Het is een vreemd gezicht. Zware vrachtwagens rijden af en aan en werpen vuile stofwolken op. Maar in hetzelfde gebied zingen blauwborsten en rietzangers, en op een eiland broeden meer dan honderd zeldzame kluten. Het Hedwige-Prosperproject in het noorden van het Waasland, op de grens met Nederland, is een werf in de natuur. Het zal 465 hectare poldergrond als overstromingsgebied 'teruggeven' aan de Schelde die erlangs stroomt.
...

Het is een vreemd gezicht. Zware vrachtwagens rijden af en aan en werpen vuile stofwolken op. Maar in hetzelfde gebied zingen blauwborsten en rietzangers, en op een eiland broeden meer dan honderd zeldzame kluten. Het Hedwige-Prosperproject in het noorden van het Waasland, op de grens met Nederland, is een werf in de natuur. Het zal 465 hectare poldergrond als overstromingsgebied 'teruggeven' aan de Schelde die erlangs stroomt. Het geheel kadert in het initiatief 'Grenspark Groot-Saeftinghe', dat meer dan 4500 hectare aaneengesloten natte natuur zal omvatten. Het Vlaamse luik van het project is onderdeel van het Sigmaplan, dat in 1976 in de steigers werd gezet als reactie op grote overstromingen die de Antwerpse gemeente Ruisbroek zo goed als volledig blank zetten. Het plan moet het risico op overstromingen verminderen door betere dijken te bouwen en gebieden te creëren die bij stormtij veel water kunnen opvangen. Er zijn al dertien overstromingsgebieden gerealiseerd langs de Schelde, Nete, Demer en Dijle. Het bekendste zijn de polders van Kruibeke: 600 hectare nieuwe natuur. In 2005 kreeg het Sigmaplan een make-over. Het werd ingeschakeld in de eerste plannen om Vlaanderen voor te bereiden op de gevolgen van de klimaatopwarming. 'We zijn er in 2000 mee begonnen', vertelt bioloog en hoogleraar Patrick Meire (UAntwerpen). 'In 2005 werd het geactualiseerde Sigmaplan goedgekeurd door de toenmalige Vlaamse regering. We gebruikten voorspellingen van de stijging van het zeeniveau op basis van cijfers van het klimaatpanel van de Verenigde Naties (IPCC), om na te gaan of we voldoende overstromingsgebieden zouden hebben.' Regelmatige actualisatie is nodig, want de IPCC-cijfers worden steeds scherper: als gevolg van politieke inertie bij het reageren op de klimaatopwarming dreigen de gevolgen nog groter te worden. Het Sigmaplan werd nog in 2014 aan de laatste cijfers getoetst, de volgende ronde is in 2022. 'Voor zover we kunnen inschatten, zitten we nog altijd op schema om ook de gevolgen met scherpere cijfers op te kunnen vangen', stelt Meire. 'Toch kijken we al uit naar reservegebieden, voor mocht het toch onvoldoende zijn. De Vlaamse Waterweg, bevoegd voor de uitvoering, oefent voorkooprecht uit op sommige gebieden om latere vertragingen te vermijden.' Hoewel het Sigmaplan een paradepaardje is van de Vlaamse overheid, sputtert de financiering. Sinds een aantal jaren wordt het voorziene jaarbudget niet meer volledig ter beschikking gesteld, wat leidt tot structurele vertragingen. De bouw van sommige sluizen is uitgesteld omdat er onvoldoende geld was. De Vlaamse Waterweg heeft ook niet genoeg personeel om alle overstromingswerven optimaal te begeleiden. En dat ondanks het feit dat de Europese Unie het project subsidieert, omdat het kennis oplevert voor andere landen. 'Het Sigmaplan is een voorbeeld voor het buitenland', stelt klimaatexpert Robin Verachtert van Natuurpunt. 'We zouden er een exportproduct van moeten maken, zoals de Nederlanders doen met hun waterbeheersingsprojecten. Het is met voorsprong het grootste Vlaamse klimaatadaptatieproject. Bovendien creëert het mooie nieuwe natuur. De belangrijkste problemen, zoals de zeespiegelstijging, de verhoogde kans op droogte en de consequenties voor de volksgezondheid van het te heet worden van onze steden, kunnen op de meest kostenefficiënte manier aangepakt worden met oplossingen op basis van natuur. Natuuroplossingen zijn niet langer een verhaal van groene clubs. Zelfs het Amerikaanse leger heeft door dat ze nuttig zijn, het zette het project Engineering with Nature op.' Klimaatadaptatie is nog iets anders dan verdere klimaatopwarming vermijden, dat is mitigatie. Mitigatie draait rond maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen zoals CO2 terug te dringen. Te lang hoopte men het tij zo te keren. De meeste ernstige waarnemers gaan ervan uit dat we naar een globale opwarming van 3 °C boven