Wie wint het WK wielrennen in Wollongong? ‘Niemand verdient de regenboogtrui meer dan Wout van Aert’

Wout van Aert ‘Sinds Remco Evenepoel de Vuelta heeft gewonnen, ziet hij hem als een gelijke.’ © Gettyimages
Jef Van Baelen
Jef Van Baelen Journalist voor Knack

Bij de mannen zijn er drie topfavorieten op het WK wielrennen en twee van hen zijn Belg, stelt analiste Marijn de Vries. ‘Ik hoop dat Wout van Aert en Remco Evenepoel overeenkomen. Vorig jaar bleek dat lastig.’

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Volgende keer twee keer nadenken wanneer de hoofdredacteur de opdrachten verdeelt: ex-journaliste Marijn de Vries hield aan een reportage een wielercarrière over. In 2008 maakte ze voor de Nederlandse radio een item over late debutanten in de topsport. In een vlaag van overmoed maakte ze zichzelf tot onderwerp van haar verhaal. ‘Ik werd 30 en had na een leuke fietsvakantie een koersfiets gekocht’, vertelt De Vries. ‘Ik mocht meetrainen met de ploeg van Leontien van Moorsel. Dat ging zo goed dat ze me een contract aanboden voor het volgende seizoen. Ik kan nu wel toegeven dat ik die reportage met voorbedachten rade heb gemaakt. Het fietsen was in korte tijd een passie geworden, en andere wielertoeristen complimenteerden me voortdurend dat ik zo hard ging. Ik dacht: laat ik een list verzinnen om te ontdekken wat ik kan.’

De Vries koerste vijf jaar bij de profs en maakte opnieuw de oversteek naar de journalistiek, nu als analiste, onder meer in Vive le vélo. Dit weekend vinden in het Australische Wollongong de wereldkampioenschappen wielrennen plaats. De vrouwen rijden zaterdagochtend Belgische tijd, zondagochtend is het aan het mannenpeloton. Voor de koers van zaterdag is de favoriet snel gevonden. ‘Annemiek van Vleuten blies iedereen weg in de Vuelta. Als zij uitpakt met een van haar gepatenteerde lange solo’s, dan is het maar de vraag wie er een antwoord op heeft’, analyseert De Vries. ‘Als Van Vleuten toch niet wegraakt, heeft Nederland nog altijd de beste kansen. Wollongong is een typisch Marianne Vosparcours.’

Organisator Scott Sunderland vergelijkt het parcours met dat van Milaan-Sanremo. Maar die koers bestaat niet in het vrouwenwielrennen.

Marijn de Vries: Nog niet. Volgend jaar wordt de eerste Milan-Sanremo Donne georganiseerd. Mij doet Wollongong denken aan de Amstel Gold Race: geen lange beklimmingen en toch veel hoogtemeters, voortdurend draaien en keren. In dat soort wedstrijden lijkt Marianne Vos de laatste maanden onverslaanbaar. Zij kan in het peloton rustig afwachten hoe de anderen zich kapotrijden om Annemiek van Vleuten terug te halen, en het afmaken in de sprint. Als Van Vleuten en Vos hun koers op elkaar afstemmen en goed afspreken wie wat doet en wanneer, dan gaat de regenboogtrui naar Oranje.

Het allergrootste gevaar voor de Belgen komt van Tadej Pogacar. Ik zou niet met hem naar de eindstreep willen.

Wat heeft Annemiek van Vleuten eraan als Marianne Vos wereldkampioen wordt?

De Vries: Vos en Van Vleuten hebben jaren voor dezelfde ploeg gereden en komen goed overeen. Als iemand Vos de overwinning gunt, dan Van Vleuten wel. De Nederlandse ploeg heeft sowieso iets recht te zetten. Vorig jaar was de tactiek van Oranje niet om over naar huis te schrijven. Vos werd tweede. De Nederlanders hadden alle sleutels in handen om te winnen. Met name Annemiek van Vleuten was daar heel boos over.

Is dit WK te zwaar voor Lorena Wiebes, de Nederlandse zegekoningin van 2022?

