Het publiek in de tent bestaat uit ruim 150 notabelen uit Herat: islamitische geleerden, stamhoofden en succesvolle ondernemers. Mannen met lange baarden, die er met hun witte tulbanden en met gouddraad geborduurde gewaden op hun best uitzien. Je gaat tenslotte niet iedere dag bij de president op bezoek. Ze zijn hier om hun steun te betuigen aan Ashraf Ghani, de man die sinds 2014 aan het roer staat van het immer woelige Afghanistan en zo dadelijk zal verschijnen om zijn toehoorders ervan te overtuigen dat ze op hem moeten stemmen.
...

Het publiek in de tent bestaat uit ruim 150 notabelen uit Herat: islamitische geleerden, stamhoofden en succesvolle ondernemers. Mannen met lange baarden, die er met hun witte tulbanden en met gouddraad geborduurde gewaden op hun best uitzien. Je gaat tenslotte niet iedere dag bij de president op bezoek. Ze zijn hier om hun steun te betuigen aan Ashraf Ghani, de man die sinds 2014 aan het roer staat van het immer woelige Afghanistan en zo dadelijk zal verschijnen om zijn toehoorders ervan te overtuigen dat ze op hem moeten stemmen. We hebben nog negen dagen te gaan voor de presidentsverkiezingen van 28 september en de zenuwen in de hoofdstad Kaboel zijn tot het uiterste gespannen. Twee dagen geleden vielen er 24 doden en meer dan 30 gewonden bij een aanslag op een verkiezingsbijeenkomst van president Ghani ten noorden van Kaboel. Ghani zelf liep geen schrammetje op. Bij een tweede explosie in het centrum van de hoofdstad kwamen 22 mensen om en vielen 38 gewonden. De aanslagen zijn het werk van de taliban. Die waarschuwen de Afghanen al wekenlang dat ze niet moeten gaan stemmen voor een 'marionettenregering van Amerika'. Nu de verkiezingen dichterbij komen, vindt er elke dag wel ergens een explosie plaats. De hoop op vrede in het land is na de recente mislukte onderhandelingen tussen de VS en de taliban opnieuw de bodem ingeslagen. President Donald Trump maakte resoluut een einde aan de gesprekken nadat een aanslag van de taliban in Kaboel het leven had gekost aan een Amerikaanse soldaat en dertien anderen. Bij deze presidentsverkiezingen zijn alle ogen gericht op twee kandidaten: president Ghani, een econoom die lange tijd in de VS verbleef, en premier Abdullah Abdullah, voormalig adviseur van de bekende talibanbestrijder Achmed Sjah Massoud. Na de vorige stembusgang in 2014 raakten de twee in conflict omdat Abdullah winnaar Ghani ervan beschuldigde de uitslagen vervalst te hebben. Om verdere escalatie te voorkomen, drukten de VS door dat Abdullah benoemd werd tot executive officer - een soort eerste minister - in de regering van Ghani, een tot dan onbestaande functie in de Afghaanse grondwet. Nu doet Abdullah dus opnieuw een gooi naar het leiderschap en komt daarmee weer lijnrecht tegenover Ashraf Ghani te staan. Naast de twee rivalen zijn er nog zestien kandidaten voor het presidentschap. De meest controversiële is Gulbuddin Hekmatyar van de islamitische partij Hezb-i-Islami. De man heeft een berucht verleden als strijder tegen de Russen in de jaren tachtig en was later korte tijd premier van Afghanistan. Naast de tent met de notabelen uit Herat wachten nog een paar duizend mensen op een toespraak van Ashraf Ghani. Ze zitten op stoeltjes onder een roze en blauw afdak, roepen luid 'Allah Akbar' en zwaaien met Afghaanse vlaggetjes. Een groep schoolmeisjes in rode en groene jurken oefent het Afghaanse volkslied. Even later pakt Ghani het publiek met verve in. Zijn tengere verschijning compenseert hij door een brullende toespraak. De voormalige minister van Financiën roept dat hij openstaat voor onderhandelingen met de taliban en belooft dat hij dit keer niet voor een compromis met Abdullah zal kiezen: als hij wint, moet zijn rivaal wijken. Dat er opnieuw gefraudeerd zal worden, is voor bijna iedereen in Afghanistan zo goed als zeker. Er wordt dan ook gevreesd dat de te verwachten betwiste uitkomst van de stembusgang tot een nieuw conflict zal leiden tussen Ghani en Abdullah - waarbij de laatste benadrukt dat hij 'niet voor de consequenties instaat' als Ghani hem zou dwarsbomen. Ook voor de opkomst is het bang afwachten. De vraag is in hoeverre de Afghanen zich zullen laten afschrikken door de taliban, die dreigen met aanslagen op de stembureaus. Volgens de