'Vroeg of laat krijgen ook wij onze vrijheid.' Het was 2009. Ik bevond me met enkele jonge ondernemers en professoren op een terras in Sittwe, een kleine havenstad in het westen van Myanmar. De eerste kleurrijke ledverlichting had haar intrede gedaan en de eigenaar van de bar was er duidelijk heel erg trots op. Met de kleurenspots deden ook andere zaken hun intrede in het land: mobiele telefoons, internet en vooral het optimisme dat Myanmar eindelijk het starre militaire regime van de Staatsraad voor Vrede en Ontwikkeling zou afschudden. Die staatsraad, dat was de militaire junta.
...

'Vroeg of laat krijgen ook wij onze vrijheid.' Het was 2009. Ik bevond me met enkele jonge ondernemers en professoren op een terras in Sittwe, een kleine havenstad in het westen van Myanmar. De eerste kleurrijke ledverlichting had haar intrede gedaan en de eigenaar van de bar was er duidelijk heel erg trots op. Met de kleurenspots deden ook andere zaken hun intrede in het land: mobiele telefoons, internet en vooral het optimisme dat Myanmar eindelijk het starre militaire regime van de Staatsraad voor Vrede en Ontwikkeling zou afschudden. Die staatsraad, dat was de militaire junta. En die junta leek een patent te hebben op eufemismen. Het jaar voor mijn bezoek had een referendum het pad geëffend naar een 'discipline-florerende democratie'. Er zouden democratische verkiezingen worden gehouden. Het leger zou naar de achtergrond verdwijnen maar blijven instaan voor de stabiliteit van het land. Aardig wat zetels in het parlement werden gereserveerd voor generaals, alsook belangrijke departementen zoals Binnenlandse Zaken. Het was niet alles, maar het was al iets. Voor velen was het vooral een opening voor de activiste en Nobelprijswinnaar Aung San Suu Kyi om op het politieke voorplan te treden. In de periode tussen 2008 en 2019 leek de transitie van een gesloten kazernestaat naar een open democratie onstuitbaar. En dat voelde ik ook aan de geestdrift op de pier van Sittwe. Terwijl de eigenaar van de bar de beats van Koreaanse popmuziek steeds luider uit zijn geluidsinstallatie perste en de laatste sampans de baai binnengleden, werd de sfeer op het terras uitbundig. Er werd gesproken over investeringen uit Europa, de grondstoffen die Myanmar op de internationale markt te gelde zou kunnen maken, de terugkeer van Pagan, het historische Birmese koninkrijk (11e-13e eeuw), dat rijk werd door handel te drijven. In 2010 beëindigde de junta het huisarrest van Aung San Suu Kyi en vijf jaar later werd zij verkozen tot 'raadgever van de staat', zeg maar de premier. Het bleef moeilijk balanceren. Suu Kyi was bijvoorbeeld niet in staat om de wrede onderdrukking tegen de Rohingya te veroordelen en ging de generaals zelfs verdedigen voor het Internationaal Strafhof. Ondertussen namen de spanningen toe. De generaals vroegen zich af of de transitie niet te snel ging. Maar ook het gemor van de bevolking zwol aan. Voor sommigen gingen de hervormingen niet snel genoeg. Een voorstel van de partij van Aung San Suu Kyi om de grondwet verder te hervormen botste op een njet. Die wrevel werd versterkt door economische tegenslag: tegenvallende export, tegenvallende inkomsten uit aardgas en daarbovenop de impact van de coronapandemie. Myanmar blijft een straatarm land, waar het gemiddelde inkomen drie euro per dag bedraagt. Eind vorig jaar verklaarden de generaals dan de verkiezingsresultaten ongeldig, nadat de juntagezinde partij een verpletterende nederlaag had geleden. Het hek was van de dam. De hoop sloeg om in woede en die woede raast nu door de steden. Een burgeroorlog? Een interventie van het naburige China? Er wordt flink gespeculeerd wat de volgende fase wordt. Voorlopig willen de Chinezen alvast niet weten van een interventie. Ze beseffen wellicht dat ze wel eens vastgezogen zouden kunnen worden in een langdurig conflict. China stelt zich op zoals het zich doorgaans opstelt in onstabiele landen: de storm uitzitten, met alle partijen praten, wachten tot ze uitgeput raken, een transitie bespoedigen en met de nieuwe machtshebbers in zee gaan. Dat is ook het meest waarschijnlijke scenario in Myanmar. Een storm moet je laten uitrazen en dan de schade herstellen. Voorlopig kan China hoop putten uit het wedervaren van recent oproer elders in Azië. Hongkong, Thailand, Maleisië, Indonesië: telkens weer ging de opstandigheid na een tijd liggen. Toch is dat scenario geen uitgemaakte zaak. Chinese media beschuldigen de Amerikanen ervan achter de onrust te zitten en de Chinese belangen in Myanmar te willen ondermijnen. Er werd op Chinese sociale media ook ziedend gereageerd op de aanslagen tegen Chinese bedrijven in het buurland. Er loopt een aardgaspijpleiding van de Golf van Bengalen naar China. Die levert slechts drie procent van de totale Chinese gasinvoer, maar een aanslag tegen die corridor zou toch een kleine oorlogsverklaring zijn. Als het conflict escaleert, wordt het moeilijk voor Peking om aan de zijlijn te blijven.