Naast de menselijke slachtoffers blijken vooral vooral de dode en gewonde koala's en kangoeroes ons te raken.

De schattingen van de omgekomen dieren lopen op tot meer dan een miljard. Dat zijn ontelbare individuen die bang zijn, afzien, een uitweg zoeken, en uiteindelijk machteloos bezwijken.

Dat miljard klinkt enorm, en dat is het ook. Maar toch even wat perspectief. Elk jaar doden we wereldwijd zo'n zeventig miljard dieren voor voedsel - dieren uit de zee niet meegerekend. Met andere woorden, dat dodentol in Australië van één miljard, dat is wat onze honger naar vlees wereldwijd elke vijf dagen vergt. Het gaat vooral over zogenaamd pluimvee - kip, kalkoen en eend - en daarnaast over koeien, varkens, geiten en schapen.

Toch zijn we veel meer bezig met de kangoeroes en koala's dan met de kippen en kalkoenen. Waarom is dat?

Eerst wat voor de hand ligt: de kangoeroes en de koala's zijn - tenminste voor ons in het westen - fotogenieker en exotischer, en ze lijken intrigerender en snoeziger. Van de koala's zijn er ook minder, en een diersoort wordt interessanter, ecologisch waardevoller en beschermenswaardiger naarmate ze kleiner is in aantal.

Waarom geven we meer om koala's dan om kippen?

Maar er is nog een belangrijkere en minder evidente reden waarom het makkelijker is om te geven om die Australische knaag- en buideldieren dan om het pluimvee van bij ons: we eten ze niet.

De meeste mensen zullen denken dat we kippen en varkens eten omdat ze ons nu eenmaal niet zo boeien als koala's. Maar het is omgekeerd: precies omdat we kippen en varkens eten, is het moeilijker voor ons om hen te zien als voelende, interessante wezens met noden en behoeften.

In één onderzoek kregen deelnemers vragen voorgeschoteld over de morele waarde, alsook de cognitieve en emotionele capaciteiten van koeien. De deelnemers werden in twee groepen gesplitst. De helft van hen kreeg tijdens het beantwoorden van de vragen vleessnacks voorgeschoteld om van te knabbelen. De andere helft kreeg nootjes. Wat bleek? Zij die vlees gekregen hadden, schreven de koeien een lagere morele waarde en lagere capaciteiten toe dan zij die de nootjes hadden gekregen. De onderzoekers besloten dan ook dat het eten van vlees leidt tot een lagere bekommernis om dieren en dat het een belangrijke impact heeft op de perceptie van landbouwdieren.

We kunnen het ons eenvoudigweg niet veroorloven om te geven om de dieren die we eten, of om hun capaciteiten naar waarde te schatten. Dat zou voor veel mensen te moeilijk worden. Vandaar zien we ze als minderwaardig, en verdwijnen ze op de achtergrond.

Nochtans verdient ook het leed van al die kippen, varkens en koeien onze aandacht. Misschien is de dood in het slachthuis in het beste geval minder erg dan die van de dieren in de bosbranden, maar voor die dood kwam bijna altijd een ellendig leven in donkere hokken.

We kunnen het ons eenvoudigweg niet veroorloven om te geven om de dieren die we eten.

Trouwens, soms sterven ook landbouwdieren bij ons een vreselijke vuurdood. In Nederland kwamen volgens cijfers van organisatie Wakker Dier tijdens de afgelopen twaalf jaar bijna twee miljoen dieren om in stalbranden (voor België bleken de cijfers niet onmiddellijk vindbaar). We kunnen ons makkelijk voorstellen hoe er bij zo'n branden een enorme paniek en oorverdovend geschreeuw uitbreekt, en hoe er, net als voor de dieren die de vlammen proberen te ontlopen in Australië, geen uitweg is. En toch, geen haan die ernaar kraaide.

Met bovenstaande wil ik allerminst gezegd hebben dat de fauna en flora in Australië onze aandacht niet verdienen. Noch wil ik impliceren dat wie geld schenkt voor koala's maar niet om kippen geeft, hypocriet is. Empathie moet ergens beginnen. Als ze deze keer begint met wezens of bossen ver van ons, zo weze het.

Maar daar zou het in elk geval niet mogen bij blijven. Als we de zaken rationeel durven te bekijken, dan zien we overal hetzelfde: of het nu gaat om door klimaatverandering aangewakkerde bosbranden in Australië of slachtingen en stalbranden alhier ... Of het nu gaat om kangoeroes en koala's, dan wel over kippen en kalkoenen: in alle gevallen betreft het ondenkbaar leed voor niet-menselijke dieren.

En in alle gevallen kan de Homo sapiens helpen en zijn verantwoordelijkheid nemen, op verschillende niveaus. De regering in Australië moet erkennen dat klimaatverandering een belangrijke rol speelt in deze natuurramp en moet de nodige stappen ondernemen. Maar ook de gewone burger kan als consument keuzes maken: keuzes die de problemen verergeren, of die bijdragen aan een oplossing.

