'Het is de geestelijke nalatenschap van iemand die op de barricades stond op het moment dat er van natuurbehoud nauwelijks sprake was.' Voorzitter Rudy Broeckaert van de raad van bestuur van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde van Antwerpen (zeg maar de Antwerpse Zoo) spaart zijn lof niet voor het boek van de oud-onderwijzer Marcel Verbruggen. Die werd in 1961 conservator van het natuurreservaat De Zegge in Geel, dat eigendom is van de Zoo. Broeckaert schreef het 'Woord vooraf' in het boek, waarin Verbruggen terugblikt op zijn realisaties.

Voor de voorstelling van het boek in de Zoo liet Verbruggen verstek gaan: 'Ik wil me niet in wierook laten hullen. Ze maken een pionier van mij, maar ik heb gewoon mijn best gedaan.' Dat is een understatement van jewelste. De Zegge is het levenswerk van Verbruggen (en zijn onafscheidelijke vrouw Rosa, die nu 90 is). Zonder Verbruggen zou De Zegge ten onder zijn gegaan aan de nietsontziende grootschalige landbouwontwikkelingen in de moerassige regio rond de Kleine Nete.

In 1952 legde toenmalig directeur van de Zoo Walter Van den bergh de basis van het reservaat met de aankoop van 30 hectaren van het ooit 600 hectaren grote Geels Gebroekt, een laagveenmoeras in de vallei van de Nete. Maar de wurggreep van de landbouw was toen al voelbaar. Toen Van den bergh in 1960 De Zegge bezocht met zijn raad van bestuur leek de situatie voor het kleine reservaat hopeloos. De aankoop dreigde een financieel debacle te worden.

In die tijd kreeg hij echter een gouden tip van de boswachter van De Zegge: de oude stroper Jan Pauwels die met zijn hardwerkende vrouw Jo vlak bij het reservaat woonde en de rechterhand van Verbruggen zou worden. Hij had Verbruggen al ontmoet in het gebied: de latere conservator kwam er vogels en landschappen fotograferen en filmen - hij zou dat lang blijven doen, vooral voor de toenmalige BRT. Hij was al op de televisie geweest, en dat trok Van den bergh aan. De directeur nodigde Verbruggen uit op zijn kantoor in de Zoo en sprak er de gevleugelde woorden: 'Je krijgt De Zegge als je het reservaat kunt redden.'

Conservator Marcel Verbruggen Het levende bewijs dat ook wie zich z'n leven lang blauw ergert en druk maakt over een eindeloze stroom misstanden een gezegende leeftijd kan bereiken. © Lies Willaert

Het was een figuurlijk bedoelde uitspraak, maar ze bleek de realiteit te worden. Verbruggen hapte toe. Hij zou bijna zestig jaar conservator van het reservaat blijven en moest pas een dik jaar geleden de handdoek in de ring gooien, omdat zijn gezondheid begon te sputteren. In die tijd bouwde hij De Zegge uit tot een modelreservaat van nu 111 hectaren.

Stropen in huwelijksnacht

Verbruggens succes schuilt deels in zijn onverzettelijk karakter en zijn doordrijvingsvermogen. Zelfs op zijn oude dag laat De Zegge hem niet los en fulmineert hij tegen jachtmisdrijven en grote boerderijen die meer industrie zijn dan landbouwonderneming. Verbruggen is het levende bewijs dat ook wie zich z'n leven lang blauw ergert en druk maakt over een eindeloze stroom misstanden een gezegende leeftijd kan bereiken. Er moet trouwens iets heilzaams in de moerassige ondergrond van De Zegge zitten, want ook boswachter Pauwels en zijn vrouw werden respectievelijk 95 en 97 jaar oud, ondanks hun harde leven.

Verbruggens boek beschrijft niet alleen de evolutie van het reservaat, maar ook van het landschap langs de Kleine Nete en van de mensen die er woonden. Dat levert niet alleen prachtige beelden op - het boek is schitterend geïllustreerd, onder meer met foto's van Verbruggens schoonzoon Luc Van Elsacker - maar ook sappige anekdotes. Jan Pauwels was een oud-Kempische variant van de bon vivant, terwijl zijn vrouw al het werk deed thuis en op de kleine boerderij. Alleen als het niet anders kon, stak Pauwels een helpende hand toe. Maar hij kende De Zegge door en door en wist er de zeldzaamste vogels te vinden.

