Hij heeft al meerdere hartaanvallen gehad, kampt met ernstige maagproblemen, en zijn haar is gestopt met groeien. Maar Guillermo Fariñas Hernández - bijnaam: El Coco ('de Kale') - blijft vechten voor de bevrijding van zijn vaderland. 'Zónder geweld', benadrukt de oud-militair en psycholoog. Al vijfentwintig keer is hij in hongerstaking gegaan.
...

Hij heeft al meerdere hartaanvallen gehad, kampt met ernstige maagproblemen, en zijn haar is gestopt met groeien. Maar Guillermo Fariñas Hernández - bijnaam: El Coco ('de Kale') - blijft vechten voor de bevrijding van zijn vaderland. 'Zónder geweld', benadrukt de oud-militair en psycholoog. Al vijfentwintig keer is hij in hongerstaking gegaan. U lijkt wel een Cubaanse Mahatma Gandhi. Heeft de Indiase leider uw geweldloze verzet geïnspireerd? Guillermo Fariñas Hernández: Ik moet bekennen dat ik mijn eerste hongerstaking al achter de rug had toen ik voor het eerst van hem hoorde. En dat ondanks mijn opleiding tot psycholoog: het zegt al iets over het Cubaanse onderwijs, niet? De Cubaanse regering bewaakt streng welke informatie er op het eiland mag circuleren. Hebt u begrip voor Cubanen die hun land ontvluchten? Fariñas Hernández: Ik begrijp dat mensen dat doen omdat ze een betere toekomst willen. Maar wie Cuba ontvlucht, zal Cuba niet bevrijden. Cuba leeft van burgers die naar kapitalistische landen vertrokken zijn: het geld dat zij aan hun familie overmaken is een belangrijke inkomstenbron. Alleen al vanuit de Verenigde Staten gaat het jaarlijks om 5 miljard dollar (4,39 miljard euro, nvdr). Vroeger hadden zwarte slaven in Cuba drie opties. Eén: het hoofd buigen en doen wat je gezegd wordt. Twee: de bergen intrekken en van daaruit gewapend verzet organiseren. Drie: een bootje stelen en naar Haïti vluchten. Vandaag laten onze machthebbers, die zich als slavendrijvers gedragen, de Cubanen nog altijd dezelfde drie opties. We moeten er een vierde aan toevoegen: je niet laten onderwerpen. Ik buig het hoofd níét. En ik geloof dat ik daardoor een voorbeeld voor anderen kan zijn. Als veel mensen voor optie vier kiezen, kunnen we de regering misschien ooit doen vallen. In april vorig jaar heeft Raúl Castro, broer van de in 2016 overleden Fidel, de macht overgedragen aan Miguel Díaz-Canel. Hebt u hoge verwachtingen van de nieuwe president? Fariñas Hernández: Niet meteen. In Cuba heeft er altijd al een parallelle regering bestaan die de echte macht in handen heeft. In 1959 sprak men al van de 'overheid van Tarara', een verwijzing naar het kleine huisje in de gelijknamige badplaats nabij Havana waar guerrillaleider Che Guevara verbleef. Hij was toen de man die de beslissingen nam. Vandaag trekken drie mannen aan de touwtjes. Kolonel Alejandro Castro Espín, de zoon van Raúl, is het hoofd van alle veiligheidsdiensten. De facto leidt hij het land. Economisch is de schoonzoon van Raúl, generaal Luis Alberto Rodríguez López-Callejas, de roerganger. En zijn zoon, Guillermo Rodriguez Castro, is het hoofd van de persoonlijke bewakingsagenten van de Cubaanse topleiders. Dankzij dagelijkse rapporten kunnen de Castro's het doen en laten van die leiders in binnen- en buitenland perfect opvolgen. Ik noem die drie mannen de Neo- Raúlistas. Miguel Díaz-Canel wéét dat hij hun marionet is. De dag dat hij iets onderneemt wat tegen hun wensen ingaat, wordt hij meteen verwijderd. Volgens de grondwet heeft Cuba een dictatuur van het proletariaat. Dat we daardoor onder één partij leven, en dat dissidente meningen niet toegestaan zijn, is met andere woorden grondwettelijk verankerd. Nee, Cuba is geen democratie. Het is een modeldictatuur. En toch heeft het parlement vlak voor Kerstmis het licht op groen gezet voor een nieuwe grondwet - de huidige tekst dateert