Voltaire of Sam Gooris? Die vraag is de Knack- lezer nooit eerder gesteld. Maar uitzonderlijke tijden vragen uitzonderlijke maatregelen. Toen Voltaire in 1759 zijn Candide of Het optimisme besloot met de gevleugelde woorden ' Il faut cultiver notre jardin', wist men nog van geen klimaat-, milieu- of biodiversiteitscrisis. Nu zitten we er midden in. En te veel gecultiveerde tuinen spelen daar een niet geringe rol in. ' Iedereen loopt hier met een grascomplex', zong Gooris in 1995. Waarop volgde: een eindeloze reeks ' Oooh, laat het gras maar groeien'. Hij gaf vooral lucht aan puberale ledigheid, toch kan wie wil er vandaag een ecologische boodschap in ontwaren.
...

Voltaire of Sam Gooris? Die vraag is de Knack- lezer nooit eerder gesteld. Maar uitzonderlijke tijden vragen uitzonderlijke maatregelen. Toen Voltaire in 1759 zijn Candide of Het optimisme besloot met de gevleugelde woorden ' Il faut cultiver notre jardin', wist men nog van geen klimaat-, milieu- of biodiversiteitscrisis. Nu zitten we er midden in. En te veel gecultiveerde tuinen spelen daar een niet geringe rol in. ' Iedereen loopt hier met een grascomplex', zong Gooris in 1995. Waarop volgde: een eindeloze reeks ' Oooh, laat het gras maar groeien'. Hij gaf vooral lucht aan puberale ledigheid, toch kan wie wil er vandaag een ecologische boodschap in ontwaren. Het grascomplex van de Vlaming is groot. 88 procent van onze tuinen bevat gazon, leert een enquête van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) eind 2020 bij 1000 tuineigenaars. Naar schatting de helft van de tuinen bestaat uit gazon, weet Koenraad Van Meerbeek, hoogleraar conservatie ecologie (KU Leuven). 'Uit de Tuinenkaart van mijn collega Ben Somers blijkt dat tuinen minstens 10 procent uitmaken van de Vlaamse oppervlakte, in stedelijke en residentiële gebieden loopt het zelfs op tot 15 à 25 procent. 4 à 5 procent van Vlaanderen bestaat uit gazon.' Bio-ingenieur Valerie Dewaelheyns schatte in 2014 in haar doctoraatsstudie de totale oppervlakte aan gazon op 435 km2. 'Dat is zo groot als 87.000 voetbalvelden, of bijna tien keer de oppervlakte van het Zoniënwoud', zegt ze. Dat gekortwiekte gras is een probleem, en niet alleen omdat het leidt tot niet uit te roeien oorwurmen. (' Oooh, laat het gras...') 'Elke week je gras maaien draagt bij tot de klimaatopwarming en andere vormen van vervuiling', zei tuinbouwkundige Bart Backaert in 2019 in Knack. Er zijn vervuilende brandstoffen nodig, gazonmaaisel composteert slecht, kunstmest besmet het grondwater... 'Alles bij elkaar,' besloot Backaert, 'is een gazon gewoon een ecologische ramp.' Slik. Wie dan iets wil doen aan de effecten van de klimaat- en milieucrisis in Vlaanderen, doet er goed aan te kijken naar de oer-Vlaamse pelouze. Het burgerwetenschapsproject Maai mei niet roept daarom op om in mei (een deel van) uw gazon niet of veel minder te maaien. Zelfstandig experte Dewaelheyns benadrukt dat haar 87.000 voetbalvelden een schatting was. 'Er is bijzonder weinig geweten over onze tuinen. Toen ik in 2007 aan mijn doctoraat begon, was er amper data om onderzoek op te doen. Een van de weinige databanken waar ik iets aan had, was die van de Bodemkundige Dienst van België. Die leerde ons dat onze gazonbodems weinig koolstof bevatten. Nochtans is het potentieel ervan enorm: ze konden toen samen ruim 900.000 ton koolstof meer opslaan.' 'Ik vrees dat de situatie sindsdien weinig is verbeterd. Ik hoop dat het CurieuzeNeuzen-project van de Universiteit Antwerpen en De Standaard, waarbij op dit moment op 5000 meetpunten in Vlaanderen de hitte en de droogte wordt gemeten, een update kan geven.' Toen Dewaelheyns haar doctoraat publiceerde in 2014, titelden media dat Vlaamse tuinen een belangrijk wapen zijn in de strijd tegen klimaatverandering. Ze is er zelf bescheiden over, maar Dewaelheyns heeft een rol gespeeld in het doorbreken van de vicieuze cirkel in ons denken over de tuin. 