onafhankelijke Afghaanse verkiezingscommissie bedraagt het aantal stemgerechtigden ruim 9 miljoen, op een bevolking van ruim 34 miljoen. Het presidentiële paleis, dat in het verleden al meermaals door de taliban werd aangevallen, is door de jaren heen in een zwaarbewaakt bastion getransformeerd. Voor we eindelijk tegenover de president staan, zijn we door verschillende scanners gegaan, hebben honden onze rugzakken besnuffeld, is elk item dat we bij ons dragen door de veiligheidsmensen onderzocht en moeten we uit onze flesjes water drinken om te tonen dat het geen explosief goedje is. Het aantal doden in de hoofdstad en in de rest van het land is de laatste weken aanzienlijk opgelopen door aanslagen. Volgens de Verenigde Naties kwamen in de eerste zes maanden van dit jaar 1366 mensen om en vielen er 2446 gewonden. Het grootste aantal doden viel overigens door Amerikaanse en Afghaanse luchtaanvallen, maar na hun recente reeks aanslagen kunnen de taliban opnieuw de meeste slachtoffers claimen. Na de gestaakte onderhandelingen met de taliban over een terugtrekking van de VS en andere NAVO-landen - in ruil voor de belofte dat de taliban niet langer buitenlandse terroristen zullen opnemen - blijft de vraag overeind of en wanneer die terugtrekking zal plaatsvinden. Trump gaf eerder te kennen dat hij voor het einde van 2020 een begin wil maken met het terughalen van de 14.000 Amerikaanse soldaten in Afghanistan. De Europese landen staan op dezelfde lijn als de VS en zullen volgen. Hoe het met de plannen voor een eventuele terugtrekking van de Belgen in Afghanistan zit - in het noorden zijn rond de 80 Belgische militairen actief en in Kaboel zo'n 6 man - is tot nu toe niet bekend. Moeten de Amerikanen en de Europese landen, waaronder België, Nederland en Duitsland, militair aanwezig blijven in Afghanistan, of vertrekken ze beter? Na 18 jaar buitenlandse militaire aanwezigheid is de veiligheidssituatie in Afghanistan er absoluut niet beter op geworden. De taliban controleren 50 procent van het land, al gaat het grotendeels om rurale gebieden. En dan is er nog de Islamitische Staat, die langzaam voet aan de grond hoopt te krijgen in Afghanistan. 'Een graduele militaire terugtrekking over een periode van 5 tot 8 jaar is mogelijk', zegt Tamim Asey, voormalig onderminister van Defensie en tegenwoordig actief als adviseur in economische en militaire aangelegenheden. 'Sinds 2014 geven de Amerikaanse en Europese troepen alleen nog training, advies en assistentie. Daarnaast krijgen we luchtsteun van de Amerikanen. Volgens president Ashraf Ghani hebben de Afghaanse veiligheidstroepen sinds 2014 (toen de ISAF-missie ten einde liep, nvdr) 45.000 mensen verloren. Dat is veel, maar het is ook een bewijs dat ze vastbesloten zijn, ze vechten tot de laatste man als het moet. In de media doen alleen verhalen de ronde over militairen die weglopen als ze tegenover de taliban staan, maar ik ben vaak genoeg op het terrein geweest om te weten dat veel soldaten heel gemotiveerd zijn. Tegelijk is dat hoge aantal doden een bewijs dat de aanwezigheid van de NAVO nog steeds gewenst is. De Afghaanse veiligheidstroepen hebben nog altijd training, financiële steun en luchtsteun nodig. Alles bij elkaar kost die steun 4,5 miljard dollar per jaar. Een schijntje voor de Amerikanen en de Europeanen in vergelijking met wat ze ervoor terugkrijgen. Want als Europa straks niet oog in oog wil komen te staan met een nieuwe lichting terroristen, dan moet het blijven investeren in Afghanistan. Het is voor jullie eigen veiligheid, niet de onze. Ik pleit daarom voor een blijvende aanwezigheid van de NAVO op kleine schaal. Anders zal Afghanistan verglijden tot veilige haven voor terroristen en criminelen vanuit alle hoeken van de wereld.' Met de nieuwe lichting terroristen die op Europa afkomt, doelt Asey op de IS. De taliban zijn tenslotte alleen uit op macht in eigen land, niet in de rest van de wereld. Voor Afghanistan zelf vormt de IS eerder een tactisch probleem, zegt Asey. 