het pre-industriële niveau gaan -- volgens sommigen is dat zelfs een optimistisch uitgangspunt. Als we geen ernstige plannen maken om de gevolgen te counteren, dreigen we op termijn grote problemen te krijgen met overstromingen, extreme droogteperiodes en een stijgend aantal hittedoden. Een belangrijk verschil tussen mitigatie en adaptatie is dat de eerste zich meer in internationale context afspeelt dan de tweede. De strijd tegen de klimaatopwarming moet internationaal gevoerd worden, want iedereen moet mee de uitstoot van fossiele brandstoffen reduceren. Adaptatie is een veel lokaler proces, want elke regio heeft andere problemen. Daarom is het belangrijk dat steden en initiatieven als het 'burgemeestersconvenant' (een Europees initiatief om lokale besturen samen te brengen voor klimaatactie nvdr) mee aan de kar trekken. De belangrijkste klimaatadaptatieplannen worden vandaag op stedelijk niveau gemaakt. De Europese Unie heeft het belang van doorgedreven klimaatadaptatie ingezien. Op 24 februari kwam ze met een nieuwe adaptatiestrategie, geïnspireerd door economische rampscenario's. Het spook van enorme economische verliezen wordt steeds zichtbaarder. Nu al worden de kosten van aan het klimaat gekoppelde problemen in de EU op 12 miljard euro per jaar geraamd. Bij een temperatuurstijging met 3 °C kan dat oplopen tot 170 miljard. Het aantal vroegtijdige sterfgevallen door extreme hitte in Europa zou dan verdertigvoudigen tot 90.000 per jaar. Cijfers om van te duizelen. 'Het nieuwe Europese plan stelt dat alle geledingen van de samenleving mee moeten in de strijd tegen de gevolgen van de opwarming', legt Robin Verachtert uit. 'De klimaatreflex moet in alle bestuursniveaus doordringen. Het is wel teleurstellend dat de nieuwe aanpassingsstrategie nog geen concrete, meetbare én tijdgebonden doelstellingen voor zowel de EU zelf als de lidstaten bevat. Dat is in strijd met de niet mis te verstane oproep van het Europees Parlement voor bindende en kwantificeerbare doelstellingen.' Misschien zal de Europese Raad, die de strategie tegen juni moet doorlichten, wel concrete voorstellen doen. Vlaanderen en België liepen niet op kop in het uitrollen van klimaatadaptatieplannen. Ze zijn er wel, maar ze blinken niet uit in concrete acties. Zo lijkt niemand te weten in welke mate de grote bouwwerf van de Antwerpse Oosterweelverbinding rekening houdt met toekomstige hogere temperaturen - niet zonder belang als het gaat om onder meer de keuze van hittebestendige bouwproducten. In de soortenbeschermingsprogramma's voor fauna en flora van de Vlaamse overheid is klimaat nog altijd een zwak broertje, hoewel de opwarming ook de ecosystemen zal beïnvloeden. In Vlaanderen is er trouwens slechts één ambtenaar fulltime bezig met klimaatadaptatie. Er zijn wel glossy brochures en rapporten, zowel op regionaal, federaal als op nationaal niveau (de laatste twee zijn opgesplitst in de strijd tegen de klimaatgevolgen, maar niemand kon uitleggen waarom dat zo is). 'De meeste rapporten maken de juiste analyse', zegt hoogleraar Patrick Meire. 'Alleen blijft het steken bij de vertaling naar implementatie. Iedereen heeft het over het laaghangend fruit, zoals het verminderen van het waterverbruik in de strijd tegen droogte, maar daarmee los je het probleem niet op.' 'De grondwaterstanden moeten overal drastisch omhoog. Daarvoor moeten we het volledige Vlaamse landschap herinrichten en de manier waarop we aan landbouw doen bijstellen. De landbouw neemt de grootste oppervlakte van Vlaanderen in, dus zal zij een grote rol moeten spelen in het counteren van de gevolgen van de opwarming. De gevolgen van droogte zullen trouwens véél groter zijn dan die van overstromingen. Met de strakke droge noordoostenwind van de voorbije weken zakt ons grondwaterpeil met een halve tot een centimeter per dag!' De nationale en federale adaptatieplannen liepen af in december. Momenteel is er op dat niveau dus niets concreet. Het kabinet van federaal klimaatminister Zakia Katthabi (Ecolo) erkent dat een federaal adaptatiebeleid 'nog geen verworvenheid' is, maar 'trekt volop aan de kar': 'Op 2 april besliste de federale ministerraad dat we een coherente reeks adaptatiemaatregelen zullen uitwerken.' Het kabinet werkt met de administratie aan 'een draaiboek en stappenplan met betrekking tot verschillende beleidsdomeinen'. Dat gaat van