Muhemmedeli Niyaz zit in de Duitse les wanneer hij op zijn telefoon een voicemailbericht ziet binnenkomen. Beller: onbekend. Het maakt hem zenuwachtig - onbekende nummers betekenen bij hem meestal niet veel goeds -, maar als hij buiten op de gang het bericht opent, hoort hij een vertrouwde stem. Een oude vriend, die nieuws heeft over zijn familie in Xinjiang. Geruststellend klinkt het niet. 'Als je klaar bent met luisteren, verwijder dit bericht dan meteen.'
...

Muhemmedeli Niyaz zit in de Duitse les wanneer hij op zijn telefoon een voicemailbericht ziet binnenkomen. Beller: onbekend. Het maakt hem zenuwachtig - onbekende nummers betekenen bij hem meestal niet veel goeds -, maar als hij buiten op de gang het bericht opent, hoort hij een vertrouwde stem. Een oude vriend, die nieuws heeft over zijn familie in Xinjiang. Geruststellend klinkt het niet. 'Als je klaar bent met luisteren, verwijder dit bericht dan meteen.' Op het moment dat Niyaz (29) het bericht krijgt, in juni 2018, is het meer dan een jaar geleden dat hij nog iets van zijn familie heeft gehoord. Zijn broers Yusup (41) en Yakup (38), allebei getrouwd en vader, en zijn zus Hayrigul (31), met wie hij een innige band heeft: sinds mei 2017 hebben ze geen enkel teken van leven meer gegeven. Hij vermoedt dat ze in heropvoedingskampen zijn opgesloten, net als volgens een VN-rapport mogelijk 1 miljoen andere Oeigoeren. Maar zeker is hij het niet. Ze zijn gewoon verdwenen. Niyaz woont in Duitsland, waar hij in 2017 asiel heeft gekregen, maar hij is geboren in Aksu, de derde stad van Xinjiang, een 'autonome regio' in het westen van China. Het is een woelig gebied, met een oorspronkelijk islamitische bevolking en een geschiedenis van etnische spanningen en segregatie. Sinds 2009 komen die spanningen geregeld tot uitbarsting, met gewelddadige rellen en terreuraanslagen. De overheid slaat terug met nietsontziende repressie. Onder leiding van partijsecretaris Chen Quanguo, de voormalige 'ijzeren vuist' van Tibet, wordt Xinjiang de laatste jaren langzaam omgebouwd tot een hoogtechnologische politiestaat. De islamitische bevolking wordt onder controle gehouden met checkpoints, camera's met gezichtsherkenning, verplichte DNA-afname en overheidsinzage in alle mobiele telefoons. Wie zich 'religieus gedraagt' - een baard of sluier draagt, bijvoorbeeld - wordt als onbetrouwbaar aangemerkt. Sinds vorig jaar komen daar ook berichten bij over de massale opsluiting van Oeigoeren in politieke heropvoedingskampen, zonder arrestatiebevel of veroordeling. Onderzoekers krijgen geen toegang tot Xinjiang, maar op basis van satellietbeelden en openbare aanbestedingen ontdekten ze een gigantisch netwerk aan kampen. Het Comité tegen Rassendiscriminatie van de Verenigde Naties schatte in augustus dat mogelijk één miljoen Oeigoeren opgesloten zitten, 10 procent van de totale gemeenschap. Aanvankelijk ontkende de Chinese overheid het bestaan van de kampen, maar begin oktober veranderde ze van tactiek. Ineens klinkt het dat 'mensen beïnvloed door extremisme' voor hun eigen bestwil worden vastgehouden in 'opleidingscentra', waar ze met Chinese taalles en een vakopleiding naar een beter leven worden begeleid. Volgens mensenrechtenorganisaties is dat onzin. Voormalige gedetineerden getuigen over erbarmelijke levensomstandigheden en psychologische en fysieke mishandeling. Door op te groeien in Xinjiang is Niyaz wel enige overheidsintimidatie gewend. Toen hij als puber ooit een Oeigoerse vlag online zette, wat in Chinese ogen een separatistisch symbool is, werd hij gearresteerd en mishandeld. Toen hij een paar jaar later op sociale media spotte met een campagne om Oeigoerse kledij te bannen, kreeg hij opnieuw problemen. Hij moest zich elke week bij de politie melden en kon zich niet vrij verplaatsen. Hij verhuisde naar Turkije, waar zijn zus studeerde. Maar ook in Turkije liet de Chinese overheid hem niet met rust. In 2014 kreeg hij telefoon van een onbekend nummer. Een Chinese agent vroeg hem een Oeigoerse conferentie in Istanbul bij te