Vanuit het kabinet-Reynders is aanzienlijke druk uitgeoefend om het dossier rond te afkoopwet snel door het parlement te loodsen, omdat anders een dossier dreigde te verjaren. Dat verklaarde vandaag Grégory Matgen, die indertijd voor de MR zetelde in de Senaat. Matgen kon niet zeggen om welk dossier het precies ging, maar volgens onder meer Vincent Van Quickenborne (Open Vld) zijn er maar twee zaken die geprofiteerd hebben van de snelle goedkeuring van de wet: Patokh Chodiev, de spil in het Kazachgatedossier, en een zaak rond Sociéte Generale.

Volgens Matgens getuigenis in de onderzoekscommissie Kazachgate was het Rudy Volders, hoofd van de fiscale cel op het toenmalige kabinet van Didier Reynders, die het risico op mogelijke verjaring van minstens één dossier aanhaalde om te voorkomen dat in de Senaat zou worden getalmd met de goedkeuring van de verruimde minnelijke schikking. Volders is op dit moment aan het werk als kabinetschef bij premier Charles Michel.

Onduidelijk om welk dossier het gaat

De onderzoekscommissie buigt zich verder over de manier waarop de verruimde minnelijke schikking in 2011 plots groen licht kreeg in het parlement. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat die wet versneld door het parlement werd goedgekeurd ten gunste van de Belgisch-Kazachse Patokh Chodiev - en dat daarvoor druk zou zijn uitgeoefend door Frankrijk.

In de Hoge Vergadering was het de commissie Justitie die zich indertijd over de tekst van het wetsvoorstel boog. Die commissie besliste toen een reeks hoorzittingen te organiseren.

Een mogelijk gevolg was dat de tekst toen zou worden geamendeerd en weer terug naar de Kamer zou moeten verhuizen. Grégory Matgen verklaarde dat hij in die periode een telefoontje kreeg van Rudy Volders. Volders had Matgen toen attent gemaakt op de mogelijke verjaring. Nadien preciseerde Matgen dat het over 'minstens één zaak' ging. Een concrete naam liet Volders niet vallen, aldus Matgen, vandaag schepen voor DéFI, de vroegere kartelpartner van MR, in Sint-Lambrechts-Woluwe.

Commissielid Van Quickenborne (Open Vld) merkte op dat er in die periode slechts twee dossiers voor een verruimde minnelijke schikking in beeld kwamen: het dossier rond de Société Générale in Antwerpen en dat van Chodiev in Brussel. Van Quickenborne citeerde een brief die Frank Schins, de voorzitter van het College van procureurs-generaal, in mei 2011 aan minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) schreef en waarin de dossiers (weliswaar niet concreet) werden aangehaald. 'Als Volders zegt dat er minstens één dossier voor verjaring in aanmerking komt, dan weet hij dat', reageerde Van Quickenborne. 'Had hij contact met Justitie, of met anderen? Een kabinetschef is zeer goed ingelicht, maar om dat te weten...'

Vanuit het kabinet-Reynders is aanzienlijke druk uitgeoefend om het dossier rond te afkoopwet snel door het parlement te loodsen, omdat anders een dossier dreigde te verjaren. Dat verklaarde vandaag Grégory Matgen, die indertijd voor de MR zetelde in de Senaat. Matgen kon niet zeggen om welk dossier het precies ging, maar volgens onder meer Vincent Van Quickenborne (Open Vld) zijn er maar twee zaken die geprofiteerd hebben van de snelle goedkeuring van de wet: Patokh Chodiev, de spil in het Kazachgatedossier, en een zaak rond Sociéte Generale. Volgens Matgens getuigenis in de onderzoekscommissie Kazachgate was het Rudy Volders, hoofd van de fiscale cel op het toenmalige kabinet van Didier Reynders, die het risico op mogelijke verjaring van minstens één dossier aanhaalde om te voorkomen dat in de Senaat zou worden getalmd met de goedkeuring van de verruimde minnelijke schikking. Volders is op dit moment aan het werk als kabinetschef bij premier Charles Michel. De onderzoekscommissie buigt zich verder over de manier waarop de verruimde minnelijke schikking in 2011 plots groen licht kreeg in het parlement. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat die wet versneld door het parlement werd goedgekeurd ten gunste van de Belgisch-Kazachse Patokh Chodiev - en dat daarvoor druk zou zijn uitgeoefend door Frankrijk. In de Hoge Vergadering was het de commissie Justitie die zich indertijd over de tekst van het wetsvoorstel boog. Die commissie besliste toen een reeks hoorzittingen te organiseren. Een mogelijk gevolg was dat de tekst toen zou worden geamendeerd en weer terug naar de Kamer zou moeten verhuizen. Grégory Matgen verklaarde dat hij in die periode een telefoontje kreeg van Rudy Volders. Volders had Matgen toen attent gemaakt op de mogelijke verjaring. Nadien preciseerde Matgen dat het over 'minstens één zaak' ging. Een concrete naam liet Volders niet vallen, aldus Matgen, vandaag schepen voor DéFI, de vroegere kartelpartner van MR, in Sint-Lambrechts-Woluwe. Commissielid Van Quickenborne (Open Vld) merkte op dat er in die periode slechts twee dossiers voor een verruimde minnelijke schikking in beeld kwamen: het dossier rond de Société Générale in Antwerpen en dat van Chodiev in Brussel. Van Quickenborne citeerde een brief die Frank Schins, de voorzitter van het College van procureurs-generaal, in mei 2011 aan minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) schreef en waarin de dossiers (weliswaar niet concreet) werden aangehaald. 'Als Volders zegt dat er minstens één dossier voor verjaring in aanmerking komt, dan weet hij dat', reageerde Van Quickenborne. 'Had hij contact met Justitie, of met anderen? Een kabinetschef is zeer goed ingelicht, maar om dat te weten...'