Het gaat om een jachtvliegtuig van het type Spitfire. Die werd op 7 september 1942 neergehaald door Duitse jagers. Het vliegtuig behoorde toe aan sergeant Edgard Dickerson, die het leven liet bij de crash. De piloot kon wel het vliegtuig nog verlaten, maar zijn valscherm ging niet helemaal open en hij stortte te pletter. De man ligt begraven op de stedelijke begraafplaats in Steenbrugge, en het vliegtuig zou nog steeds op de plaats van de crash liggen. Dat het om de Spitfire van Dickerson gaat, konden Dirk Decuypere en Wim Huyghe afleiden uit het relaas van ooggetuigen, archiefonderzoek en metaaldetectie op de crashplaats. Zaterdag worden in samenwerking met de Provincie West-Vlaanderen, het Agentschap Onroerend Erfgoed en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) opgravingen gedaan. "Het is nog niet duidelijk wat we gaan vinden. Heel wat brokstukken liggen in de ruime omgeving van de plaats, maar de motor zou nog heel moeten zijn", verduidelijkt Dirk Decuypere van de archeologie- en inventarisgroep. "Hoe diep we zullen graven weten we nog niet. Alles hangt af van het verloop van de graafwerken." Mits de vondst van grote stukken zou er tentoonstelling worden gemaakt over de crash en de opgravingen. Er zijn daarover al gesprekken geweest met het provinciemuseum Raversyde. De groep heeft heel wat ervaring met dergelijke opgravingen. Sedert 1997 heeft de groep al diverse wrakken van vliegtuigen geborgen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in West-Vlaanderen neerstortten. (Belga)

Het gaat om een jachtvliegtuig van het type Spitfire. Die werd op 7 september 1942 neergehaald door Duitse jagers. Het vliegtuig behoorde toe aan sergeant Edgard Dickerson, die het leven liet bij de crash. De piloot kon wel het vliegtuig nog verlaten, maar zijn valscherm ging niet helemaal open en hij stortte te pletter. De man ligt begraven op de stedelijke begraafplaats in Steenbrugge, en het vliegtuig zou nog steeds op de plaats van de crash liggen. Dat het om de Spitfire van Dickerson gaat, konden Dirk Decuypere en Wim Huyghe afleiden uit het relaas van ooggetuigen, archiefonderzoek en metaaldetectie op de crashplaats. Zaterdag worden in samenwerking met de Provincie West-Vlaanderen, het Agentschap Onroerend Erfgoed en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) opgravingen gedaan. "Het is nog niet duidelijk wat we gaan vinden. Heel wat brokstukken liggen in de ruime omgeving van de plaats, maar de motor zou nog heel moeten zijn", verduidelijkt Dirk Decuypere van de archeologie- en inventarisgroep. "Hoe diep we zullen graven weten we nog niet. Alles hangt af van het verloop van de graafwerken." Mits de vondst van grote stukken zou er tentoonstelling worden gemaakt over de crash en de opgravingen. Er zijn daarover al gesprekken geweest met het provinciemuseum Raversyde. De groep heeft heel wat ervaring met dergelijke opgravingen. Sedert 1997 heeft de groep al diverse wrakken van vliegtuigen geborgen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in West-Vlaanderen neerstortten. (Belga)