Jongens wier gezichten schuilgaan achter bivakmutsen en felgekleurde sjaals, vechtend op de barricades in de straten van Masaya, een half uurtje rijden van de hoofdstad Managua. Het is 1978 en dit is een van de beelden van los muchachos, de moedige jongens die onder de vlag van de volksheld Augusto Sandino bijna met hun blote handen het leger van dictator Anastasio Somoza te lijf gaan, wiens familie al een halve eeuw lang de eigenaar is van Nicaragua. De hele wereld kijkt ademloos toe bij een bloedige strijd, en uiteindelijk zal de dictator het land uit gejaagd worden.
...

Jongens wier gezichten schuilgaan achter bivakmutsen en felgekleurde sjaals, vechtend op de barricades in de straten van Masaya, een half uurtje rijden van de hoofdstad Managua. Het is 1978 en dit is een van de beelden van los muchachos, de moedige jongens die onder de vlag van de volksheld Augusto Sandino bijna met hun blote handen het leger van dictator Anastasio Somoza te lijf gaan, wiens familie al een halve eeuw lang de eigenaar is van Nicaragua. De hele wereld kijkt ademloos toe bij een bloedige strijd, en uiteindelijk zal de dictator het land uit gejaagd worden. Veertig jaar later vechten jongens in de straten van Masaya tegen een van de aanvoerders van die sandinistische jeugd van toen, Daniel Ortega, die zich heeft ontpopt als een reïncarnatie van de verdreven dictator. Ook nu is het een bloedige strijd: Ortega heeft zijn leger, politie en gewapende knokploegen het bevel gegeven de protesten met geweld de kop in te drukken. Het grote verschil met 1978 is dat niemand oog heeft voor het kleine Centraal-Amerikaanse land, al zijn er de afgelopen maanden al meer dan 350 doden gevallen. Onlangs herdachten de sandinisten dat zij 39 jaar geleden een dictatuur ten val brachten. En nu proberen de gedegenereerde restanten van die revolutionaire massa zelf met man en macht de woede van het volk te overleven. Aanleiding was het regeringsplan om het systeem van sociale zekerheid op de schop te nemen, maar dat was gewoon de spreekwoordelijke druppel. Wat begon als een protest van vooral jongeren, heeft, net als veertig jaar geleden, de proporties van een complete burgeroorlog aangenomen. Rosario Murillo, echtgenote van president Ortega en tevens vicepresident van het land, omschreef de rebellerende jongeren als 'terroristen', een benaming die dictator Somoza ooit voor haar eigen man bezigde. En als 'duivels', wat meer past in het idioom van haar godsdienstfanatisme. Murillo heeft er een handje van hemelse en aardse machten door elkaar te halen. Wie tegen ons is, is tegen God: 'Deze duivels zullen nooit Nicaragua regeren!' Maar zelfs de kerk kan niet langer bevestigen dat God aan de kant van het presidentiële echtpaar staat. In de jaren tachtig was Daniel Ortega een van de gezichten van het sandinisme, het revolutionaire elan dat door heel links Europa werd omarmd. Een van de saaiste gezichten overigens, altijd gehuld in zijn olijfgroene uniform en zijn ogen schuil achter een grote bril met getinte glazen. Van 1979 tot 1985 was hij coördinator van de Junta van Wederopbouw en vanaf 1985 officieel president. 'Wij kozen Daniel als coördinator van de junta omdat hij de minste ambities leek te hebben, en veruit de saaiste spreker was', vertelde me ooit de schrijver Sergio Ramirez, die jarenlang Ortega's vicepresident was. Een schromelijke vergissing. In 1990 verloor Ortega de verkiezingen en moest hij vertrekken. Maar samen met zijn naaste medewerkers zette hij snel nog een massale plunderpartij op touw die hem tot de rijkste man van het land maakte. En vanaf de eerste dag na zijn nederlaag werkte hij aan een comeback. Niemand kan ontkennen dat Ortega een volhouder is. Drie keer achter elkaar verloor hij de verkiezingen, maar begin 2007 slaagde hij er toch in de macht te heroveren. El Comandante was toen al geen schaduw meer van de revolutionair van weleer. Hij had zijn uniform ingeruild voor een tropisch wit hemd en zijn onafscheidelijke legerjeep voor een patserige Mercedes terreinwagen. De strijdhaftige retoriek had plaatsgemaakt voor de zalvende taal van een