Boven op zijn bloempotkapsel zit een zwarte baret. In zijn rechterhand een ganzenveer, in zijn linkerhand een zwaar boek, waardoor hij bijna omvalt. Op het omslag van dat boek: 'Het Nieuwe Testament, vertaald door doctor Maarten Luther'. Het Playmobil-poppetje van kerkhervormer Maarten Luther dat de Duitse speelgoedfabrikant op de markt bracht naar aanleiding van 500 jaar Reformatie is een gigantisch succes: met bijna een miljoen verkochte poppetjes laat Luther nu zelfs Darth Vader ver achter zich. En dan moeten de Duitse kerstmarkten nog beginnen.
...

Boven op zijn bloempotkapsel zit een zwarte baret. In zijn rechterhand een ganzenveer, in zijn linkerhand een zwaar boek, waardoor hij bijna omvalt. Op het omslag van dat boek: 'Het Nieuwe Testament, vertaald door doctor Maarten Luther'. Het Playmobil-poppetje van kerkhervormer Maarten Luther dat de Duitse speelgoedfabrikant op de markt bracht naar aanleiding van 500 jaar Reformatie is een gigantisch succes: met bijna een miljoen verkochte poppetjes laat Luther nu zelfs Darth Vader ver achter zich. En dan moeten de Duitse kerstmarkten nog beginnen. Voor de liefhebber zijn er ook sokken met de toepasselijke tekst 'Hier sta ik. Ik kan niet anders' - een verwijzing naar de onsterfelijke woorden die Luther zou hebben uitgesproken toen hij zich op de Rijksdag in Worms moest verantwoorden voor zijn vermeende ketterijen. Er zijn Luther-postzegels en Luther-tattoos. Maar behalve met het soort prullaria waar de herdenkingsindustrie een patent op heeft, wordt Luther dit jaar ook wereldwijd geëerd met talloze tentoonstellingen, documentaires, symposia, concerten - en natuurlijk boeken. Op 31 oktober zal het exact 500 jaar geleden zijn dat hij in het Duitse stadje Wittenberg zijn 95 stellingen op de deur van de slotkapel spijkerde - al is het weinig waarschijnlijk dat hij dat eigenhandig heeft gedaan. 'Broodje aap', zegt zijn biograaf Herman J. Selderhuis. 'Het verhaal van een jonge augustijnermonnik die vastberaden met een timmerkist in zijn hand naar de kerk trekt om spijkers met koppen te slaan is helaas te mooi om waar te zijn. De kerkdeur was gewoon het publieke prikbord van de universiteit waarop academici hun collega's konden uitnodigen voor een dispuut. Het is vermoedelijk niet Luther zelf die zijn stellingen daar heeft opgehangen, maar de pedel van de universiteit.' Professor Herman J. Selderhuis, rector van de Theologische Universiteit Apeldoorn van de Christelijke Gereformeerde Kerken, die eerder ook al een biografie van Johannes Calvijn schreef, schetst in zijn biografie Luther. Een mens zoekt God een niet altijd even vleiend beeld van de grote kerkhervormer. Hield de biograaf eigenlijk wel van zijn onderwerp, vragen we voorzichtig. 'Luther was geen fijn mens', zegt Selderhuis met gevoel voor understatement. 'Hij was een driftkop met een dusdanig groot ego dat hij ook medestanders tegen zich in het harnas joeg. Hij kon heel grof schelden. Ik heb een grote waardering voor zijn werk, maar ik moet toegeven dat ik na het schrijven van mijn biografie minder van Luther hield dan toen ik eraan begon. Tegelijk vond ik het fascinerend om te zien hoe iemand die zo ondiplomatiek in elkaar zat als Luther, iemand met zo'n storend temperament, zo'n historische beweging op gang kon brengen.' Het was vooral angst die Luther aanvankelijk dreef. Angst voor de duivel en angst voor de toorn van God, want het einde der tijden zou niet lang meer op zich laten wachten - zoveel was zeker. Het bazuingeschal was in de verte al te horen. Selderhuis: 'Luther zag de duivel overal. Volgens de legende zou hij in een woede-uitbarsting zelfs een keer een inktpotje naar Satan hebben gegooid. De inktspatten zijn nog op diverse plekken waar hij ooit verbleven heeft te bewonderen - het