'Mensen die beweren dat journalisten gouden tijden beleven, hebben te lang in de bar gehangen', zegt Nick Davies als we hem bellen om te vragen hoe het gaat. Het is nu tien jaar nadat zijn bestseller, in het Nederlands verschenen als Gebakken lucht, verscheen. Met Davies zelf gaat het ondertussen uitstekend. De onderzoeksjournalist, die vooral in Engelse krant The Guardian publiceerde, is met pensioen en reist de wereld rond. Met de media, die hij nog steeds met bovengemiddelde aandacht volgt, gaat het daarentegen almaar slechter. In 2008 schreef hij al dat een commerciële logica ervoor zorgt dat journalisten niet langer genoeg tijd en middelen krijgen om verhalen te checken. Vandaag klinkt die analyse ook in Vlaanderen al te bekend.
...

'Mensen die beweren dat journalisten gouden tijden beleven, hebben te lang in de bar gehangen', zegt Nick Davies als we hem bellen om te vragen hoe het gaat. Het is nu tien jaar nadat zijn bestseller, in het Nederlands verschenen als Gebakken lucht, verscheen. Met Davies zelf gaat het ondertussen uitstekend. De onderzoeksjournalist, die vooral in Engelse krant The Guardian publiceerde, is met pensioen en reist de wereld rond. Met de media, die hij nog steeds met bovengemiddelde aandacht volgt, gaat het daarentegen almaar slechter. In 2008 schreef hij al dat een commerciële logica ervoor zorgt dat journalisten niet langer genoeg tijd en middelen krijgen om verhalen te checken. Vandaag klinkt die analyse ook in Vlaanderen al te bekend. Nick Davies: De problemen zijn alleen maar erger geworden, ja. Kranten worden gemaakt met minder geld en dus ook minder journalisten, terwijl die minstens evenveel artikels moeten schrijven als vroeger. De kans dat er leugens, verdraaiingen en propaganda worden afgedrukt, zoals ook de ondertitel van mijn boek luidde, is dus alleen maar groter geworden. Vertrouwt u de kranten nog die u leest of de nieuwsprogramma's waarnaar u kijkt? Davies: Ik ben altijd heel sceptisch. Je kunt niet zomaar aannemen dat je de waarheid wordt verteld. Het zijn pr-bureaus die kiezen wat er wordt geschreven over de overheden, bedrijven, vakbonden en beroemdheden die zij vertegenwoordigen. Zelfs als het helemaal waar is wat er wordt gezegd, dan nog kan zo'n bureau de insteek van het artikel kiezen. Zij leveren de persberichten met bruikbare citaten en foto's aan: moeilijk te weerstaan voor journalisten die elke dag drie artikels moeten schrijven. Een groot deel van Flat Earth News ging over de leugens die werden verspreid over massavernietigingswapens in Irak. Veel media gingen daarin mee. Hebt u sindsdien nog een verhaal van zo'n omvang zien passeren? Davies: Ik heb me onlangs geërgerd aan de verslaggeving over de aanslag op Sergej Skripal, de Russische dubbelspion in Engeland. Die was echt verschrikkelijk. Het officiële verhaal is dat die man in opdracht van de Russische president Vladimir Poetin is vermoord. Maar daar kun je heel veel vraagtekens bij plaatsen: welk belang heeft Poetin erbij om een oud-spion, jaren nadat hij in Engeland onderdak heeft gevonden, nog uit de weg te ruimen? Waren er misschien andere partijen die hem wilden vermoorden? Ik las dat hij een heel dure auto had - misschien was het een afrekening binnen het misdaadmilieu? Ik heb het zelf niet onderzocht, dus ik weet het ook niet. Maar ik stel alleen vast dat geen enkele krant er ernstig onderzoek naar heeft gedaan of de officiële versie in twijfel trok. Er wordt nog maar weinig uitgezocht en gecheckt, ook bij kwaliteitsmedia. Dat bleek al uit het onderzoek dat academici voor mijn boek hebben uitgevoerd. We krijgen te lezen dat - om maar iets te noemen - de eerste minister zegt dat er een man op de maan staat, terwijl de oppositie zegt dat er een vrouw op de maan staat. Niemand controleert of er überhaupt iemand op de maan te vinden is. Dat is natuurlijk de veiligste optie, enkel doorgeven wat anderen beweren. Duizenden en duizenden