van 1976. Op 24 februari kan de bevolking zich er in een referendum over uitspreken. Fariñas Hernández: Ach, van meet af aan was duidelijk dat de Communistische Partij zal blijven bestaan en dat het socialisme de enige aanvaarde macht zal zijn. En wie staat er aan het hoofd van de commissie die zich over de grondwetswijziging buigt? Raúl Castro. Zegt dat niet genoeg? Kunt u vrijuit spreken in Cuba? Fariñas Hernández: Vroeger stuurden ze desnoods bussen vol mensen die aan mijn huis kwamen betogen - alles om me de mond te snoeren. Vandaag kan ik misschien wel zeggen wat ik denk, maar ware vrije meningsuiting bestaat niet in Cuba. Nadat Fidel Castro in 1959 dictator Fulgencio Batista had verjaagd, tekende zijn beweging voor het herinstalleren van de Cubaanse grondwet van 1940. Dat was een degelijke tekst, die rechten en vrijheden respecteerde. Maar toen Fidel het roer overnam, koos hij voor de absolute macht. De meesten van zijn metgezellen beseften al snel dat ze verraden waren en besloten om naar Spanje of de VS te verhuizen. Die kant van de revolutie blijft jammer genoeg onbelicht. Vreest u voor uw leven? Fariñas Hernández: Dit regime deinst er niet voor terug om mensen aan te vallen en zelfs te vermoorden. Toch ben ik niet bang. Telkens als ik in hongerstaking ga, ben ik bereid om te sterven. Alleen met die houding kun je iets veranderen. Denk u dat u ooit in een democratisch Cuba zult leven? Fariñas Hernández: Ik geef de moed niet op. Met onze organisatie FANTU communiceren we met burgers over thema's zoals de voedselprijs, het gebrek aan drinkbaar water en medicijnen, afvalophaling enzovoort. Of neem de lamentabele staat van veel huizen. Ik nodig alle supporters van de Cubaanse Revolutie uit: wandel eens tot aan het einde van de Plaza de la Revolucion in Santa Clara, en daal achter de grote billboards de trap af. Je zult je prompt in Braziliaanse favela's wanen. Na zestig jaar is het regime er nog altijd niet in geslaagd om de Cubanen betere woningen te geven. Nu zitten we in de tweede fase, waarbij we de bevolking argumenten aanreiken zodat ze zélf kan uitleggen dat het verhaal dat het regime ophangt over 'gratis onderwijs' en 'gratis gezondheidszorg' een leugen is. In het zogenoemde decreet 147 uit 1962, bijvoorbeeld, staat dat bij elke Cubaanse werknemer 33,3 procent van het loon afgehouden wordt: 11,1 procent gaat naar de gezondheidszorg, 11,1 procent naar onderwijs en 11,1 procent naar sociale zekerheid. Dat is nooit aan de bevolking verteld. Als de overheid over de bestemming van het belastinggeld al geen transparantie biedt, kunt u zich wel voorstellen dat ze dat over andere zaken evenmin doet. In 2010 hebt u van het Europees Parlement de Sacharovprijs gekregen vanwege uw inzet voor de mensenrechten en de vrije meningsuiting. Hoe kijkt u naar het Cuba-beleid van de Europese Unie? Fariñas Hernández: Europa gedraagt zich schijnheilig. Ja, de EU neemt economische maatregelen tegen de 'narcodictatuur' Venezuela. En terecht, maar ze vergeet één ding: Nicolás Maduro, de Venezolaanse president, is een product van Cuba. Wat deed Federica Mogherini, de hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken van de EU, in 2018? Ze kwam in Havana paraderen, dronk mojito's met regeringsleiders en repte met geen woord over de mensenrechtenschendingen in ons land. Welke invloed heeft het Amerikaanse embargo tegen Cuba op het leven van de Cubanen? Fariñas Hernández: Voor onze regering is dat embargo het excuus voor alle problemen in dit land. Maar dat is een mythe, waarmee ze het falen van haar socialistische project maskeert. Nee, Cuba kan geen handel drijven met de VS, maar de rest van de wereld staat wél open voor ons. We zijn verre van geïsoleerd. En kun je van een