toerisme vaart daar wel bij. Wie het niet met hem eens was, en dat was zo ongeveer iedereen, zag hij als een afgezant van Satan. Zelfs de problemen met zijn stoelgang - hij had beurtelings last van constipatie en diarree - weet hij aan de duivel, terwijl hij misschien beter iets aan zijn ongezonde voedingspatroon had kunnen doen of wat minder had kunnen drinken.' Bepalender nog dan zijn angst voor de duivel was het Godsbeeld waar Luther mee opgroeide. Selderhuis: 'Het beeld van Christus dat hij had, was dat van een strenge, meedogenloze rechter. Zoals al zijn tijdgenoten was Luther doodsbang voor het laatste oordeel, dat er spoedig zou aankomen. Dan zou de balans van zijn leven worden opgemaakt en hij wist zeker dat ze naar de verkeerde kant zou doorslaan: hij zou branden in de hel of op z'n minst in het vagevuur. Het was die permanente angst die hem naar het klooster dreef om monnik te worden. Om zijn angsten te overwinnen, probeerde hij zo veel mogelijk te voldoen aan de eisen waarvan hij dacht dat God die aan hem stelde. Maar hoeveel boete hij ook deed om God gunstig te stemmen, voor zijn zielenheil kon het natuurlijk nooit genoeg zijn. Hij kreeg het in het klooster alleen maar benauwder. Hij liep compleet vast en op den duur begon hij God zelfs te haten.' Anders gezegd: Luther radicaliseerde. Het antwoord op zijn geloofscrisis zocht en vond de jonge monnik in de lectuur van de Bijbel en de geschriften van de kerkvader Augustinus. Aan Augustinus ontleende hij de overtuiging dat de mens niet in staat moet worden geacht om het oordeel van God te beïnvloeden met Goede Werken. God vraagt geen gerechtigheid, hij schenkt die. Alles hangt dus af van Zijn genade en barmhartigheid. Selderhuis: 'Dat betekende een radicale verandering in Luthers denken en een breuk met de gangbare theologie. Terwijl de kerkhervormers vóór hem, zoals John Wycliffe in Engeland en Johannes Hus in Bohemen, hooguit een nieuw raam in de kerk wilden steken of een lek in het plafond wilden dichten, zei Luther: er moet een nieuw fundament onder. En dat leidde dan niet alleen tot een andere kerk, maar ook tot een andere samenleving, een andere visie op politiek, huwelijk, seksualiteit, sacramenten en al die andere dingen. Maar daar was het hem uiteindelijk niet om begonnen. Het begon allemaal met dat nieuwe Godsbeeld.' In zijn 95 stellingen fulmineerde Luther onder meer tegen de handel in aflaten, een soort verzekeringspolissen waarmee mensen zichzelf en/of hun familie in het hiernamaals konden vrijwaren van het vagevuur - de plek waar zondaars eerst een tijdje zouden worden geroosterd voor ze de hemel binnen mochten. Toch betekende dat volgens Selderhuis niet dat Luther uit was op een breuk met Rome of dat het in zijn bedoeling lag om een nieuwe kerk te stichten. 'Hij zag de aflaten als een exponent van een verkeerde visie op de verhouding tussen God en de mens. Met de paus of met de kerkelijke hiërarchie op zichzelf had hij geen probleem, zolang die maar voor hun schapen zorgden. Reformator worden was zeker niet Luthers carrièreplanning. Dat de Reformatie er uiteindelijk dan toch is gekomen, lag aan een combinatie van factoren: Luthers persoonlijke theologische overtuiging, maar ook de politieke situatie in het Heilig Roomse Rijk der Duitse Natie, dat toentertijd een bonte lappendeken van kleine, soevereine vorstendommetjes, graafschappen en rijkssteden was, de sociale onvrede, en de antiroomse onderbuikgevoelens van de bevolking.' Hoe vernieuwend zijn theologische denkbeelden ook waren, in maatschappelijk opzicht was Luther allerminst een revolutionair. Hij was in hoge mate schatplichtig aan de steun van de Saksische keurvorst Frederik de Wijze, die hem de nodige vrijgeleides bezorgde om uit de klauwen van de inquisitie te blijven. Toen in de zomer van 1524 in Zwitserland, Oostenrijk en Duitsland de boeren in opstand kwamen, riep Luther de vorsten op om daar keihard tegen op te treden. Opstand tegen de overheid moest haast wel het werk van de duivel zijn: 'Opstandige mensen moet je vernietigen, wurgen, doodslaan, zoals je een dolle hond doodslaat.' Luther was vooral bang dat de Reformatie door de vorsten in de kiem zou worden gesmoord zodra ze op een revolutie zou gaan lijken, vermoedt Selderhuis. 