Verbruggen vertelt ook over een otterstroper die tijdens zijn huwelijksnacht met zijn kersverse echtgenote niet naar de slaapkamer trok, maar met de lichtbak op pad ging om haar in te wijden in de kunst van het konijnen stropen. Hij vertelt over de laatste herder, over keuterboeren die hun leven lang boos bleven op het reservaat en over de vogelvangers die hij hardnekkig bestreed, nadat hij in 1972 mee had bijgedragen tot de afschaffing van de vogelvangst door toenmalig CVP-minister Leo Tindemans.

Boswachter Jan Pauwels De oud-Kempische variant van de bon vivant kende De Zegge door en door en wist er de zeldzaamste vogels te vinden. © GF/Staf Van Reet

'Ik heb altijd respect gehad voor de oorspronkelijke bewoners van de regio', zegt Verbruggen, 'hoewel ik met velen van hen jarenlang overhoop heb gelegen. Ik filmde ooit een illegale spreeuwenvanger, een joviale man die me op het einde van onze ontmoeting de spreeuwen schonk die hij gevangen had. Hij besefte niet eens dat hij zijn graf als vogelvanger aan het delven was. Soms had ik er moeite mee, dat ik die eenvoudige mensen bedroog.' Wie zijn boek leest, beseft dat hij het meent. Het eerste deel is een ode aan de mensen die toen in de moerassen van het Geels Gebroekt leefden.

Maar het boek is toch vooral een op een eindeloze reeks anekdotes steunende analyse van de gerust heroïsch te noemen inspanningen die nodig waren om De Zegge te redden. Verbruggens succes steunt eveneens op het feit dat hij een van de eersten in Vlaanderen en Nederland was die beseften dat het niet volstond om een draad rond een reservaat te spannen. Hij introduceerde het concept natuurbeheer in De Zegge. Hij schroomde zich er niet voor om stuwen en pompen op beken te plaatsen, en om kranen en bulldozers in te schakelen om de unieke biotopen van uitdroging en verlanding (het dichtgroeien als gevolg van onder meer overbemesting) te vrijwaren. Later volgde natuurontwikkeling, waarbij je biotopen zo gaat bijsturen dat er opnieuw ruimte komt voor dieren en planten die lang geleden verdwenen. Ook dat werd een succesverhaal.

Maar het ging niet zonder slag of stoot. Verbruggen voerde decennialang processen tegen eigenaars van illegale weekendhuizen in de omgeving. Hij moest constant optornen tegen politici, ingenieurs en invloedrijke landbouwers om erover te waken dat De Zegge niet mee ontgonnen of compleet drooggelegd zou worden. Af en toe bleek dat hij een neus had voor politieke manoeuvres.

De vallei van de Kleine Nete met De Zegge en de tijd van toen is in eigen beheer uitgegeven door de familie Verbruggen. Het boek kost 45 euro en kan besteld worden bij: dezegge.boek@gmail.com.

In 1973 protesteerde hij op het kabinet van toenmalig landbouwminister Albert Lavens (CVP) tegen een deal met de Boerenbond en andere landbouwinstanties omdat hij het prachtige Cruysenbroek met zijn duizenden orchideeën niet verloren wilde zien gaan. Het was een keihard pokerspel, maar hij haalde zijn slag thuis.

Er zijn weinig mensen die kunnen zeggen dat ze in hun leven een groot verschil hebben gemaakt. Marcel Verbruggen is zo iemand. In die zin is zijn boek een must voor iedereen die begaan is met onze leefomgeving. Het is sowieso een prachtig boek om als geschenk te geven. Voor Verbruggen lijkt het zijn testament te zijn. Maar hij blijft bezorgd om de toekomst van De Zegge.

Er is gelukkig een nieuwe generatie die het roer overneemt. Ze droomt van iets waar zelfs Verbruggen in zijn meest optimistische momenten nooit op durfde te hopen: dat er in de buurt landbouwgrond uit gebruik zou worden genomen om aan de natuur terug te geven. Nog een oude voorspelling van Verbruggen die uitkomt: dat de grond rond de Kleine Nete zo slecht was voor de landbouw dat landbouwers er hun tanden stuk op zouden bijten. Zo ziet de toekomst voor De Zegge er ook zonder Marcel Verbruggen goed uit.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.