De resultaten van een nauwkeurige monitoring van akkervogels in twee Franse meetnetwerken waren dramatisch: de jongste vijftien jaar is het bestand van leeuweriken en graspiepers er met een derde afgenomen. En het wás al bedroevend laag. Het bestand van de patrijs is in Frankrijk sinds de jaren 1990 met 90 procent gedaald. De onderzoekers spreken van 'bijna een ecologische catastrofe'. Bij ons staan akkervogels er niet beter voor. De oorzaak wordt gezocht in de intensifiëring van de landbouw. Daarin speelt onder meer grootschalig gebruik van insecticiden een rol, met op kop de nieuwste lichting insectenbestrijders: de neonicotinoïden.

Vorig jaar kwam er al onthutsend nieuws uit Duitsland. Daar zijn er nu liefst 75 procent minder insecten dan een kwarteeuw geleden. En in Nederland is het aantal nachtvlinders de voorbije decennia meer dan gehalveerd. Bijna driekwart van de loopkevers is er verdwenen. In totaal zou het Nederlandse insectenbestand in een kwarteeuw 65 procent kleiner zijn geworden. Dat is veel vogelvoedsel dat weg is. Mag het dan verbazen dat er nu in Europa bijna een half miljard minder vogels zijn dan in 1980? Recent vonden Nederlandse onderzoekers veertien verschillende pesticiden in niet-uitgekomen eieren en dode jongen van boerenzwaluwen, vooral vliegenbestrijders die in stallen worden ingezet.

Je hoort dikwijls dat biolandbouw minder rendabel is dan klassieke landbouw. Op lange termijn klopt dat niet

Kurt Sannen, BioForum Vlaanderen

In Nederland is ook meer dan de helft van de wilde bijensoorten - bestuivende insecten die nuttig kunnen zijn voor de landbouw - met uitsterven bedreigd. En ook voor hen ziet het er in Vlaanderen niet beter uit. Talloze studies tonen een rechtstreeks verband aan tussen neonicotinoïden en onaangepast gedrag (en dus: sterfte) van bijen.

Neonicotinoïden zijn krachtig maar niet selectief: ze treffen ook nuttige insecten. Ze waren een antwoord op vroegere killers als DDT, die vanwege hun negatieve effecten op de natuur een halve eeuw geleden uit de handel werden gehaald. Maar ook de nieuwe lichting veroorzaakt problemen, in die mate zelfs dat de Europese Commissie in april ingegrepen heeft (zie kaderstuk onderaan dit artikel: 'Bijen, bieten en neonicotinoïden').

600 ton actieve stof

Dat alles doet de vraag rijzen: kunnen we evolueren naar een landbouw zonder insecticiden?

Momenteel wordt er in België jaarlijks tussen 500 en 600 ton aan 'actieve stof' in insecticiden gebruikt. Dat zegt Peter Jaeken, secretaris-generaal van Phytofar, de Belgische Vereniging van de Industrie van Gewasbeschermingsmiddelen (waartoe vooral grote ondernemingen als BASF, Bayer en Syngenta behoren). Tussen 65 en 80 procent van de productie bestaat uit in de biologische landbouw toegelaten bestrijdingsmiddelen. Insecticiden vormen 5 tot 10 procent van de pesticiden die op onze velden terechtkomen - schimmel- en onkruidverdelgers zijn belangrijker in volume.

'Zonder gewasbeschermingsmiddelen haalt onze landbouw maar een derde van het potentiële rendement van de geplante gewassen', stelt Jaeken. 'Mét gewasbeschermingsmiddelen is dat nog altijd maar 60 procent. Er is een grote marge om de landbouw verder te optimaliseren. Dat is ook nodig, als we in de toekomst 9 miljard mensen of meer moeten voeden zonder veel extra ruimte in beslag te nemen. Er zijn ook aanwijzingen dat de insectenproblematiek in een aantal regio's toeneemt, onder meer door de klimaatopwarming.'

'Daarom moeten we blijven investeren in efficiëntere gewasbeschermingsmiddelen met een kleinere impact op het milieu, en in duurzame alternatieven om het insecticidegebruik terug te dringen. Sinds 2010 wordt er bijvoorbeeld proportioneel minder geïnvesteerd in pesticiden dan in zaadveredeling: met die techniek worden insecticiden in lage dosissen als een dunne film toegevoegd aan goed uitgeselecteerde zaadjes voor die in het veld terechtkomen. Dat beperkt de kans op neveneffecten.'

Volgens Maarten Trybou, diensthoofd Gewasbeschermingsmiddelen en Meststoffen van de FOD Volksgezondheid, blijft het ingezette volume aan insecticiden in België de jongste tijd min of meer stabiel. Maar omdat de nieuwe producten in almaar lagere dosissen worden toegediend, neemt het gebruik in werkelijkheid toe. 'We evalueren de aan producten verbonden risico's almaar strenger. We keuren er alleen nog goed die je in lage dosissen kunt toedienen - en die dus een lager risico voor niet-geviseerde organismen inhouden.'