'Het enige wat hem interesseerde, was het verkondigen van het ware Evangelie. Anders dan Calvijn na hem erkende Luther het recht op rebellie tegen een tirannieke overheid niet. Hij steunde daarvoor op de woorden van Christus: "Wie het zwaard neemt, zal door het zwaard omkomen." Als het protestantisme in de Nederlanden luthers was geweest in plaats van calvinistisch, waren we er nooit in geslaagd het Spaanse juk af te werpen. Luther zorgde ook niet voor een gedecentraliseerde kerkstructuur met gemeentes, ouderlingen, diakens en synodes, zoals je die in het calvinistische systeem wel hebt. Het reorganiseren van de kerk liet hij aan politici over.' Behalve zijn aanhoudende kritiek op de voor de katholieke kerk uiterst lucratieve handel in aflaten vielen in Rome ook Luthers opvattingen over het priesterschap op een koude steen. Aangezien de mens voor zijn zielenheil compleet afhankelijk is van Gods genade, was de voor Luther logische gedachte, heeft hij ook geen priesters meer nodig om tussen hem en God te bemiddelen. Ook geen Maria Middelares meer, en geen heiligen die bij God een woordje ten beste kunnen spreken om het eindelijk te laten regenen of een zieke koe te genezen. Tegelijk met het priesterschap werden ook het celibaat en het kloosterleven overbodig. Luther zelf trouwde met de zestien jaar jongere uitgetreden non Katharina von Bora, bij wie hij zes kinderen zou krijgen. Nadat hij in 1521 door de katholieke kerk was geëxcommuniceerd, werd de weerspannige monnik door de Habsburgse keizer Karel V ontboden op de Rijksdag in Worms om er zijn dwalingen te herroepen. Maar Luther, die zichzelf intussen als de nieuwe Paulus was gaan beschouwen, hield zijn poot stijf. De paus noemde hij nu openlijk de antichrist en 'de hoer van Babylon'. Bij zijn aankomst in Worms, die veel weg had van de intocht van Christus in Jeruzalem, werd Luther opgewacht door een jubelende menigte. Mensen wilden hem aanraken. In amper vier jaar tijd was hij een superster geworden. Toen Luther weigerde zijn geschriften te verloochenen en zijn woorden terug te nemen ('Hier sta ik. Ik kan niet anders.') werd de kerkelijke ban door de keizer bekrachtigd in het Edict van Worms. Als ketter was Luther voortaan vogelvrij, maar anders dan veel van zijn volgelingen zou hij niet op de brandstapel sterven. Dat de ideeën van de lutherse Reformatie zich zo razendsnel door het Heilig Roomse Rijk konden verspreiden, had alles te maken met de nieuwe technologie van die dagen: de boekdrukkunst. Vandaag zou Luther er allicht op los getwitterd hebben. Selderhuis: 'De boekdrukkunst zorgde ervoor dat zijn 95 stellingen in geen tijd vertaald en verspreid werden. Drukkers konden met het werk van Luther, waarop toen ook nog geen copyrights rustten, stinkend rijk worden. Ze publiceerden er dus vrolijk op los. En Luther schreef het ene boek na het andere, niet alleen in het Latijn maar ook in het Duits. Zijn grote kracht was dat hij zijn woorden zo wist te kiezen dat hij een breed publiek kon aanspreken. Bovendien waren zijn boeken prachtig geïllustreerd met houtsneden van zijn vriend de kunstschilder Lucas Cranach. Toch blijf ik erbij dat al die factoren geen rol zouden hebben gespeeld als hij niet ook met een nieuwe theologische visie was gekomen waardoor mensen op een andere manier met God konden omgaan, en niet langer bang hoefden te zijn voor het vagevuur. Daardoor werd religie minder stresserend.' Een onverbiddelijke bestseller was Luthers Bijbelvertaling in het Duits, waarvan bijna vierhonderd edities verschenen met een totale, voor die tijd onvoorstelbare, oplage van een half miljoen exemplaren. 