gezondheidszorg tot mobiliteit (zoals klimaatbestendige rails voor de spoorwegen) en het 'vergroenen' van overheidsdiensten als fiscaliteit en openbare gebouwen. De kerngedachte is: elke minister moet een klimaatminister zijn. Draaiboek en stappenplan zullen in het najaar aan de ministerraad worden voorgelegd. Ze zullen worden afgestemd op de nieuwe Europese strategie. Er was ook een Vlaams klimaatadaptatieplan, maar dat zit sinds 2018 vast in een interkabinettenwerkgroep. Het kabinet van de huidige bevoegde Vlaamse minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) laat weten dat dat plan 'amper maatregelen bevat als het gaat over het wapenen van Vlaanderen tegen droogte of het realiseren van CO2-opvang in natte broekbossen of in het algemeen in extra bos. Effectieve maatregelen, die acuut nodig zijn, ontbreken. Het plan bevat evenmin de juiste prioriteiten. Daarom werd beslist ervan af te stappen en het probleem prioriteit per prioriteit te tackelen. We willen niet louter een plan op papier zonder goed zicht te hebben op de doeltreffendheid van de maatregelen.' Het regeerakkoord van de huidige Vlaamse regering voorziet in de voorbereiding van een nieuw Vlaams Adaptatieplan tot 2030, met als centrale pijlers klimaatadaptief inrichten en gebruiken van onze ruimte, klimaatadaptief ontwerpen van gebouwen en infrastructuur, minimaliseren van risico's op zowel watertekort als wateroverlast, versterken van blauwgroene netwerken (dat zijn aders van grachten, beken, hagen en bomenrijen door steden en het buitengebied) en het klimaatadaptief (en circulair) maken van landbouw en industrie. Het klinkt even wazig als het afgevoerde plan, maar het kabinet wil toch 'snel gaan'. Het kabinet van Demir benadrukt dat het al twee pakketten concrete maatregelen in de steigers heeft gezet, die nuttig zullen zijn in de strijd tegen de gevolgen van de opwarming: de bosuitbreidingsplannen met aangepaste plantensoorten en de Blue Deal, die zeventig maatregelen bevat om de strijd tegen vooral watertekort aan te gaan - er is al bijna een half miljard euro voor vrijgemaakt. Vlaanderen zal inzetten op 'op natuur gebaseerde oplossingen die de effecten van de klimaatverandering moeten milderen, en die co-benefits opleveren, zoals het verbeteren van de leef- en waterkwaliteit, het versterken en beschermen van de biodiversiteit, en het opslaan van extra koolstof'. Voor de gevolgen van de zeespiegelstijging is er een 'Masterplan kustveiligheid'. Het lijkt vooral te steunen op infrastructuuringrepen, zoals stormmuren met een golfdempende werking (zoals er al zijn in de gemeente Wenduine) of een stormvloedkering (zoals in Nieuwpoort). Sommige waarnemers vrezen dat we er zo niet zullen komen: zij pleiten voor een 'Duin Voor Dijk'-strategie, waarbij onze 67 kilometer lange kustlijn een veel natuurlijkere verdedigingslinie krijgt, met bredere stranden en een herwaardering van de duinengordel. Die zou efficiënter zijn op lange termijn. 'Ik heb het gevoel dat er niet overal voldoende rekening wordt gehouden met de zeespiegelstijging', waarschuwt Meire. 'Zo zal een hogere zeespiegel voor hoger water in de Schelde en haar zijrivieren zorgen, waardoor er minder gemakkelijk water uit de omgeving naar de rivieren kan vloeien. Tenzij je met pompen gaat werken, maar dat is niet de bedoeling. Het illustreert hoe belangrijk een gebiedsgerichte benadering is. De plannen van het kabinet-Demir voor de waterbeherende Blue Deal zijn veelbelovend, maar als ze beperkt blijven tot wat kleine ingrepen hier en daar zal het niet lukken.' Meire benadrukt dat we het prijskaartje voor een klimaatbestendig landschap als een nuttige investering moeten zien: 'Ons landschap zal er mooier uitzien, zodat mensen in een crisis zoals de coronapandemie niet allemaal op dezelfde schaarse plekjes samentroepen. Onze landbouw kan milieuvriendelijker. Nu worden landbouwgronden massaal gedraineerd, zodat er zware machines op kunnen rijden, waardoor een bodem keihard wordt en zelfs geen water meer kán opvangen. Als een landbouwbodem wat vochtiger is, draagt hij meer organisch materiaal, wat minder noodzaak tot bemesting impliceert en een groter opslagvermogen voor zowel water als CO2. 'Het zijn win-winsituaties. De klimaatadaptatie heeft veel maatschappelijke meerwaarde. Het is in feite een positief verhaal! Maar we mogen er niet mee treuzelen.'