journalisten over de hele wereld schreven over die massavernietigingswapens; ik geloof niet dat daar ooit iemand voor op de vingers is getikt. Andrew Gilligan, een Engelse journalist die bedenkingen had bij de manier waarop de overheid de bewijzen presenteerde, is daarentegen afgemaakt. Wat hij beweerde, was inderdaad ook deels verkeerd, maar lang niet alles. Toch kreeg hij het veel harder te verduren dan de meute die verkeerd zat. Wat is er in de voorbije tien jaar veranderd? Davies: Het internet heeft het businessmodel van nieuwsorganisaties ten diepste beschadigd. Facebook en Google verspreiden gratis artikels waar journalisten hard aan hebben gewerkt, en gaan ook nog eens met een steeds groter deel van de advertentie-inkomsten lopen. Ik heb het zelf niet nagekeken, maar Facebook en Google zouden samen online ongeveer negentig procent van alle nieuwe advertentie-inkomsten verdienen. (Het cijfer dateert van 2016 en komt van Digital Content Next, een handelsorganisatie voor adverteerders, red.) Zij hebben al het geld dat wij vroeger verdienden.' Media hebben een paradoxale relatie met Facebook en Google: ze lopen er geld door mis, maar bereiken door die sites ook veel nieuwe lezers. Zou u ze toch aanraden om met sociale media te stoppen? Davies: Ik heb twee jaar geleden mijn profiel op Facebook verwijderd. Dat was mijn bescheiden bijdrage aan de hopelijk spoedige ondergang van Mark Zuckerberg en zijn rijk. Ik zou iedereen met gezond verstand hetzelfde aanbevelen: waarom wil iemand iets te maken hebben met zo'n inhalig en gevaarlijk bedrijf? Google gebruik ik ook niet meer, ik ben overgestapt op DuckDuckGo. Die zoekmachine volgt je niet overal op internet, dus je hebt ook geen last meer van onnozele gepersonaliseerde reclame. In een ideale wereld zou de overheid die twee bedrijven nationaliseren, zoals na de Tweede Wereldoorlog ook met de spoorwegen en de kolen- en staalindustrie is gebeurd. Want Facebook en Google zijn inderdaad net zo belangrijk voor de samenleving vandaag, en bovendien zouden de winsten, die nu verdwijnen in de zakken van enkelingen, veel beter kunnen worden besteed. Helaas, ik zie ook wel dat zoiets totaal onrealistisch is. Af en toe komt het idee terug om de media te nationaliseren. Lijkt u dat wat? Davies: Dat klinkt gevaarlijk, dat zou geen enkele journalist willen. De BBC wordt bij ons beheerd door een onafhankelijke trust, en het geld komt van een bijdrage die alle televisiekijkende Britten moeten betalen. Zoiets zou eventueel kunnen werken, maar je moet daarmee heel voorzichtig zijn. Je wilt niet dat politici proberen te beïnvloeden wat journalisten schrijven. Nochtans maakt het internet het de journalisten vandaag op veel manieren gemakkelijk. We hoeven geen persconferenties meer af te lopen, we lezen het allemaal op Twitter. Davies: Dat is zo. Internet is heel handig om alle mogelijke beschikbare informatie te vinden. Ik ken briljante jonge journalisten die ontzettend goed zijn en achter hun laptop heel veel materiaal bij elkaar vinden. Maar ze mogen niet denken dat dat de enige manier is om aan journalistiek te doen. Er zijn belangrijke verhalen waarvan bewijs wordt achtergehouden, en dat kom je alleen te weten door met mensen te praten. Daarvoor moet je naar buiten, relaties opbouwen. Dat kan echt niet achter een bureau op een redactie. Was het vroeger echt beter? Van de vorige eeuw is er ook een beeld blijven hangen van journalisten als luie, drankverslaafde mannen. Davies: Het probleem van de journalistiek is echt niet de alcohol, al ken ik die verhalen wel. In de periode tussen 1945 en 1995 hadden journalisten gewoon veel meer tijd om verhalen te checken. Grote journalisten als Bob Woodward, Carl Bernstein, Seymour Hersh en John Pilger zaten echt niet de hele dag in de bar met hun voeten omhoog. Ik zou voor vandaag ook wel vier van zulke namen kunnen noemen. Davies:Fair enough, daar gaat het natuurlijk niet