'Hij was een taalvirtuoos', zegt Selderhuis. 'Op dat vlak was hij werkelijk een genie. In amper elf weken tijd vertaalde hij het complete Nieuwe Testament en wist hij voor Griekse en Hebreeuwse woorden unieke Duitse equivalenten te vinden. Er zijn mensen die geloven dat Luther met zijn Bijbelvertaling de Duitse eenheidstaal geschapen heeft. Dat lijkt me overdreven, maar hij heeft die taal onmiskenbaar beïnvloed en verrijkt met een aantal nieuwe woorden die later ook in het Nederlands zijn doorgesijpeld. "Zondebok", "gastvrij" en "naastenliefde" zijn trouvailles van Luther. Ook een woord als "avondmaal", dat in de Bijbel niet eens voorkomt." Luther bespeelde de massamedia van zijn tijd als geen ander. Hij had gevoel voor marketing en voor de onderbuikgevoelens in de samenleving. In zijn boek Het merk Luther noemt de Britse historicus Andrew Pettegree de grondlegger van het protestantisme zelfs onomwonden 'een populist'. Zo ver zou Selderhuis niet willen gaan: 'Luther was iemand die heel goed in de gaten had hoe hij zichzelf moest verkopen. Maar een populist? Dat klinkt me veel te negatief in de oren. Dan denk je toch al gauw aan lui als Geert Wilders of Donald Trump, waar ik Luther absoluut niet mee wil vergelijken. Zijn grote mediasuccessen zijn trouwens ook maar een deel van het verhaal. Luthers leven kende een triest einde: hij stierf in isolement en eenzaamheid. En toen de keizer bij zijn graf in Wittenberg stond, vond hij het niet eens de moeite om hem te laten opgraven en verbranden. Hij liet hem liggen. Want wat stelt dat nietige Wittenberg nou helemaal voor?' Met het klimmen van de jaren werd Luther er ook niet bepaald milder op. In zijn nadagen schreef hij nog het infame pamflet Von der Jüden und ihren Lügen, waarin hij opriep om Joodse bezittingen te confisqueren en alle synagogen in brand te steken: de Joden hadden Christus vermoord en verdienden het als honden behandeld te worden. Het pamflet vormt een lelijke vlek op het blazoen van Luther, en Selderhuis vindt niet dat ze in dit protestantse jubeljaar moet worden weggepoetst. 'Er zijn Lutheronderzoekers die proberen uit te leggen dat er bij Luther geen sprake was van antisemitisme maar van anti-judaïsme, omdat zijn afkeer niet op Joodse mensen gericht was maar op de joodse religie. Daar geloof ik helemaal niets van. Het was puur antisemitisme, punt uit, en het is verbijsterend dat het in de geschiedschrijving van de Reformatie zo lang toegedekt kon blijven. Een kerkhistoricus hield onlangs nog vol dat de nationaalsocialisten zich voor hun antisemitisme niet op Luther beriepen, maar dat klopt niet. In bijna elk Duits schoolboekje uit de jaren dertig werden de anti-Joodse geschriften van Luther geciteerd. Ik vind dat jonge mensen van nu dat mogen weten. Het antisemitisme van Luther is een onderdeel van de christelijke traditie waarover we ons moeten schamen.' Maar anderzijds: 'Luther heeft niet alleen de nationaalsocialisten geïnspireerd, ook Johann Sebastian Bach was een lutheraan. Weimar en Buchenwald, het hoogtepunt en het dieptepunt van de Duitse cultuur, liggen per slot van rekening ook maar vijftien kilometer van elkaar. Luther vond dat de bevrijdende kracht van de genade van het Evangelie moest worden bezongen en bracht muziek in de liturgie. Hij musiceerde zelf ook met zijn studenten en met zijn gezin, en schreef tientallen liederen. Zonder Luther geen Bach, en zonder Luther dus ook geen Mattheuspassie.'