wonen en erover te rapporteren. Niyaz weigerde, maar de telefoontjes bleven komen en werden steeds dreigender van toon. Ondertussen werd zijn oudste broer in Xinjiang opgepakt en tot vier jaar cel veroordeeld, om onbekende redenen. Niyaz besefte dat hij onmogelijk terug zou kunnen naar China. Eind 2015 verhuisde Niyaz naar Duitsland. Een nieuw land, een nieuw telefoonnummer, en hopelijk een nieuwe start. Maar ook daar kreeg hij telefoontjes van een onbekend nummer. Een Chinese man gaf te verstaan dat als Niyaz niet meewerkte, dat gevolgen zou kunnen hebben voor zijn zus in Xinjiang. Het was de druppel te veel voor Niyaz. Hij dreigde ermee de Duitse politie in te lichten. De telefoontjes hielden op. Even later verdwenen zijn zus en zijn jongste broer. Het is onmogelijk om het verhaal van Niyaz te verifiëren. De Chinese overheid geeft geen informatie over opsluitingen in de 'trainingscentra', en evenmin over de infiltratie van Oeigoerse gemeenschappen in het buitenland. Maar screenshots van een chatgesprek bevestigen dat Niyaz in 2017 door een anonieme Chinees onder druk werd gezet om informatie te leveren, en dat daarbij naar zijn zus werd verwezen. In een screenshot van een ander chatgesprek bevestigt een Oeigoerse bron dat zijn zus en broer verdwenen zijn. Niyaz' verhaal komt ook overeen met getuigenissen van andere Oeigoeren in Europa en de Verenigde Staten, waaruit blijkt dat Chinese inlichtingendiensten en politie hen onder druk zetten om te spioneren, door te dreigen met strafmaatregelen voor hun familie in Xinjiang. In Duitsland en Zweden zijn Oeigoeren veroordeeld voor het bespioneren van hun eigen gemeenschap. Volgens Isa Dolkun, voorzitter van diasporavereniging World Uyghur Congress, is de praktijk wijdverspreid. Niyaz kan alleen maar raden wat er precies is gebeurd. Hij hield jarenlang contact met zijn familie, maar gaandeweg beperkter en voorzichtiger. Sinds 2016 wordt in Xinjiang een klopjacht op 'extremisten' gehouden, en contact met het buitenland is voldoende om verdacht te worden. Niyaz kon zijn familie niet bellen, maar wisselde af en toe een groet uit op WeChat, het Chinese WhatsApp. Hij volgde hun tijdlijn op sociale media. En als het echt belangrijk was, communiceerden ze via een tussenpersoon. Maar een paar weken na het afgekapte telefoongesprek met het onbekende nummer kreeg Niyaz zijn zus en broer op geen enkele manier meer te pakken. 'Geen WeChat, geen e-mail, geen sociale media, ze waren verdwenen', zegt hij. 'Ik nam contact op met hun vrienden, maar zij hadden hen nergens gezien. Ik probeerde mijn moeder te bellen, maar ze onderbrak me meteen: bel me niet, stel geen vragen. Dat was de laatste keer dat ik haar sprak.' Hij vermoedde dat zijn zus en broer in een heropvoedingskamp waren opgesloten, misschien wel vanwege hun contact met hem, of door zijn weigering om informatie te geven. In ieder geval níét omdat ze extremistisch zijn: zijn familie is islamitisch, maar niet eens praktiserend. Ze dragen geen baarden en geen sluiers. En ze zitten er al zeker niet om, zoals de Chinese overheid beweert, hen te helpen door hen de Chinese taal en een vak aan te leren. 'Mijn broers en zus spreken perfect Chinees en hebben allemaal een goede baan', zegt Niyaz. 'Als je professionele niveau een voorwaarde zou zijn om vrij te komen, dan waren ze al lang vrij geweest. De Chinese overheid heeft blijkbaar beslist om onze culturele en religieuze identiteit uit te wissen. We moeten een minderheid worden zoals de andere in China: Chinees spreken, ons Chinees gedragen, er Chinees uitzien.' De maandenlange onzekerheid vrat hem op. Pas in juni kreeg hij zekerheid, met het voicemailbericht van zijn oude vriend. De man bevond zich even buiten Xinjiang, had een nieuwe simkaart gekocht en waagde zich aan een kort bericht naar het buitenland. 'Je moeder is oké', klonk het. 'Je oudste broer heeft acht jaar cel erbij gekregen. Je zus wordt "onderwezen". Over je tweede broer hebben we geen informatie. Wat je ook doet, kom niet terug naar China. En stel geen vragen.'