over. Voor Flat Earth News deden we onderzoek naar de werklast van journalisten. Bleek dat zij in twintig jaar tijd drie keer meer ruimte in de krant moesten vullen. Hoe kunnen ze hun werk goed doen als ze zoveel meer vol moeten schrijven? Internationale samenwerkingen zorgen ervoor dat er nog altijd grote verhalen worden gepubliceerd. Denk maar aan WikiLeaks, LuxLeaks of de Panama Papers. Davies: Dat is zo, maar zelfs voor die verhalen is het moeilijker geworden om echt effect te hebben. Ze staan even bovenaan op de nieuwssites, en na enkele uren zakken ze al om plaats te maken voor ander nieuws. Kijk naar het effect van de Panama Papers. Sigmundur Davíð Gunnlaugsson, de eerste minister van IJsland, werd daarin genoemd, en die was minder dan 48 uur later opgestapt. Poetin werd ook vermeld: een bevriende muzikant bleek voor hem miljoenen dollars te hebben verborgen. Wat was daarvan het gevolg? Helemaal niets, Poetin gaf geen krimp. Ook in het Westen zijn trollen op sociale media al lang niet meer geïnteresseerd in redelijke argumenten, bewijzen of zelfs maar de waarheid. Ik ben veertig jaar reporter geweest, en het is echt veel moeilijker geworden om impact te hebben met een verhaal. Is de Amerikaanse president Trump een zegen voor de journalistiek, zoals wel wordt beweerd? Of is zijn verkiezing enkel een bewijs van de irrelevantie van wat journalisten schrijven? Davies: In de voorbije decennia zijn alle politici alleen maar beter en beter geworden in het manipuleren van de media. Trump doet het enkel op een totaal andere manier, hij lapt alle conventies aan zijn laars. Hij zegt alleen maar dingen die zo onvoorstelbaar zijn dat hij er telkens opnieuw alle media mee haalt. Ik had het er eens over met Robby Mook, de campagnemanager van Hillary Clinton. 'Trump gedroeg zich altijd als een clown. Hillary wilde het over beleidskeuzes hebben, maar daarmee haalde ze het nieuws niet zolang Trump rare, onvoorspelbare of choquerende dingen bleef zeggen', vertelde hij. Ik denk niet dat Trump daarmee twintig of dertig jaar geleden tot president was verkozen. Ik heb hem zelf eens in 1987 geïnterviewd, en toen speelde hij al met het idee om presidentskandidaat te worden. Geen enkele poging die hij daarna heeft ondernomen, had succes. Tot in 2016: toen was het klimaat zodanig veranderd dat hij een kans maakte en won. U schreef in Flat Earth News dat er onder journalisten een omerta heerste over wat er aan de hand was in hun branche. Is dat nog zo? Davies: Dat is absoluut niet veranderd. Na de publicatie van mijn boek werd ik afgebrand door de leidinggevenden bij kranten en andere media. Het waren gewone journalisten die massaal met mij contact opnamen om te vertellen over wat er op hun redactievloeren allemaal gebeurde. Uit de informatie die ik toen kreeg, zijn trouwens de verhalen gekomen dat kranten als News of the World de telefoons van zoveel mensen hackten. Dat schandaal was anders nooit uitgekomen. Zou u de journalistiek nog altijd aanraden aan jonge mensen? Davies: Ik denk van wel. De toekomst is ongewis, het is absoluut niet zeker dat we ooit een oplossing zullen vinden voor de problemen van ons businessmodel. Maar ondertussen blijft journalistiek een ontzettend leuke job. We krijgen betaald om heel fijne dingen te doen, zoals in het beste geval slechte mensen veel pijn doen met onthullingen over hun doen en laten.De vaardigheden van een journalist zullen ook altijd handig blijven. Iemand die complexe, lange teksten helder kan samenvatten, of bronnen die niet willen spreken kan overtuigen om toch hun mond open te doen, zal altijd wel ergens terechtkunnen. Uiteindelijk kunnen we allemaal nog de public relations in? Davies: Zo zijn er inderdaad steeds meer journalisten. En zelfs dat is niet per se een ramp. Zo'n werk doen voor een ngo als Amnesty International of het Rode Kruis is zeker zinvol, dan kun je ook de aandacht vestigen op belangrijke onderwerpen.