In het rapport staan verschillende scenario's vermeld om de vermoedelijke stijging van het zeeniveau tegen het jaar 2100 (in vergelijking met de periode 1986-2005) weer te geven. Bij ongewijzigd beleid wordt uitgegaan van een stijging tussen de 60 en 110. Wanneer de uitstoot van broeikasgassen wordt teruggedrongen en de gemiddelde temperatuurstijging beperkt wordt tot minder dan 2 graden, zal het waterpeil op zee tegen het einde van de eeuw nog altijd met 30 tot 60 centimeter stijgen.

Volgens het rapport is er al sinds enkele decennia sprake van een versnelde stijging van het zeeniveau, als gevolg van het smeltende ijs in Groenland en Antarctica. Voor de periode 2006-2015 ging het om een stijging van gemiddeld 3,6 mm per jaar. Het zeeniveau stijgt daarmee al dubbel zo snel als in de twintigste eeuw en het tempo neemt alleen maar toe, zo stellen de klimaatwetenschappers van het IPCC.

'Tussen 2300 en 2500 zijn de gevolgen catastrofaal'

Frank Pattyn, glacioloog aan de Université Libre de Bruxelles, was afgelopen dagen met de Belgische delegatie in Monaco om het nieuwe rapport van het IPCC te ratificeren. Hij ziet dat het nieuwe IPCC-rapport eerdere bevindingen onderstreept en zelfs versterkt. Daardoor moet er snel verandering optreden, of de mens zal zich niet kunnen aanpassen.

'Ik vind het altijd interessant om zo'n rapport te vergelijken met een vorige. Dat dateerde uit 2013 en onderstreept dit volledig. Met dit verschil dat het versneld doorgaat. Het ijs smelt sneller, de zeespiegel stijgt sneller en met gevolg dat de dramatische effecten in onze voorspelling vroeger optreden', merkt Pattyn op.

De IPCC kijkt in haar nieuwe rapport over de oceanen en de cryosfeer, de met ijs en sneeuw bedekte plaatsen, voor het eerst verder dan het jaar 2100. 'Als je verder kijkt zie je dat de grootste veranderingen, die echt catastrofaal zijn, nadien optreden. We spreken dan van stijgingen van de zeespiegel van 2 tot 5 meter tussen 2300 en 2500. Dat is enorm snel, want zelfs als je dat vergelijkt op geologische tijdschalen, spreken we over slechts twee eeuwen. Dat zijn tijdschalen waarbij adaptatie bijna niet mogelijk is', stelt de ULB-glacioloog vast.

'We gaan duidelijk naar een 'tipping point'. Het is die snelheid die voor de mens zeer belangrijk is. Hoe snel kunnen we ons aanpassen aan een verandering? Hoe sneller dat moet gebeuren hoe moeilijker. Je moet dan ook kijken naar hoe snel we mensen kunnen verplaatsen als die zeespiegel stijgt', verklaart Pattyn.

Toch ziet de onderzoeker van de ULB nog mogelijkheden, want de meegegeven modellen gaan uit van een worst case scenario, waarbij de mens niet ingrijpt. 'Het is allemaal nog mogelijk. Het verschil is duidelijk, wanneer je de temperatuur probeert te stabiliseren tot rond 2 graden heb je nog de mogelijkheid dat alles remt en dat adaptatie minder hard is', aldus Pattyn.

'We zitten duidelijk in het tijdperk Antropoceen. De mens heeft de aarde zo hard veranderd dat we in een nieuwe klimaatsituatie zitten, met temperaturen die vergelijkbaar zijn met het verre verleden. Alleen was de mens toen nog niet zo prominent aanwezig', besluit Pattyn.

'Voor nieuw ijs is het wachten op de volgende ijstijd'

Het nieuwe IPCC-rapport toont aan dat het zeeniveau in sneltempo stijgt doordat gletsjers en ijskappen al even snel smelten. Philippe Huybrechts, klimatoloog en glacioloog aan de Vrije Universiteit Brussel, benadrukt dat het verdwijnen van het ijs onomkeerbaar is. Er is een dringende reductie van de uitstoot van broeikasgassen nodig, maar zelfs wanneer we in 2050 koolstofneutraal worden, zal het zeeniveau blijven stijgen, gelooft Huybrechts.

Het klimaatrapport dat zich ditmaal richt op de oceanen en de cryosfeer (de met ijs en sneeuw bedekte plaatsen) en maakt duidelijk dat het zeeniveau nog sneller stijgt dan verwacht. 'De antarctische ijskap smelt drie keer sneller in de afgelopen tien jaar dan in de tien jaar ervoor en Groenland dubbel zo snel. De stijging van het zeeniveau is nu al dubbel zo groot dan in de 20ste eeuw. De zeespiegelstijging is niet tegen te houden, maar de snelheid waarmee ze stijgt kunnen we wel controleren en tegengaan', benadrukt de VUB-onderzoeker. 'Dat kan enkel door de CO2-emissies zo snel mogelijk te reduceren naar nul en zelfs tegen te gaan. Een drastische reductie en het bereiken van de koolstofneutraliteit is nodig tegen het midden van de eeuw. Toch zal ook in dat geval het zeeniveau blijven stijgen', stelt Huybrechts.

