Het zijn beelden uit de documentaire 1968:The Year That Shaped a Generation die je nooit vergeet: de Democratische presidentskandidaat Bobby Kennedy wordt voor de camera's vermoord in het Ambassador Hotel in Los Angeles. Een paar dagen later, op 8 juni 1968, wordt zijn doodskist in een trein van New York naar Washington D.C gevoerd. Aan de kant van de spoorweg staan miljoenen mensen. Sommigen salueren, anderen zwaaien. Op de achtergrond zingt Curtis Mayfield: 'People get ready, there's a train a-comin' / You don't need no baggage, you just get on board'. Een raam is open: er hangt een man uit met een fototoestel.
...

Het zijn beelden uit de documentaire 1968:The Year That Shaped a Generation die je nooit vergeet: de Democratische presidentskandidaat Bobby Kennedy wordt voor de camera's vermoord in het Ambassador Hotel in Los Angeles. Een paar dagen later, op 8 juni 1968, wordt zijn doodskist in een trein van New York naar Washington D.C gevoerd. Aan de kant van de spoorweg staan miljoenen mensen. Sommigen salueren, anderen zwaaien. Op de achtergrond zingt Curtis Mayfield: 'People get ready, there's a train a-comin' / You don't need no baggage, you just get on board'. Een raam is open: er hangt een man uit met een fototoestel. Paul Fusco werkte in die dagen voor het magazine LOOK. Eigenlijk was hij niet van plan om de begrafenis van Kennedy te fotograferen, maar zijn chef dacht daar die 8e juni anders over. Fusco nam zijn twee Leica's en zijn Nikon en trok naar Penn Station, in New York. Hij was uren te vroeg, maar de begrafenistrein stond er al. Een veiligheidsman controleerde zijn perskaart en zei: 'Ga maar in die coupé zitten. Blijf stil en beweeg niet.' Fusco nam plaats aan het raam en dacht maar aan één ding: hoe hij straks een goed beeld kon maken van de massa in Washington. Er stapten nog mensen in de trein: Jackie Kennedy, de rest van de familie, vrienden van Bobby. Geen journalisten, die waren allemaal al in Washington. Begrafenistreinen waren in die dagen ook niet zo bijzonder: de doodskisten van Lincoln en Eisenhower waren eerder al met de trein vervoerd, net als die van Roosevelt. Om twaalf uur vertrok de trein van Bobby uit Penn Station. Eerst door de donkere tunnels onder New York, later werd het licht. 'Ik was verbijsterd', zou Fusco later zeggen. Overal waar hij keek, zag hij mensen staan: langs de spoorweg, op bruggen, muren en trapladders. Fusco nam zijn Leica en deed het raam open. Hij fotografeerde iedereen: nonnen en ketters. Mensen met een spandoek: 'SO-LONG BOBBY'. Opvallend veel zwarten ook. Nooit zag rouw er zo divers uit. Nooit waren zijn beelden ook zo bewogen. Dat kwam omdat Fusco in een trein zat, maar ook omdat mensen munten op de sporen hadden gelegd. Om later, als de trein gepasseerd was, een souvenir over te houden aan de dag dat de hoop verdween. Zo leek het die 8e juni toch. Vier maanden eerder was Martin Luther King vermoord. Bobby Kennedy werd in die dagen 'the last hero' genoemd, ook door vele zwarten. Fusco bleef als een waanzinnige beelden maken. Filmpje na filmpje fotografeerde hij vol. Tot het donker werd en de gezichten van de mensen waziger werden. In een weiland zag hij twee jongens op een veel te grote motorfiets. Hij stelde zijn Leica scherp op hun lichamen in het avondlicht. De trein denderde voort. Wat verder was er paniek. Twee mensen waren net overreden. Ze waren aan het wachten op de trein van Bobby, maar hadden de trein uit de tegenovergestelde richting niet zien aankomen. Fusco vereeuwigde de treurnis en de karavaan trok verder. Om negen uur 's avonds, uren later dan voorzien, reed de trein van Bobby Washington binnen. Fusco had meer dan duizend foto's genomen. Ze verdwenen in een archiefkast. Tot ze er in 1998 weer uitgehaald werden voor een stuk in het tijdschrift George, dat opgericht was door John F. Kennedy jr. Het fotoagentschap Magnum verspreidde ze daarna: het werden iconische beelden. Ook Rein Jelle Terpstra raakte erdoor gefascineerd. De Nederlandse fotograaf-kunstenaar merkte een detail op: op veel foto's hadden de toeschouwers camera's vast. Terpstra wilde weten hoe de spiegelbeelden van Fusco eruitzagen en deed een oproep op Facebook. Tweeduizend mensen antwoordden: 'Ik stond die dag ook aan de spoorweg.' Ze bezorgden hem tweehonderd foto's van The Train en een paar 8mm-filmpjes. Daarna nam Terpstra de trein van New York naar Washington, dezelfde rit als The Funeral Train maakte. Overal hoorde hij verhalen. Achteraf bekeken was die Bobby Kennedy natuurlijk een filou, net als zijn broer John. En 'de hoop' is na 8 juni 1968 nog een miljoen keer vermoord. Maar toch was niemand de trein vergeten. Het levert vijftig jaar later een mooi fotoboek op over de dag 'dat er een generatie geboren werd'.