De Vries: Dat denk ik niet. Als ik bondscoach was, had ik haar meegenomen. Wiebes is dé topper voor de komende jaren. We kennen haar als sprintster, maar ze heeft bergop meer in haar mars dan ze al kon tonen. Op dit parcours zou ze vandaag nog niet winnen, maar het was een unieke kans om haar het WK te laten ervaren in een knechtenrol, met het oog op later, wanneer een paar grote Nederlandse rensters met pensioen gaan.

Een wereldkampioenschap heeft een rare dynamiek. Niet alleen zitten plots rensters bij elkaar in de ploeg die normaal concurrenten zijn, er is ook het feit dat de belangrijkste koers van het jaar verreden wordt met een zwak deelnemersveld. Landen waar het wielrennen in zijn kinderschoenen staat, vaardigen selecties af die daar niets te zoeken hebben, terwijl rensters die verdienen erbij te zijn ontbreken. Nederland had wel drie WK-waardige selecties kunnen maken.

Zijn de Italianen de gevaarlijkste tegenstanders?

De Vries: Dat zijn ze altijd. Italië is hét WK-land. Vorig jaar won Elisa Balsamo, die een uitgekiend stukje teamwork afmaakte. Hun geheim is de Valcarploeg, de opleidingsploeg van het Italiaanse wielrennen. Daar komen alle grote namen vandaan. Ze leren er als ploeg rijden – de Italianen zijn tactische meesters. Het parcours ligt de Italiaanse kopvrouwen Elisa Longo Borghini en Marta Cavalli, maar wie weet mikken ze op Silvia Persico. Geen naam die je zou verwachten, maar Balsamo won vorig jaar ook onverwacht.

Thuisland Australië moet je evenmin onderschatten. Grace Brown rijdt een sterk seizoen en er is Amanda Spratt, jaren op de sukkel met een geknelde liesslagader, maar stilaan zie je weer de Spratt van vroeger. Voor haar blessure was zij een van de weinige rensters die met Van Vleuten mee konden.

Gelooft u in de kansen van Lotte Kopecky?

De Vries: Op dat zware parcours zal ze er snel alleen voor staan en dan moet het meezitten. In het voorjaar was Kopecky geweldig op dreef, nadien wat minder. Hervindt ze haar vorm van de Ronde van Vlaanderen, dan kan het, maar in je eentje afrekenen met een hele sterke Nederlandse ploeg lijkt ondoenbaar.

Hoe laat zet u uw wekker?

De Vries: De vrouwenkoers start om vier uur ’s ochtends. Ik heb twee kleine kinderen, het is weekend. Ik denk dat ik toch maar een paar uurtjes blijf liggen. (lacht) Ook niet té lang, of ik mis de ontsnapping van Van Vleuten.

Ik merk wel dat ik er almaar meer moeite mee heb dat het hele circus zich naar de andere kant van de wereld verplaatst. We hebben het constant over klimaatverandering, over de droogte, de economische crisis. Kun je het nog verantwoorden om honderden mensen en tonnen materiaal naar Australië te vliegen voor één koers? Mensen zullen dat wel weer te woke van me vinden en ik vind het natuurlijk ook superleuk dat Australië een WK organiseert, maar dat soort vragen stellen we onvoldoende.

Annemiek van Vleuten ‘Als zij en Marianne Vos goede afspraken maken, gaat de regenboogtrui naar Oranje.’
Annemiek van Vleuten ‘Als zij en Marianne Vos goede afspraken maken, gaat de regenboogtrui naar Oranje.’ © National

De Deen Mads Pedersen past voor het WK. ‘Ik heb ook nog een gezinsleven’, zegt hij.

De Vries: Vroeger werd het niet eens geaccepteerd dat je uit koers stapte om de geboorte van je kind mee te maken. Het is heel goed dat renners daar zeggenschap over eisen. Het is hún leven.