'Meer dan 80 procent van de Vlamingen heeft een tuin, en toch leek niemand zich af te vragen wat die ruimte betekende voor het geheel, laat staan kón betekenen. Er werd geen onderzoek naar gedaan, wat de interesse nog kleiner maakte. Dat de tuin plots een wapen in de strijd tegen klimaatverandering werd genoemd, was een serieuze trendbreuk.' De trend lijkt gekeerd. Zo zei 59 procent van de respondenten in de VLAM- enquête dat zijn of haar tuin een bijdrage moet leveren aan het tegengaan van klimaatopwarming. Er zijn campagnes allerhande, van Operatie perforatie over Bye Bye Grass tot Maai mei niet. Inverde, het opleidingscentrum van het Vlaams Agentschap Natuur en Bos, zendt 'Tuinrangers' uit . Krachtdadige initiatieven als MijnTuinLab, een platform van Kenniscentrum tuin+, KU Leuven en Natuurpunt, zetten burgerwetenschapsprojecten zoals Maai mei niet mee op. Groenjournalist Marc Verachtert bekijkt het met verrukking en verbazing. Sinds hij in 1976 afstudeerde als tuinarchitect volgt hij de ontwikkelingen in onze tuinen op de voet. 'Midden jaren 1980 werkte ik mee aan de eerste tuinprogramma's op televisie, zoals Bloemetjes buiten. Daarin leerden we de mensen geraniums planten in bloembakken. Daarna kwam de omslag naar genieten in de tuin, maar de rode draad bleef: de tuin moest vlekkeloos verzorgd zijn.' Verachtert had als kind al gezien hoe in de ouderlijke tuin de tuinier, en dus ook de tuin, vervreemdde van de natuur. 'Toen ik klein was, deelde een pad met daarlangs bloemetjes de tuin in tweeën: links stonden de aardappelen, rechts lag een grote moestuin. Achteraan was een stukje weide met wat fruitbomen, waar een beestje stond en de kinderen konden spelen. Met de toename van de welvaart in de golden sixties kromp de moestuin, om uiteindelijk, net als de weide en de fruitbomen, te worden vervangen door gazon. Sluitstuk was de strak geschoren coniferenhaag, als omkadering van dat steeds schraler wordende geheel.' 'Wij kinderen hadden niet veel meer aan die tuin. Zo is er veel kennis over en interesse in de tuin verloren gegaan. Nog steeds leggen jonge mensen hun tuinen aan volgens dat ouderwetse patroon: een groot terras en veel gazon.' Gelukkig, zegt de medeauteur van het vorig jaar verschenen Zakboek voor de klimaattuin, is de trend natuurlijker geworden. 'En heel belangrijk: er is oog voor biodiversiteit. De verkoop van biobloembollen zit in de lift, je struikelt over populaire initiatieven als vogel- en vlindertelweekends en tuincentra hebben rekken vol vogelvoer en insectenhuisjes. Ondenkbaar 20 à 30 jaar geleden. Eind jaren 1980 vroeg een pesticidebedrijf ons om de mensen op het hart te drukken dat ze hun bloembollen eerst in een antischimmelbadje moesten weken zodat ze niet zouden schimmelen in de grond (lacht).' Verachtert kan het kantelpunt moeilijk situeren. 'Die evolutie is traag gegaan en werd aangedreven door enerzijds acties tegen pesticiden en meststoffen zoals Zonder is gezonder van Velt, de Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren. Anderzijds verbood de overheid producten als E605, het vreselijkste vergif dat er bestond. Daar kon je een olifant mee dood krijgen, en dat werd gewoon in de plantgaten van de prei gegoten. Zulke verboden wekken weerstand op, maar wérken.' De evolutie gaat traag, maar is onmiskenbaar, meent Verachtert. 'Er zijn gemakkelijk twee miljoen tuinen in Vlaanderen. Als daarvan elk jaar een paar duizend ecologischer worden ingericht en beheerd, dan zie je niet meteen effect, maar is er wel iets aan het schuiven.' Dewaelheyns denkt dat het momentum is aangebroken. 'Campagnes als Maai mei niet komen op het juiste moment. De urgentie is groot, dat mogen enkele bemoedigende evoluties ons niet doen vergeten.' Dat het klimaatalarm loeit, weet professor Koenraad Van Meerbeek, die de persoonlijke nectarscore van Maai mei niet-deelnemers en de Nationale Nectarscore zal berekenen. 