echt embargo blijven spreken als je weet dat er, zoals gezegd, elk jaar miljarden dollars via familieleden van de VS naar Cuba vloeien? En als je weet dat de Amerikanen, om maar één voorbeeld te geven, auto-onderdelen aan Cuba blijven verkopen? Nu, het embargo opheffen zou ook gevaarlijk zijn. Als de opbrengsten van directe Amerikaanse investeringen in Cuba in handen zouden vallen van de regering, zou die volop kunnen investeren in het leger en het inlichtingenapparaat. En dan zijn we vertrokken voor vijfhonderd jaar dictatuur. In 2008 nam het Amerikaanse tijdschrift Time de Cubaanse blogger Yoani Sánchez op in zijn lijst van 100 invloedrijkste mensen ter wereld. 'Onder de neus van een regime dat geen afwijkende meningen duldt', zo oordeelde de redactie, 'doet zij wat krantenjournalisten in haar land niet kunnen: de vrije meningsuiting beoefenen.' Haar onafhankelijke berichtgeving over dat regime leverde haar sindsdien de ene internationale erkenning na de andere op. Maar in eigen land moet ze spitsroeden lopen. Volgens uw regering bent u een spion en een terrorist, mevrouw Sánchez. Yoani Sánchez: Inderdaad, omdat ik aan het licht breng wat zij liever verborgen houdt. Het journalistenbestaan is in wel meer landen gevaarlijk, maar ons regime vermoordt de journalistiek simpelweg. Al zestig jaar controleert het de traditionele media: als je de staatskrant Granma mag geloven, leven we hier in een oase van vrede. Privé-investeringen voor communicatiekanalen zoals kranten, tv en radio zijn zelfs grondwettelijk verboden. Wie journalistiek wil studeren, wordt streng geselecteerd op basis van zijn ideologie - ik heb het geprobeerd, maar slaagde niet voor het onderdeel 'attitude'. Op de World Press Freedom Index stond Cuba stond vorig jaar niet voor niets op plaats 172 van de 180. Journalisten krijgen te maken met bedreigingen, reisverboden, hun telefoons en laptops worden vernield, ze worden om 'strafrechtelijke redenen' gearresteerd op basis van valse bewijzen... De deur van mijn huis kan dagelijks ingetrapt worden door de politieke politie. Toch volhard ik, want de drang naar informatie bij de Cubanen is groot. En ik ben optimistisch. De Communistische Partij heeft moeite om de digitale media te controleren. Ik heb al alle mogelijke kanalen gebruikt, van WhatsApp over Twitter en Facebook tot blogs, om de precaire situatie in Cuba aan de wereld te laten zien. Via onze onafhankelijke digitale krant 14ymedio brengen we Cubanen sinds 2014 op de hoogte van belangrijk nationaal en internationaal nieuws en kaarten we de dagelijkse problemen in Cubaanse ziekenhuizen en scholen aan. Het regime doet er alles aan om de controle te behouden: onlangs nog is een wet goedgekeurd die inspecteurs van de regering de bevoegdheid geeft om culturele evenementen, van expo's tot concerten, stil te leggen die tegen de revolutionaire waarden ingaan. Maar creativiteit, innovatie en digitalisering kun je niet blijven tegenhouden. Uw poging om de Cubanen aan te moedigen om zichzelf via moderne technologie uit te drukken kreeg in 2009 lof van de Amerikaanse president Barack Obama. Terwijl hij de dooi tussen Cuba en de VS inzette, hangt zijn opvolger Donald Trump opnieuw de harde lijn aan. Wat is volgens u het beste voor uw land? Sánchez: Barack Obama herstelde de diplomatieke betrekkingen met ons land, hij heropende de Amerikaanse ambassade in Havana, hij bracht ons land een historisch bezoek. Voor de gemiddelde Cubaan waren dat tekenen van hoop. Obama verwachtte dat de Castro's in ruil daarvoor open zouden staan voor meer democratie, maar daar is niets van in huis gekomen. Ze hebben zijn toegevingen gebruikt om zelf sterker te worden. En Donald Trump? Hij probeert vooral de Cubaanse dissidenten in