Afscheid van John Olson, die energieholding Enron torpedeerde

John Olson. © CQ-Roll Call, Inc via Getty Images
Jos Grobben
Jos Grobben journalist

In Houston overleed John Olson (1942-2025) aan kanker. De analist wantrouwde als een kanarie in de koolmijn energiegigant Enron. Het kostte hem zijn dure baan, maar hij kreeg gelijk. Met pek en veren overladen ging Enron failliet.

Olson komt uit hartje New York. Zijn vader is er journalist, later reclameman. Als slungelachtige tiener trekt hij liftend door de VS en Europa. En hij zit thuis achter Joodse meisjes aan. Op latere leeftijd herinnert Olson zich het niet altijd vriendelijke onthaal van hun vaders. ‘Jiddisch is een wonderbaarlijk lasterlijke taal.’

Praalhanzen

De boekenwurm studeert Engelse en Amerikaanse cultuur aan de universiteit van Pennsylvania. Hij breit daar een verrassende master in business administration aan. Dan trouwt Olson, hij zit vijf jaar bij de luchtmacht en begint als financieel analist bij de betere zakenbanken en makelaarshuizen: Crédit Suisse, Drexel Burnham Lambert, Goldman Sachs…

Olson legt zich toe op de energiesector. Negentien keer zet het magazine Institutional Investor – de Bijbel van analisten – hem in de top van ’s lands besten. In 1992 stapt de New Yorker over naar Merrill Lynch in Houston. Daar huist ook Enron, een beursgenoteerde gasleverancier die uitdijt tot een miljardenholding. Jaar na jaar stijgt de winst er met 15 procent. Sommige jaren klimt het aandeel met 35 procent. Van 17 topanalisten uit de branche raden er 16 Enron – een ster op de Stock Exchange – warm aan.

John Olson twijfelde als enige aan de ster van de beurs.

Maar niet John Olson. Die vindt hun cijfers een zootje, begrijpt niet wat de honderden zusterbedrijfjes van de gigant uitvreten en enerveert de overbetaalde praalhanzen van Enron met pertinente vragen die zij nooit beantwoorden.

In 1998 schrijven de gasboeren een aanbesteding uit voor een nieuwe kapitaalronde. Zij sluiten de zakenbank Merrill Lynch expliciet uit als partner omdat Merrill in de rol van effectenmakelaar hun aandeel niet bejubelt. Vlak daarop gooit Olsons baas Don Sanders een kopietje uit een weekblad op zijn bureau. Daarin zegt de analist – intussen een paria in Houston – dat niemand de diarree aan cijfers van Enron kan interpreteren.

Kruiswoordraadsel

In de marge van de kopie staat een handgeschreven kattebelletje van Kenneth Lay, voorzitter van Enron. ‘Don, Olson zit er al tien jaar naast over Enron… Hij is wel consequant. Ken.’ Waarop Olson met vrolijk sarcasme opmerkt: ‘Lay spelt “consequent” verkeerd.’ Hij moet opstappen. Prompt prijst zijn opvolger het Enron-aandeel de hemel in en krijgt Merrill weer opdrachten van de onderneming die 50 miljoen dollar opbrengen.

Olson vindt makkelijk werk bij de investeringsbank Sander Morris Harris, waar hij een eigen hedgefonds start. Intussen floreert Enron. Tot in 2001 de zeepbel barst. Managers blijken er oppergraaiers. De 2832 bedrijfjes van de groep verdoezelen dat winsten alleen op papier bestaan. Het aandeel dendert van 90 dollar tot een handvol centen. De tent gaat failliet. Enron-managers vliegen de cel in. Idem voor bazen van Merrill, dat 100 miljoen boete betaalt en daarna roemloos opgaat in de Bank of America. Arthur Andersen, de bedrijfsrevisor van Enron en een van de grootste accountantskantoren ter wereld, moet de deuren sluiten. Er komen wetten om schotten op te trekken tussen afdelingen binnen financiële huizen.

Olson geldt nu als held. De melomaan, poëzieliefhebber en marathonloper die dagelijks dubt over het kruiswoordraadsel in The New York Times, laat alles stoïcijns over zich heen gaan. In 2014 – dan 72 – stopt hij bij Sander en adviseert alleen nog vrienden en ngo’s. Die vallen niet onder zijn axioma ‘als de aandelen van een bedrijf exponentieel stijgen, gaat het ego van de managers ook exponentieel omhoog.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise