Paul Okrah Immanuel (24) rilt en staart in het kampvuur dat met gestolen palletten aan de gang wordt gehouden. Hij is een van de overblijvers in Ghetto Ghana, een gemeenschap van Ghanese tomatenplukkers in de buurt van het vergeten dorp Cerignola in het zuidoosten van Italië. Op het hoogtepunt van de pluk hokken er achthonderd Ghanezen samen in drie leegstaande villa's zonder ramen, verwarming of elektriciteit. Nu zijn ze nog met een stuk of honderd. Wie er al even is, krijgt een matras toegewezen in een van de huizen, nieuwkomers slapen in tenten tussen de honden en kippen. In een villa aan de overkant baten een paar Nigeriaanse vrouwen een bar annex bordeel uit. De mannen staan om halfvijf 's ochtends op en vertrekken naar de tomatenvelden. Daar krijgen ze 2,50 à 3,50 euro per mand van 300 kilogram. Vrachtwagens van dertig ton vertrekken richting Eboli, een stadje bezuiden Napels waar in enkele honderden fabrieken de tomaten vermalen en ingeblikt worden voor de internationale markt. Voor een hele dag plukken in de brandende zon harken de Afrikaanse arbeiders gemiddeld niet meer dan 20 euro bijeen. Sinds zijn aankomst op Lampedusa negen jaar geleden heeft Paul Okrah geen voet buiten het getto gezet. 'Waar kan ik naartoe?' vraagt hij. 'Ja, het is hier heel koud in de winter. Maar hier heb ik tenminste een dak boven mijn hoofd.'
...

Paul Okrah Immanuel (24) rilt en staart in het kampvuur dat met gestolen palletten aan de gang wordt gehouden. Hij is een van de overblijvers in Ghetto Ghana, een gemeenschap van Ghanese tomatenplukkers in de buurt van het vergeten dorp Cerignola in het zuidoosten van Italië. Op het hoogtepunt van de pluk hokken er achthonderd Ghanezen samen in drie leegstaande villa's zonder ramen, verwarming of elektriciteit. Nu zijn ze nog met een stuk of honderd. Wie er al even is, krijgt een matras toegewezen in een van de huizen, nieuwkomers slapen in tenten tussen de honden en kippen. In een villa aan de overkant baten een paar Nigeriaanse vrouwen een bar annex bordeel uit. De mannen staan om halfvijf 's ochtends op en vertrekken naar de tomatenvelden. Daar krijgen ze 2,50 à 3,50 euro per mand van 300 kilogram. Vrachtwagens van dertig ton vertrekken richting Eboli, een stadje bezuiden Napels waar in enkele honderden fabrieken de tomaten vermalen en ingeblikt worden voor de internationale markt. Voor een hele dag plukken in de brandende zon harken de Afrikaanse arbeiders gemiddeld niet meer dan 20 euro bijeen. Sinds zijn aankomst op Lampedusa negen jaar geleden heeft Paul Okrah geen voet buiten het getto gezet. 'Waar kan ik naartoe?' vraagt hij. 'Ja, het is hier heel koud in de winter. Maar hier heb ik tenminste een dak boven mijn hoofd.' In 2016 bereikten 5363 Ghanezen Europa over zee, dit jaar waren het er al 3642 vóór het eind van augustus. In tegenstelling tot buurland Nigeria kent Ghana momenteel geen burgeroorlog, gewelddadig conflict of dictatuur. En toch wagen relatief meer Ghanezen de oversteek. Deze arbeiders zijn de zogenaamde gelukzoekers waar Europese politici het vaak over hebben. Nieuwkomers en oudgedienden in het Italiaanse getto beantwoorden bijna allemaal aan hetzelfde profiel. Net als Paul Okrah komen ze uit landbouwersfamilies, haast allemaal uit Brong-Ahafo, de regio met het hoogste migratiecijfer volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). Brong-Ahafo was ooit een van de belangrijkste en welvarendste tomatenregio's van het land, maar verkeert nu al tien jaar in een diepe crisis. Philip Abayori, voorzitter van de Kamer van Landbouwkoophandel in de hoofdstad Accra en ooit zelf tomatenboer, vertelt: 'Tussen 2000 en 2003 hebben we iets dramatisch meegemaakt. China begon enorme hoeveelheden goedkope tomatenpuree op onze markt te dumpen waardoor lokale boeren massaal failliet gingen.' Tussen 1998 en 2003 steeg de import van tomatenpuree in Ghana inderdaad met 650 procent. Het marktaandeel voor verse tomaten van Ghanese boeren slonk van 92 tot 57 procent. Maar Abayori vergist zich in de herkomst. Volgens cijfers van het VN-Voedselagentschap kwam bijna 40 procent van de ingevoerde passata uit Italië, tegenover slechts 17 procent uit China. Dankzij de royale Europese export- en landbouwsubsidies kon Italië zijn producten met exuberante kortingen op de Ghanese markt dumpen. Oxfam berekende in 2005 dat 65 procent van de marktprijs van het product gedekt was door de Europese belastingbetaler. Volgens Ghanese landbouwassociaties waren in 2007 minstens 2000 bedrijven in het hele land bankroet of stonden ze op de rand van het faillissement. Het jobverlies - tomaten gaan 25 keer van hand tot hand voor ze op je bord belanden - wordt op enkele tienduizenden geschat. Een deel van hen ging elders op zoek naar een betere toekomst. Europese exportsubsidies zijn intussen voor het grootste deel afgeschaft. Landbouwsubsidies zijn verminderd maar niet verdwenen. De EU geeft jaarlijks zo'n 80 miljard euro steun aan landbouwers. Ironisch genoeg helpen de illegale tomatenplukkers uit Ghana de Italiaanse prijs scherp te houden op de wereldmarkt. De cirkel is rond. Migratie is natuurlijk niet alleen een gevolg van importpolitiek. 'De media en mobiele technologie bieden jongeren een venster op het Westen', zegt George Jacob van de Britse ngo Self Help Africa. Ook het schrikbeeld om in de voetsporen van hun ouders te treden doet jongeren vertrekken. 'Je moet je elke dag in het zweet werken op het veld en dan nog kun je je kinderen niet te eten geven of naar school sturen', vertelt Bismark Asoma, een Ghanees van twintig in het Italiaanse getto. 'Mensen sterven voor je ogen van de honger', zegt zijn 22-jarige beste vriendin Favour Ejike, die twee jaar geleden samen met hem de oversteek maakte. De importexplosie is niet de enige reden voor de armoede en de honger op het platteland. Boeren klagen dat de Ghanese overheid weinig tot niets heeft gedaan om hun competitiviteit te verbeteren, hoewel de landbouwsector in 2005 nog meer dan de helft van de Ghanese bevolking werk gaf. Door het uitblijven van elk overheidsbeleid en van investeringen blijft de prijs van binnenlandse tomaten, en ook die van kip en rijst, hoger dan die uit het buitenland. Daar lijkt nu verandering in te komen. President Nana Afuko-Addo kondigde vorige lente massale investeringen in de landbouwsector aan. De VS en Canada - naast Europa ook topimporteurs van gesubsidieerde landbouwproducten uit Ghana - en de Wereldbank ondersteunen het investeringsprogramma met tientallen miljoenen dollars. Met 750.000 nieuwe vacatures wil Afuko-Addo de jongeren thuis houden. Migratie inperken door jobs te creëren in het thuisland: het idee maakt ook opgang bij Europese leiders. Het Marshallplan voor Afrika dat de Duitse bondskanselier Angela Merkel eerder dit jaar aankondigde, biedt subsidies aan westerse investeerders die ter plaatse jobs creëren. Maar Merkels werkgelegenheidsplannen zouden binnenkort getorpedeerd kunnen worden, en wel opnieuw door goedkope import uit Europa. Europa onderhandelt partnerschapsakkoorden met verschillende blokken van Afrikaanse landen. De akkoorden voorzien een liberalisering van de markt voor 70 procent van alle goederen over een periode van twintig jaar. Kwetsbare landbouwproducten zoals tomaten zijn vrijgesteld, maar ngo's vrezen dat goedkope Europese industriële producten de Afrikaanse markt zullen overspoelen. Zo zouden impulsen voor de ontwikkeling van de eigen verwerkende industrie en bijbehorende jobs uitblijven. Ngo's worden sinds kort in hun analyse gesteund door invloedrijke figuren uit Merkels entourage. Gunther Nooke, de persoonlijke Afrika-adviseur van de bondskanselier, is hard voor Europa. 'Het probleem is niet alleen dat vrijhandel de economische bloei in Afrika zal smoren', zegt hij. 'De akkoorden zorgen ook voor verdeeldheid op het continent.' Nooke verwijst naar het feit dat wanneer grote blokken landen geen consensus vinden, de Europese Commissie gesprekken aanknoopt met de Afrikaanse landen afzonderlijk. Zo ging Ghana een jaar geleden nog overstag uit angst om een deel van zijn bedrijven te verliezen aan Ivoorkust, dat was ingegaan op het vrijhandelsvoorstel van de Commissie. De meningsverschillen tussen Afrikaanse landen over wat ze moeten doen met de Europese verdragen hebben er volgens de adviseur ook voor gezorgd dat de Afrikaanse Unie geen stap dichter heeft gezet naar een Afrikaanse douane-unie, een project waarvoor de Afrikaanse Unie zich als deadline 1 december 2017 had gesteld en dat volgens Nooke 'de noodzakelijke voorwaarde voor Afrikaanse economische ontwikkeling' is. Met zoveel verdeeldheid en argwaan op Europees en Afrikaans niveau schuiven leiders eind november aan op de EU-Afrikatop in Ivoorkust. De migratie- stroom neemt ondertussen nauwelijks af. Volgens recente schattingen zijn op dit moment één miljoen Afrikanen op weg naar Libië om de oversteek te wagen, op zoek naar een beter leven.