Cijfers van Peter Jaeken van Phytofar illustreren dat: per middel dat op de markt mag komen, zijn er liefst 160.000 substanties als mogelijk pesticide getest. Per actieve stof gaat het om een investering van 250 miljoen euro. 'Vroeger kon het twintig jaar duren voor we een feromoonproduct hadden om insecten mee in de val te lokken; met de nieuwste technieken klaren wetenschappers die klus in enkele jaren', legt Jaeken uit. 'Door de strengere toelatingsvoorwaarden moeten we wel op meer dan tien jaar rekenen voor we zo'n middel op de markt krijgen - en die termijn neemt almaar toe. De term "pesticide" klinkt afschrikwekkend, maar door de strenge tests is hij een kwaliteitslabel geworden.' +

Precisie-ecologie

Afdelingshoofd Kristiaan Van Laecke van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) leidt een ploeg van vijftig mensen die onderzoek rond gewasbescherming doen. Onze landbouw volledig insecticidevrij maken én een hoge voedselproductie realiseren: dat is niet realistisch, zegt hij. Maar we kunnen het insecticidegebruik volgens hem wel stroomlijnen en beperken. 'Als je goed naar plaaginsecten kijkt, en naar de gewassen waar ze op leven, kun je soms met efficiënte oplossingen komen waarbij insecticiden niet nodig zijn.'

Van Laecke geeft enkele voorbeelden. 'Wij onderzoeken de compostering van geïnfecteerd plantenmateriaal en fruitafval: de hitte van de composthoop doodt daarbij alle stadia van sommige schadelijke insecten zonder dat er chemische bestrijding aan te pas komt. Dat werkt goed voor onder meer een mineervlieg op prei en de Aziatische fruitvlieg op zacht fruit. We weten ook dat het verhogen van de biodiversiteit in akkerranden goede resultaten geeft: het vergroot het succes van natuurlijke vijanden van plaaginsecten. De natuur kan ons helpen om insectenplagen te bestrijden.'

'Landbouwers kunnen hun risico's dan weer spreiden door hun teelten te variëren. Als de maïsstengelboorder in ons land voet aan de grond zou krijgen, zou dat een ramp zijn voor de monoculturen van maïs. Voor zo'n insect is een monocultuur het aards paradijs.'

© Getty Images/iStockphoto

Landbouwers moeten hun aanpak wel blijven bijsturen. Van Laecke: 'Insecticiden zijn in het verleden te veel gebruikt om insectenplagen te voorkomen, terwijl dat geen zin heeft: het bevordert de resistentie van de geviseerde insecten, waardoor je ze niet meer kunt verdelgen. Landbouwers mogen nu alleen insecticiden spuiten nadat ze een bericht hebben gekregen dat er plaaginsecten gesignaleerd zijn. Doorgedreven monitoring zal, naast het inzetten van drones, extra besparingen opleveren.'

Dat resistentie blijft opduiken, wordt geregeld tegen insecticiden uitgespeeld. 'Na al die jaren van chemische bestrijding is daar nog altijd geen oplossing voor gevonden', zegt Maarten Trybou van de FOD Volksgezondheid. 'Misschien moet er een totaal andere aanpak komen. Gigantische graanvelden in lageloonlanden als Oekraïne zetten de prijzen zwaar onder druk, ook bij ons. Als je dan duurder produceert, word je uit de markt geconcurreerd. Een Belgische landbouwer kan zijn arbeidskosten niet in zijn prijs doorrekenen, want dan wordt zijn product te duur. Als dat wel zou kunnen, zou hij misschien zonder insecticiden kunnen werken. Politiek is dat helaas onbespreekbaar, wegens onverdedigbaar tegenover de kiezer.'

'Misschien moeten we overwegen om de landbouw in Europa meer te spreiden', zegt landbouweconoom Erik Mathijs van de KU Leuven. 'In Oost-Europa is er nog veel plaats, bij ons niet meer. Daardoor zou de intensifiëring van de landbouw in Vlaanderen kunnen dalen, zodat we veel minder insecticiden moeten gebruiken. Dan komen we terecht in een ander economisch model, met een landbouw die vooral gericht is op kwaliteit en niet langer op kwantiteit. We hebben uitstekende landbouwgronden, dus dat moet zeker een optie zijn.'

'We kunnen dan ook aan een andere inrichting van ons landschap denken, met de natuur als vriend in plaats van als vijand van de landbouwer. Onlangs hoorde ik een deskundige praten over "precisie-ecologie": doelgericht ecologische technieken gebruiken om het landschap rond een veld zo in te richten dat natuur en landbouw beter op elkaar afgestemd raken. Dat moeten we ernstig nemen. Met het huidige model zullen we de strijd tegen plaaginsecten niet winnen.'