Naast de menselijke slachtoffers blijken vooral vooral de dode en gewonde koala's en kangoeroes ons te raken. De schattingen van de omgekomen dieren lopen op tot meer dan een miljard. Dat zijn ontelbare individuen die bang zijn, afzien, een uitweg zoeken, en uiteindelijk machteloos bezwijken.Dat miljard klinkt enorm, en dat is het ook. Maar toch even wat perspectief. Elk jaar doden we wereldwijd zo'n zeventig miljard dieren voor voedsel - dieren uit de zee niet meegerekend. Met andere woorden, dat dodentol in Australië van één miljard, dat is wat onze honger naar vlees wereldwijd elke vijf dagen vergt. Het gaat vooral over zogenaamd pluimvee - kip, kalkoen en eend - en daarnaast over koeien, varkens, geiten en schapen. Toch zijn we veel meer bezig met de kangoeroes en koala's dan met de kippen en kalkoenen. Waarom is dat?Eerst wat voor de hand ligt: de kangoeroes en de koala's zijn - tenminste voor ons in het westen - fotogenieker en exotischer, en ze lijken intrigerender en snoeziger. Van de koala's zijn er ook minder, en een diersoort wordt interessanter, ecologisch waardevoller en beschermenswaardiger naarmate ze kleiner is in aantal. Maar er is nog een belangrijkere en minder evidente reden waarom het makkelijker is om te geven om die Australische knaag- en buideldieren dan om het pluimvee van bij ons: we eten ze niet.De meeste mensen zullen denken dat we kippen en varkens eten omdat ze ons nu eenmaal niet zo boeien als koala's. Maar het is omgekeerd: precies omdat we kippen en varkens eten, is het moeilijker voor ons om hen te zien als voelende, interessante wezens met noden en behoeften. In één onderzoek kregen deelnemers vragen voorgeschoteld over de morele waarde, alsook de cognitieve en emotionele capaciteiten van koeien. De deelnemers werden in twee groepen gesplitst. De helft van hen kreeg tijdens het beantwoorden van de vragen vleessnacks voorgeschoteld om van te knabbelen. De andere helft kreeg nootjes. Wat bleek? Zij die vlees gekregen hadden, schreven de koeien een lagere morele waarde en lagere capaciteiten toe dan zij die de nootjes hadden gekregen. De onderzoekers besloten dan ook dat het eten van vlees leidt tot een lagere bekommernis om dieren en dat het een belangrijke impact heeft op de perceptie van landbouwdieren.We kunnen het ons eenvoudigweg niet veroorloven om te geven om de dieren die we eten, of om hun capaciteiten naar waarde te schatten. Dat zou voor veel mensen te moeilijk worden. Vandaar zien we ze als minderwaardig, en verdwijnen ze op de achtergrond.Nochtans verdient ook het leed van al die kippen, varkens en koeien onze aandacht. Misschien is de dood in het slachthuis in het beste geval minder erg dan die van de dieren in de bosbranden, maar voor die dood kwam bijna altijd een ellendig leven in donkere hokken.Trouwens, soms sterven ook landbouwdieren bij ons een vreselijke vuurdood. In Nederland kwamen volgens cijfers van organisatie Wakker Dier tijdens de afgelopen twaalf jaar bijna twee miljoen dieren om in stalbranden (voor België bleken de cijfers niet onmiddellijk vindbaar). We kunnen ons makkelijk voorstellen hoe er bij zo'n branden een enorme paniek en oorverdovend geschreeuw uitbreekt, en hoe er, net als voor de dieren die de vlammen proberen te ontlopen in Australië, geen uitweg is. En toch, geen haan die ernaar kraaide.Met bovenstaande wil ik allerminst gezegd hebben dat de fauna en flora in Australië onze aandacht niet verdienen. Noch wil ik impliceren dat wie geld schenkt voor koala's maar niet om kippen geeft, hypocriet is. Empathie moet ergens beginnen. Als ze deze keer begint met wezens of bossen ver van ons, zo weze het. Maar daar zou het in elk geval niet mogen bij blijven. Als we de zaken rationeel durven te bekijken, dan zien we overal hetzelfde: of het nu gaat om door klimaatverandering aangewakkerde bosbranden in Australië of slachtingen en stalbranden alhier ... Of het nu gaat om kangoeroes en koala's, dan wel over kippen en kalkoenen: in alle gevallen betreft het ondenkbaar leed voor niet-menselijke dieren.En in alle gevallen kan de Homo sapiens helpen en zijn verantwoordelijkheid nemen, op verschillende niveaus. De regering in Australië moet erkennen dat klimaatverandering een belangrijke rol speelt in deze natuurramp en moet de nodige stappen ondernemen. Maar ook de gewone burger kan als consument keuzes maken: keuzes die de problemen verergeren, of die bijdragen aan een oplossing.