televisiepredikant. God en vrede waren de woorden die zijn toespraken domineerden. Het is niet de bedoeling dat Daniel Ortega ooit nog weggaat, en mocht hij onverhoopt sterfelijk blijken dan neemt zijn vrouw het roer over: zij werd tegelijk met zijn herverkiezing eind 2016 gekozen als de nieuwe vicepresident. Het koppel lijkt alles in het werk te stellen om House of Cards na te spelen. Rosario Murillo ziet er uit als een overjarige hippie, behangen met ringen, kettingen, armbanden en oorbellen, en draagt de bijnaam La Bruja (De Heks). Zij schijnt een directe lijn met de Almachtige te hebben en haar instructies 'van boven' te ontvangen. Ortega stelde zijn vrouw in 2007 aan als zijn woordvoerster, maar in de praktijk benoemde en ontsloeg zij ministers. 'Mijn vrouw heeft recht op de helft van alles, dus geef ik haar vijftig procent van de regering', beaamde de president. Het echtpaar heeft vanaf dag één gewerkt aan het monopoliseren van de macht en die is vandaag de dag compleet. Zij controleren het parlement, de rechterlijke macht, het Hooggerechtshof, het Constitutionele Hof, het leger, de politie. Dat maakt herverkiezing wel zo makkelijk. Eind 2011 waren de berichten over fraude niet te tellen, vijf jaar later ging het nog simpeler omdat de oppositie niet meedeed. Voor die herverkiezing was wel een wijziging in de grondwet nodig maar dat was in de omstandigheden een fluitje van een cent. Ondertussen heeft het presidentiële echtpaar Nicaragua omgetoverd tot een familiebedrijf. In de stijl van de Somoza's waar de sandinisten een einde aan maakten. Ze hebben de complete oliehandel in handen, aan elke liter verkochte benzine verdient de familie. Drie van hun negen kinderen beheren de drie grootste radiozenders en alle tv-kanalen van Nicaragua. Drie tv-kanalen zijn eigendom van de familie en een vierde is publiek en wordt dus gerund door de regering. Een andere zoon, Laureano, is 'presidentieel adviseur voor investeringen' en regelde de Chinese inbreng bij de aanleg van het Kanaal, het megalomane project waarmee Ortega Panama wil beconcurreren. Laureano houdt bovendien van zingen. De regering organiseerde in het Teatro Nacional in Managua de plaatselijke premières van Puccini's opera's Turandot en La bohème met als leidende tenor Laureano himself. Het theater was afgeladen met ambtenaren, die hun baan niet wilden riskeren. Het presidentiële echtpaar houdt wel van taferelen die de werkelijkheid ontstijgen. Hoogtepunt bij de beëdiging van de nieuwe parlementsleden begin vorig jaar was het moment waarop een dode zijn mandaat als voorzitter overdroeg aan een naaste medewerker van Murillo. Nadat sandinist Rene Nunez op 10 september 2016 was overleden besloot Ortega hem aan te houden als voorzitter tot na de beëdiging van de nieuwe Kamer. De afgevaardigden stemden ermee in dat zij maandenlang als voorzitter een dode zouden hebben. Zij prezen zelfs 'de capaciteit tot dialoog' van de overleden voorzitter. De schrijver Gabriel Garcia Marquez had dit staaltje van magisch realisme niet kunnen verzinnen. Alle aartsvijanden van Ortega werden zijn vrienden, zoals de (onlangs overleden) kardinaal Obando y Bravo, een van de felste bestrijders van de sandinisten. Of Jaime Morales, leider van de contra's die een jarenlange guerrillaoorlog tegen de sandinisten uitvochten, en niettemin zijn vicepresident was van 2006 tot 2011. En al zijn oude vrienden werden zijn vijanden, voorop de mannen en vrouwen met wie hij in het verleden regeerde. Het is het klassieke syndroom van 'iedereen is gek geworden, zei de gek'. Ook de houdbaarheidsdatum van zijn nieuwe vrienden is beperkt. Nu de katholieke kerk het bloedvergieten door Ortega's knokploegen veroordeelt, begint het presidentiële echtpaar een voorkeur aan de dag te leggen voor de Pinkstergemeente. Ambtenaren moeten verplicht diensten bijwonen. De leden van de oproerpolitie moeten aan het begin van elke werkdag bidden op de knieën op het exercitieterrein van hun kazernes. Daarna kunnen ze er met hernieuwde inspiratie door de Commandant en de Heks op uit gestuurd worden om nog meer duivels dood te schieten.