Geen 'Silent Spring' meer

Bioboer Kurt Sannen, voorzitter van BioForum Vlaanderen, de sectororganisatie van biobedrijven, gaat nog een stap verder. 'Veel van mijn collega's boeren al jaren goed zonder ook maar één insecticide te gebruiken. Het kan dus, maar je hebt grondige kennis nodig van plaaginsecten én van je bodem en planten. Een bodem heeft meer nodig dan alleen stikstof en fosfor. Je moet hem zien als een systeem dat gezonde voeding nodig heeft. In zo'n geval doet bodemdiversiteit alles wat nodig is voor een landbouwer.'

© Getty Images/iStockphoto

'Je hoort dikwijls dat biolandbouw minder rendabel is dan klassieke landbouw. Op lange termijn klopt dat niet. De klassieke landbouwmodellen houden trouwens nooit rekening met risico's als slechte weersomstandigheden en mislukte oogsten, waarvan wij minder last hebben.'

Het Europees landbouwbeleid zet volgens Sannen nog altijd te weinig in op duurzaamheid en zorg voor het milieu. 'Dat beleid is te voorzichtig. Het is een soort correctie op de vrije markt; het heeft geleid tot veel en goedkoop voedsel, maar garandeert niet dat een boer een goed inkomen heeft en dat er voedsel geproduceerd wordt zonder het milieu te vervuilen.'

'Ik hoor de vorige voorzitter van de Boerenbond, Piet Vanthemsche, het zich nog altijd afvragen in zijn afscheidsspeech: moet onze voedselvoorziening wel deel blijven uitmaken van een internationale vrijhandelscontext? Misschien moeten we meer aandacht hebben voor lokaal produceren en consumeren, in plaats van goedkoop voedsel te blijven importeren uit landen waar er veel minder aandacht is voor het leefmilieu.'

Peter Jaeken van Phytofar blijft het benadrukken: we moeten inzetten op innovatie, onderzoek en ontwikkeling. 'Vlaanderen en Europa zijn daar uitstekend in, maar om politieke redenen ligt de markt voor onze ontwikkelingen vooral elders.'

'Biotechnologische insectenbestrijding was vroeger iets als met een hagelgeweer in het rond schieten; tegenwoordig heeft ze de precisie van een laser. Ik heb resultaten gezien van experimenten met twee verwante soorten glanskevers: de ene is schadelijk, de andere niet. Welnu, het geteste insecticide trof alleen de schadelijke soort. Zonder risico's zal gewasbescherming nooit zijn. Maar ik garandeer u: een " Silent Spring" (het boek met die titel beschreef in 1962 de impact van DDT en de eerste generatie insecticiden op het leefmilieu, nvdr.) zal er nooit meer komen.'

'We worstelen wel met een paradox: terwijl de risico's van insecticidegebruik scherp zijn afgenomen, is de maatschappij veel kritischer geworden. Daar moeten we nog een antwoord op formuleren.'

BIJEN, BIETEN EN NEONICOTINOÏDEN

Tientallen wetenschappelijke studies rapporteren funeste effecten van neonicotinoïden op bijen en andere nuttige insecten. De Europese Commissie verbood in april de drie krachtigste - en dus giftigste - van de vijf varianten die op de markt zijn. Onmiddellijk volgde een heftige reactie, niet alleen van de Belgische boerenorganisaties, maar ook van federaal minister van Landbouw Denis Ducarme (MR): zij willen een uitzondering voor de Belgische bietenteelt.


'Terecht', zegt Maarten Trybou van de FOD Volksgezondheid zonder aarzelen. 'Ik durf zelfs te zeggen dat het verbod op de betrokken middelen in de bietenteelt schadelijker voor de bijen zou zijn dan het gebruik ervan. Er was al enkele jaren een verbod op middelen voor bloeiende gewassen, omdat die schadelijk zijn voor bijen (die hun voedsel uit bloemen halen, nvdr.). Voor niet-bloeiende gewassen mocht het wel, maar er zou mogelijk spill-over zijn naar onkruiden, of via de bodem naar de volgende lichting gewassen op hetzelfde veld.'


'Om bieten tegen insecten te beschermen, worden neonicotinoïden in een lage dosis als een film op het zaad toegevoegd. Als dat niet meer mag, zullen boeren hun suikerbieten zoals vroeger tegen bladluizen moeten besproeien met insecticiden met een brede werking: die treffen álles - en zullen binnen een jaar of vijf wellicht ook verboden worden. Op die manier zal het verbod leiden tot een verslechtering voor het leefmilieu, bij ons en in onze buurlanden. De emoties hebben het in deze zaak gehaald van het gezond verstand.'


België overweegt nu een noodmaatregel om neonicotinoïden alsnog toe te laten in de bietenteelt. Trybou: 'Als Europa geen valabel antwoord op onze vraag geeft, kunnen we een uitzonderingstoelating geven. De Commissie zal daar dan akte van nemen. Maar we zullen aan de telers wel strenge garanties vragen: binnen de vijf jaar nadat ze suikerbieten hebben geplant, mogen ze bijvoorbeeld geen bloeiende gewassen op hetzelfde veld zetten. Op die manier zou er geen enkel risico voor bijen zijn.'

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.