Miami, aan wie hij veel stemmen te danken heeft, tevreden te stellen. Verder heeft zijn harde Cuba-politiek evenmin het gewenste effect als de zachte hand van Obama. Het Cubaanse regime houdt van confrontatie, en kan nu als vanouds de schuld in de schoenen van de kapitalistische en imperialistische Amerikanen schuiven. En wat met de EU? Bent u het eens met Guillermo Fariñas Hernández, die het Europese Cuba-beleid hypocriet noemt?Sánchez: Volmondig. De EU verwerpt de dictatuur in Venezuela en Nicaragua, ze verafschuwt wat Rusland doet met zijn journalisten en dissidenten. Maar met Cuba blijft ze ondertussen handeldrijven. Met onze ambassadeurs, consuls en ministers blijven de meeste Europese landen praten. Op die manier legitimeren ze de dictatuur. De EU moet dringend aandacht geven aan de civiele samenleving in Cuba. Dat ze de Cubaanse burgerbewegingen niet erkent als officiële onafhankelijke spelers is onethisch en onverantwoord. Eigenlijk zit Cuba al bijna zestig jaar in een diepe economische crisis. Al vanaf de lagere school wordt er aan ons verteld dat de staat voor de herverdeling van de middelen zorgt. In werkelijkheid is daar haast geen sprake van. Negenennegentig procent van de Cubanen heeft niets. Eerst heeft het regime de eigen economische middelen van Cuba uitgeput, en daarna is ons menselijke kapitaal naar het buitenland gestuurd, in ruil voor een ruime winstmarge. Gezondheidszorg, bijvoorbeeld, is een van onze belangrijkste exportproducten: onze artsen zijn bijvoorbeeld in meer dan zestig landen aan de slag. Dat levert de schatkist 11 miljard dollar (9,67 miljard euro, nvdr) per jaar op. Eind 2018 trok de Cubaanse regering zich terug uit het programma Mais Medicos, waarbinnen ze duizenden artsen naar arme en afgelegen regio's in Brazilië stuurde. Dat Cuba het loon van die artsen deels inhield, resulteerde volgens Jair Bolsonaro, de nieuwe Braziliaanse president, in 'slavenarbeid'. Had hij een punt? Sánchez: Ja. Onze artsen verdienden in Brazilië 1000 dollar (878,88 euro, nvdr) per maand; voor elk van hen moest daarbovenop 4000 dollar aan het ministerie van Werkgelegenheid in Havana afgedragen worden. Vroeger ging Europa zijn slaven in Afrika halen, vandaag zendt Cuba zijn slaven uit. Want daar gaat het hier wel degelijk om: moderne slavernij. En zodra zo'n arts, leerkracht of ingenieur zich ergens vestigt - meestal krijgt hij niet meer dan een woning in een arme wijk - mag hij acht jaar lang niet meer naar huis terugkeren: zo gijzel je ook de familieleden van die mensen. De Communistische Partij heeft ons land van ons gestolen. Al zestig jaar betalen we er losgeld voor, en nog is het niet genoeg. Vandaag heeft de gemiddelde Cubaan te weinig geld om brood, bloem, suiker, zout, groenten, fruit en kip te kopen. En wat met de duizenden artsen die al uit Brazilië zijn teruggekeerd en voor wie er hier geen werk is? Ik ben ervan overtuigd dat zij hun kritiek niet zullen blijven sparen. Waarom blijft u eigenlijk vanuit Cuba opereren, terwijl u in het buitenland zonder risico vrijuit zou kunnen spreken? Sánchez: Die vraag krijg ik ook van mijn vrienden en familie. Ik héb ook twee jaar in het buitenland gewoond, in Zwitserland. Ik heb daar mooie herinneringen aan. Maar als je een maatschappelijke rol speelt, zoals ik, voel je je verantwoordelijk tegenover almaar meer mensen. Dankzij mijn blog en door 14ymedio heb ik de deur op een kier gezet, dat vóél ik. Nu het land verlaten: het zou hoogverraad zijn.Bovendien ben ik behoorlijk koppig. De officiële pers valt mij aan: 'Als je niet tevreden bent over ons onderwijs, onze gezondheidszorg en onze wegen, waarom vertrek je dan niet?' En telkens antwoord ik: ' Jullie moeten vertrekken. Mijn grootouders liggen hier begraven.'