aan incompetentie. 'Sinds de sancties van 2007 heeft Iran geen toegang meer tot de internationale bankensector. Door dat isolement heeft het de evoluties sinds de beurscrash van 2008 totaal gemist. De Iraniërs zijn er niet in geslaagd om de internationale aard van het bankensysteem te doorgronden.' Brengt dat groeiende maatschappelijke ongenoegen het regime aan het wankelen? De economische toekomst van Iran oogt alvast grimmig. Naast de enorme structurele jeugdwerkloosheid is de inflatie de voorbije maanden vervijfvoudigd en verliest de rial al maanden aan waarde. Stakingen verspreiden zich als een lopend vuurtje. Voor de zomer worden grootschalige problemen met de watertoevoer verwacht, die in bepaalde regio's nu al ontoereikend is. Kenners vermoeden dat de huidige ruimte voor discussie en kritiek dan ook van tijdelijke duur zal blijken, en het maar een kwestie van tijd is voor de hardliners weer de duimschroeven aandraaien. De voorbije maanden werden tal van academici gearresteerd die kritiek hadden op de overheid. Vorige week besloot het - door conservatieven gecontroleerde - gerecht om de populaire berichtendienst Telegram te verbieden. Het verbod komt er ondanks nadrukkelijke beloften van Rouhani om de applicatie open te houden. 'Het toont aan hoe machteloos hij staat tegenover de veiligheidsdiensten', aldus Vaez. 'Rouhani krijgt intern veel kritiek op zijn beslissing om de Irandeal door te duwen. Het is moeilijk om binnen het Iraanse regime iemand te vinden die gelukkig is met de deal. Er is een groeiende groep hardliners die vinden dat Iran gewoon zélf uit het verdrag moet stappen.' Die interne dynamiek bemoeilijkt de beslissing voor Trump. 'Als hij het nucleaire akkoord opblaast, speelt hij eigenlijk de hardliners in de hand', waarschuwt Jafari. 'De conservatieven gedijen bij isolement. Als Trump de deal opzegt, bewijst hij dat Amerika niet te vertrouwen is, zoals de hardliners beweren. Het zou enorm jammer zijn als Trump het regime zou aanmoedigen om harder op te treden tegen de eigen bevolking.' Want zelfs al is er een wijdverspreid ongenoegen over de gang van zaken in de islamitische republiek, toch lijkt de ineenstorting van het regime niet meteen ophanden. 'Iran is zoals elk land in het Midden-Oosten: het is stabiel tot het dat niet meer is', grijnst Vaez. 'Het regime is vastberaden om aan de macht te blijven. Ze hebben al voor veel hetere vuren gestaan. Tijdens de oorlog met Irak in de jaren tachtig zag het er op een bepaald moment naar uit dat Saddam Hoessein het regime compleet zou vernietigen. In vergelijking daarmee zijn de huidige uitdagingen een lachertje.'