De tuin wordt dit jaar helemaal heraangelegd. Nu is dit een ouderwetse tuin, met een te groot terras, een oprit in asfalt, te veel struiken die veel onderhoud vragen en te weinig bomen. We gaan 30 bomen aanplanten, lange grassen inzaaien en vooral veel ontharden. En dan mag de natuur haar gang gaan. Ik kijk al uit naar de groene oase die het hier zal worden. Dat mijn tuin er verwilderd bij ligt, komt omdat ik dat graag zie, omdat het goed is voor de biodiversiteit en omdat ik weinig tijd heb om erin te werken. Een tuin is voor mij een ple...

De tuin wordt dit jaar helemaal heraangelegd. Nu is dit een ouderwetse tuin, met een te groot terras, een oprit in asfalt, te veel struiken die veel onderhoud vragen en te weinig bomen. We gaan 30 bomen aanplanten, lange grassen inzaaien en vooral veel ontharden. En dan mag de natuur haar gang gaan. Ik kijk al uit naar de groene oase die het hier zal worden. Dat mijn tuin er verwilderd bij ligt, komt omdat ik dat graag zie, omdat het goed is voor de biodiversiteit en omdat ik weinig tijd heb om erin te werken. Een tuin is voor mij een plek om een boek te lezen of te spelen met de kinderen. Of gewoon stilletjes te zitten kijken. Elke ochtend, voor de werkdag begint, zet ik het schuifraam open en drink ik mijn koffie terwijl ik kijk naar wat leeft en beweegt. Mijn liefde voor natuur in brede zin is pas laat gekomen, eigenlijk pas sinds ik minister van Leefmilieu ben. Van bomen heb ik wel altijd gehouden. In de Genkse cité hadden wij geen grote tuin, ons huisje was klein en vochtig. Ik hield er haast astma aan over en een zeer helder besef van het belang van gezonde lucht. Mama nam ons constant mee naar de bosjes vlakbij, met de picknickmand voor vijf kinderen gevuld. Mijn broers waren dol op insecten zoeken, mijn zusjes en ik maakten armbandjes met madeliefjes. Als studente in Antwerpen miste ik een tuin. Binnen komen de muren snel op mij af, ik moet buiten zijn. Gelukkig woonde ik vlak bij een stadspark, waar ik vaak, net zoals mijn moeder dat met ons deed, naartoe trok met vrienden en een picknickmand. Ik hou van de stad, maar er moet ruimte zijn. Te vaak nog verwarren lokale besturen verdichting met alles volbouwen. Stadsverdichting kan niet zonder vergroening. Alleen zo maken we wonen in de stad aantrekkelijker en kunnen we onze schaarse open ruimte vrijwaren. Voor mij hoeft een tuin niet afgelikt te zijn. Dat is natuurlijk een kwestie van smaak en iedereen doet wat hij of zij wil. Maar het is goed dat je mensen erop wijst dat ze met hun tuin ofwel mee kunnen helpen aan de oplossing, ofwel het probleem in stand houden. Het is de sterkte van Maai Mei Niet: het dringt niets op, maar informeert en sensibiliseert op een positieve manier. Ik hoop dat het helpt. Onze natuur en de biodiversiteit kunnen álle hulp gebruiken.'