'Er zijn drie verschillende cellen van de IS in het land. In het oosten gaat het vooral om Afridi (een bergvolk, nvdr) en Orakzai uit Pakistan. Hun taak bestaat uit het inwinnen van inlichtingen, ze steken regelmatig de grens over en weer. Ze zijn met 800 tot 1200 man en controleren een gebied van enkele kleine dorpjes, niet meer. In het noorden bevindt zich een groep van voornamelijk overlopers van de taliban. Het zijn lokale mensen, je vindt er geen Syriërs, Irakezen of Arabieren. Ze bestaan uit hooguit 300 man, maar ze bewegen veel en plegen constant aanslagen die vervolgens uitgebreid in het nieuws komen zodat het lijkt alsof het hele noorden bestookt wordt door de IS. De derde groep is eveneens een paar honderd man groot en houdt zich op in het zuiden. Het gaat om buitenlanders: Oezbeken, Tsjetsjenen, Arabieren, Chinezen en anderen. Alles bij elkaar hebben we het over maximaal 1900 man. Maar het zijn strijders die geen angst kennen en ervoor gaan. Ze zijn goed uitgerust en willen hun gebied uitbreiden, hun bedoeling is duidelijk. Verder heb je nog twee andere groeperingen: het Afghaans/Pakistaanse Haqqani-netwerk en het Pakistaanse Lashkar-i-Taiba. Beide werken nauw samen met de IS. Voor ons vormt de IS dus een tactisch probleem, maar voor Europa gaat het om een strategisch probleem. Want de IS blijft sterk in het rekruteren van mensen uit het Westen, op allerlei slinkse manieren. We kennen ook de volle omvang van hun operaties niet. Een reden te meer om hen nauwkeurig in de gaten te houden.' Als een talibanleider de wapens wil neerleggen en zich verkiesbaar wil stellen, zoals de voormalige moedjahedienstrijder Gulbuddin Hekmatyar, dan is hij welkom, besluit de voormalige onderminister van Defensie. 'Maar het probleem is dat de taliban geen eenheid vormen. Met dé taliban een regering vormen is niet realistisch omdat er te veel verschillende facties bestaan die zich bezighouden met allerlei vormen van criminaliteit.' Op de heuveltop vanwaar je een weids uitzicht hebt over de drukke straten van Kaboel staat fruitverkoper Abdul Basir achter zijn kar met granaatappels in de schaduw van de naaldbomen. De huidige aanslagengolf doet hem twijfelen of hij straks wel aan de verkiezingen zal deelnemen, zegt hij. 'Ik lig er wakker van 's nachts. Aan de andere kant ben ik overtuigd van het nut van deze verkiezingen. Als er niets gebeurt, belanden we weer in een burgeroorlog. We zijn het zo moe. Maar net daarom moeten we onze stem laten horen.' Zijn buurman, een theeverkoper, knikt en zegt dat hij er net hetzelfde over denkt. Ondanks de diepgewortelde corruptie van de Afghaanse overheid zeggen de mannen er vertrouwen in te hebben dat het deze keer goed zal gaan. 'We zijn arm maar we werken en kunnen leven. We willen nooit meer terug naar het talibanregime (1994-2001, nvdr). Daarom gaan we stemmen.' 's Middags gaan we op de thee bij parlementslid en bekend vrouwenrechtenactiviste Shinkai Karokhail. Ook zij maakt zich grote zorgen over het verloop van de verkiezingen. En over de taliban, die almaar meer macht in handen krijgen. Ze is er niet zo zeker van dat de Afghaanse bevolking het zal accepteren als de taliban een plek in de regering krijgen: 'De herinneringen aan de gruwel van het talibanregime zijn nog vers, we zijn ze niet vergeten. Ik denk niet dat de mensen lijdzaam gaan afwachten. Ze zullen de straat opgaan en er zal al gauw een antitalibanbeweging ontstaan. We hebben sinds de taliban zijn verdreven nieuwe vrijheden verworven, niemand wil die opgeven. We zijn nog altijd een arm land, maar de economie is erop vooruitgegaan en er zijn meer vrouwen aan het werk. Het gaat traag, maar het gaat. Dus zullen we er alles aan doen om te voorkomen dat we opnieuw overgeleverd worden aan dezelfde bende idioten van voor 2001. Ze kunnen ons niet meer stoppen. Daar is het te laat voor.' Talibanwoordvoerder Zabihullah Mujahid laat ons via WhatsApp weten dat het Islamitische Emiraat, zoals de taliban zichzelf benoemen tijdens de onderhandelingen met de VS, er open voor staat dat vrouwen meer vrijheden hebben en dat het niet meer zal worden zoals onder het voormalige regime. Verder zegt hij dat wanneer het Islamitische Emiraat ooit politieke inspraak krijgt, het graag wil samenwerken met landen die ontwikkelingsprojecten in Afghanistan willen steunen. Intussen blijven de taliban de bevolking intimideren om niet aan de verkiezingen deel te nemen. Een talibandelegatie is naar Peking vertrokken voor vredesbesprekingen met de Chinezen. Afghanistan heeft nog een lange weg te gaan.