Voor de atleten betekent dit WK een grote belasting, met de jetlag. Als je deze herfst nog wilt presteren, ga je beter niet naar Australië. Er is sinds dit jaar een UCI-klassement voor ploegen. Teams die onderin eindigen, degraderen.Alejandro Valverde mag van zijn ploeg niet naar het WK. Jammer voor hem, in zijn laatste seizoen. Maar ik snap het. Movistar heeft de punten nodig.

Wie zou op basis van het hele seizoen de verdiende wielerkampioen zijn?

De Vries: Bij de vrouwen toch maar Annemiek van Vleuten. Ze won de Giro, de Tour en de Vuelta. Daarmee zijn we uitgepraat. Bij de mannen kun je niet om Wout van Aert heen. Remco Evenepoel zit bij hem in de buurt, maar zo dominant als Van Aert koerste in de Tour, daar kan niemand aan tippen. kan niemand boven. Niemand verdient de regenboogtrui meer dan Van Aert.

Hebben de Belgen de twee grote WK-favorieten in de ploeg?

De Vries: Zonder twijfel. De Belgische ploeg is bij de mannen wat de Nederlandse is bij de vrouwen. Alle ogen zullen op hen zijn gericht. De twee Belgische kopmannen kunnen de koers helemaal controleren en afmaken. Ik hoop alleen dat ze overeenkomen. Vorig jaar bleek dat lastig. Al kan ik me voorstellen dat de dynamiek tussen die twee veranderd is nu Evenepoel de Vuelta heeft gewonnen. Van Aert ziet hem voortaan als een gelijke.

Moet je de koers in handen nemen als je de twee favorieten hebt of is dat juist dom?

De Vries: De Belgen hebben geen keus. De andere teams zullen hen op kop dwingen. En geef ze eens ongelijk. De Belgische ploeg is in de breedte zó sterk. Het is niet alleen Wout en Remco.

Ik verwacht een klassiek WK-scenario, met veel wachten en een beslissende move in de laatste ronde. Bij de mannen mag je gerust wat later opstaan. Voor zeven uur ga je niet veel missen.

Geduchte concurrenten zoals Julian Alaphilippe en Mathieu van der Poel kampten met blessures. Zijn zij wel in vorm?

De Vries: Van Alaphilippe verwacht ik niet veel. Zijn seizoen in de regenboogtrui verliep droevig, met al die valpartijen. Hij mist koerskilometers. Ik zie hem niet op de top van zijn kunnen presteren in Wollongong. Da’s anders voor Van der Poel, die al meerdere malen bewees dat hij zonder koersritme meteen weer bij de besten aanpikt. Aan de andere kant zou het zomaar kunnen dat hij er zondag niet aan te pas komt.

Het allergrootste gevaar voor de Belgen komt van Tadej Pogacar. Zijn Sloveense ploeg slaat je niet omver, maar Pogacar heeft geen ploeg nodig. Hij is sterk, snel en heeft een feilloos gevoel voor de juiste ontsnapping. Levensgevaarlijk. van Aert en Evenepoel moeten hun getalsterkte uitspelen, dan weet Pogacar niet op wie eerst te reageren. Ik zou niet met hem naar de eindstreep willen.

Of krijgen we met Biniam Girmay de eerste Afrikaanse wereldkampioen?

De Vries: Naar hem ben ik heel benieuwd. Na de Giro hebben we niet veel meer gezien van Girmay. Het parcours lijkt geknipt voor hem en ik verwacht dat hij lang meegaat, maar hij zit in hetzelfde schuitje als Lotte Kopecky. Wanneer je er alleen voor staat, moeten alle kwartjes jouw kant oprollen.

Ik werp er nog één verrassende naam bij, al is hij in mijn ogen gewoon een van de favorieten: Dylan van Baarle. Parijs-Roubaix gewonnen, een fantastisch seizoen gereden en veel zelfvertrouwen getankt. Vorig jaar zilver op het WK. Van Baarle trekt volgend jaar naar Jumbo-Visma, de ploeg van Wout van Aert. Dat kan zeker helpen. Je weet niet wat voor coalities er tijdens zo’n WK ontstaan.

Het is een fantastisch wielerseizoen, zowel bij de mannen als bij de vrouwen. De fans worden verwend.