Intussen verdwijnt ook het ijs aan een versneld tempo. Het IPCC toont in het rapport aan dat in het slechtste scenario aan het eind van de eeuw tot 80 procent van de gletsjers verdwenen zal zijn in laaggelegen gebergten zoals de Alpen, de Kaukasus en de tropische Andes. 'Maar zelfs in een gunstiger scenario zal het merendeel verdwenen zijn. De gletsjers reageren nog na op de opwarming uit het verleden', zegt de glacioloog. 'Het ijs komt niet terug, dat is onomkeerbaar op een tijdschaal van honderden tot duizenden jaren. Als we het ijs willen terug laten groeien, moeten we vrees ik wachten op de volgende ijstijd', is Huybrechts duidelijk.

Voor de mens zal het stijgende zeeniveau duidelijke gevolgen hebben, maar pakweg op skivakantie gaan wordt ook moeilijker. 'De sneeuwlijn trekt met elke graad opwarming 150 meter op. Laaggelegen skigebieden krijgen het moeilijker. Er zullen alsmaar kortere skiseizoenen zijn en kortere periodes met sneeuwval', vertelt Huybrechts.

Tenslotte tast de klimaatopwarming ook het permafrost, de permanent bevroren grond, aan. Daaronder schuilt heelt wat koolstof in de vorm van methaan en cO2, maar het rapport blijft zeer genuanceerd over het vrijkomen van dat gas. 'De permafrost smelt vandaag, maar het kan nog niet vastgesteld worden of dat een nettobron van CO2 naar de atmosfeer is. Dat komt door een ander proces. Tegelijkertijd met het smelten van de ijskappen krijgen we ook een vergroening van het Antarctisch gebied, waardoor planten beter groeien en dat neutraliseert in de toendragebieden het CO2 en de methaan die vrijkomt', legt Huybrechts uit.

'Vissen zullen zich verplaatsen en andere zullen verdwijnen'

Vissen zullen steeds harder lijden onder de opwarming van de aarde, want het zuurstoftekort in het water groeit en er treedt steeds meer verzuring op. Dat wordt benadrukt in het nieuwe IPCC-rapport. Wetenschappers zien vissenpopulaties nu al opschuiven door de warmer wordende oceaan en zo zullen soorten verzwakken en zelfs verdwijnen.

'Er wordt in het rapport duidelijk naar voor gebracht dat de verandering in de zuurstofniveaus in de oceaan een belangrijke rol zal spelen. Dat is erg belangrijk, want vroeger ontstond hier meer onzekerheid rond. In de komende jaren kunnen we hieruit leren', stelt Anton Van de Putte, oceaanexpert aan het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen.

'Door het zuurder worden van de zee kunnen organismen moeilijker een skelet aanmaken en dat wil zeggen dat ze zwakker worden en minder goed zullen overleven. Als de zuurstofconcentratie afneemt zullen ze ook minder goed kunnen ademen en moeilijker overleven. Maar de directe impact hiervan nu al inschatten is nog te moeilijk', zegt Van de Putte.

Samen met de verzuring en verandering in zuurstofniveaus wordt het water van de oceaan steeds warmer. Terwijl landdieren het eerder gewoon zijn om zich aan te passen aan verschillende klimaatomstandigheden, zijn vissen dat niet. 'Er zullen hierdoor zeker soorten verdwijnen. In de oceaan zijn ze een stabiele omgeving gewoon en daardoor kunnen ze moeilijk verandering verdragen.

Sommige poolvissen hebben echt de genen verloren om zich aan te passen en zij zullen verdwijnen', vertelt Gudrun De Boeck, biologe aan de Universiteit Antwerpen. 'Vissen reageren heel verschillend. We zien dat veel soorten het nog redelijk doen bij die verzuring en hogere temperaturen, maar tropische vissen krijgen het moeilijker. Hoewel die al in warmer water leven, zitten die vaak al tegen hun limiet. Door die verzuring verandert ook hun gedrag. De vissen zwemmen bijvoorbeeld verder weg van het koraal of de larven blijven weg doordat de geur van het koraal is veranderd', vervolgt de biologe van de Universiteit Antwerpen.

Veel vissen zullen zich door de temperatuurverandering in het water gaan verplaatsen en dat heeft rechtstreeks gevolgen voor de visserij en de mens. Vooral aan de kusten ontstaat er een zuurstoftekort. De sector van de visserij zal een grote impact voelen en zal zich moeten aanpassen. De kabeljauw voor onze kust schuift op naar het noorden of gaat dieper. Er zullen dan ook andere soorten in de plaats komen die wij niet gewoon zijn om te eten. Bij ons zit bijvoorbeeld de kleine pieterman al meer in het zand. Het gebeurt voor onze neus en de verandering is er al', merkt De Boeck op. Er bestaat geen twijfel over dat de CO2-uitstoot drastisch verlagen de hoofdoplossing is, want de oceaan is verzadigd in het opnemen van CO2 en zal het moeilijker hebben om op te treden als warmteregulator.

'De buffer van de oceaan wordt kleiner en kleiner. Met minder CO2 in de atmosfeer kan de zuurwaarde zich stabiliseren, maar wat we nu hebben is voor lange tijd en zal pas binnen duizenden jaren stabiliseren', besluit Van de Putte.