De Vries: Ik geniet met volle teugen. Denk maar aan de Tour bij de mannen: fantastisch! En de voorjaarsklassiekers waren ook al om van te smullen. Eén reden is dat er een nieuwe generatie is opgestaan, die graag open en aanvallend koerst. Maar de belangrijkste verklaring ligt in de dieetleer. Vijf jaar geleden dacht men nog dat een renner zo mager mogelijk moet staan. Daar is men helemaal van teruggekomen. Zeker bij grote teams als Jumbo-Visma en Ineos wordt wetenschappelijk gekeken naar wat renners eten en wat ze daarmee kunnen in koers. Wat stop je in hen op welk moment en welke output mag je verwachten? Renners kunnen daarom vroeg aanvallen, in de wetenschap dat ze genoeg energie hebben om er in de finale nog te staan. Het komt bijna nooit meer voor dat een renner helemaal leeg aan de finish komt. En indien wel, dan heeft hij zich niet aan zijn voedingsplan gehouden.

Misschien zijn de coureurs simpelweg gelukkiger omdat het extreme hongeren verleden tijd is?

De Vries:(knikt) Blije renners zorgen voor aantrekkelijke koersen, ja. Vergis je nu niet: klassementsrenners die al die cols op moeten, letten nog steeds enorm op hun voeding. Ze staan zelfs scherper dan ooit, maar hun dieet is doordacht. Ze hongeren zich niet het ziekbed in.

Tom Dumoulin, oud-winnaar van de Ronde van Italië, is onlangs gestopt. Zat daar bij hem het probleem?

De Vries: Nadat hij de Giro had gewonnen, is Tom heel ongelukkig geworden. Hij had inderdaad een te fors lijf om een klassementsrenner te zijn. Dat hongeren leidde tot blessures en zorgde ervoor dat hij ook niet meer van die blessures herstelde. Het vrat aan zijn motivatie en hij belandde in een negatieve spiraal. En Tom gruwde van de aandacht. Toen hij de Giro won, lagen er ineens fotografen in zijn voortuin, om plaatjes te schieten van hoe hij de vuilnisbakken buitenzette. Dat is natuurlijk verschrikkelijk. De entourage van Remco Evenepoel is zich hopelijk van dat gevaar bewust.

Ik hoop dat we Dumoulin zullen herinneren als de geweldige renner die hij was. De laatste jaren koerste hij met zijn ziel onder zijn arm. Ik vond dat zo verdrietig. Ik ben nog ploeggenote van hem geweest bij Team DSM. Een fijne, vriendelijke, verstandige jongen die een lach op ieders gezicht toverde. Ik hoop dat hij zielsgelukkig wordt.

Hebt u spijt dat uw carrière pas op uw 32ste begon? Er had misschien meer in gezeten.

De Vries: Die vraag krijg ik vaak. Natuurlijk had het beter gekund. Ik ben dicht bij de wereldtop gekomen, maar misschien had ik ertussen kunnen staan, als ik van jongs af had geleerd te koersen. Het zit in tactiek en in stuurmanskunst – je moet in a split second beslissingen nemen. Zonder ervaring vergroot de kans dat je verkeerde keuzes maakt. Dat Primoz Roglic zo vaak valt, heeft er voor een stuk mee te maken dat hij laat wielrenner werd. Ook bij Remco Evenepoel merk je het af en toe.

Maar spijt? Nee, ik ben blij dat ik überhaupt in het wielrennen ben beland. Het heeft mijn leven op een fantastische manier veranderd. Plus: ik heb een leuke studententijd gehad, en als twintiger stevig van het leven genoten. Ik hoor renners weleens zeggen dat ze daar jaloers op zijn.

Marijn De Vries

– 1978: geboren in Coevorden, Nederland

– 2010: profdebuut bij de ploeg Leontien.nl

– 2011: coauteur van Vrouw & fiets, handboek voor de fietsende vrouw

– 2013: columniste bij Trouw, later bij NRC

– 2015: stopt met wielrennen, bestuurder bij Nederlandse wielerbond

– 2016: analiste bij NOS en Sporza

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content