'De biodiversiteitscrisis is er een belangrijk gevolg van, ook in Vlaanderen. Onze regio is zeer verstedelijkt en er wordt op 40 à 45 procent van ons grondgebied intensieve landbouw bedreven. We hebben slechts 10 procent bos, waarmee we achteraan bungelen in Europa, en 7 procent effectief beheerde natuur, zoals de natuurgebieden van Natuurpunt.' Van Meerbeek neemt de bestuivers als voorbeeld. 'Een Duitse studie uit 2017 maakte de omvang van het probleem zeer duidelijk. Data van de afgelopen 27 jaar uit 63 natuurgebieden toonde aan dat de totale hoeveelheid aan insecten met 75 procent was verminderd. In natuurgebieden hè, niet in de stad of in landbouwgebied.' 'In regio's waarvoor voldoende data beschikbaar zijn, is vaak meer dan 40 procent van de bijensoorten bedreigd, becijferde het Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (IPBES). Als je weet dat zo'n 75 procent van de landbouwgewassen minstens gedeeltelijk afhangt van bestuiving, besef je hoe groot de impact van de biodiversiteitscrisis is voor de mens.' 'Zonder bestuivers moeten wij "oplossingen" bedenken die vaak vreselijk duur zijn. In de amandelplantages van Californië, waar de biodiversiteit tot vrijwel nul is teruggevallen, voeren ze elk jaar meer dan een miljoen bijenkasten aan voor de bestuiving. Dat kost handenvol geld, terwijl bestuiving een ecosysteemdienst is, iets wat je gratis krijgt in een gezond ecosysteem. Het enige wat wij zouden moeten doen, is zorg dragen voor ons landschap.' De biodiversiteitscrisis is een sluipend gevaar voor de maatschappij, weet Van Meerbeek. 'Eén bijensoort die verdwijnt doet de voedselproductie niet ineen klappen. Een paar soorten ook niet. Maar ecosystemen zijn netwerken en als je bepaalde drempelwaarden overschrijdt, wat het geval is voor een flink aantal ervan, dan krijg je een kettingreactie die steeds sneller en sneller kan gaan.' Van Meerbeek glimlacht bij de vraag naar de rol van technologie in dit alles. 'Technologie zal een belangrijke rol spelen, maar niet dé oplossing bieden. We weten als sinds de jaren 1950 dat klimaatverandering een probleem is. In die 70 jaar tijd heeft de wetenschap geen oplossing gevonden. Dat is, en dat zeg ik als wetenschapper, het grootste bewijs dat we daar geen wonderen van kunnen verwachten.' De oplossing ziet hij in gedragsverandering: weer zorg gaan dragen voor de natuur, en dus ook voor de Vlaamse tuin. Voor het ecosysteem dat al die tuinen samen (zouden kunnen) vormen, muntte Dewaelheyns het begrip 'tuinencomplex'. 'Als we denken aan tuinen, dan stoppen we aan de afsluiting en de haag. Dat is de kern van de onderwaardering van de tuin: we zien het als individueel object. Maar neem een luchtfoto van Vlaanderen en je ziet meteen hoe tuinen, als je de omheiningen wegdenkt, grote parken vormen. Parallel met lintbebouwing, bijvoorbeeld, zie je een lint van groen - of juister: een potentieel van groen.' Dewaelheyns vindt dat we tuinen op een collectieve manier moeten bekijken, met respect voor het private karakter ervan. 'Een tuin blijft de plek bij uitstek waar mensen tot rust komen en waarin ze hun eigen identiteit willen leggen. We hoeven tuinen niet te collectiviseren, maar moeten wel beseffen dat elke kleine beslissing die we nemen een impact heeft op het geheel. Daar even bij stilstaan wanneer je in het tuincentrum je planten kiest of naar het rek met pesticiden kijkt, is al een belangrijke stap vooruit.' Wim Veraghtert is het daarmee eens. Hij is insectenexpert bij Natuurpunt en samensteller van de Maai mei niet-lijst met 20 vaak in de tuin voorkomende insecten. 'Een hele hoop insecten, de zogenoemde specialisten, verkiezen specifieke gebieden zoals hooiland of moeras. Die zul je moeilijk kunnen helpen in je tuin. Maar vele honderden soorten zijn generalisten, die zijn minder kieskeurig. Ook zij zijn cruciaal voor de bestuiving en ze zijn belangrijk voor andere dieren, bijvoorbeeld als bulkvoedsel voor vogels.' De generalisten kunnen overleven als de basiskwaliteit van het landschap in orde is, zegt Veraghtert. 'In de eerste plaats is dat: is er voldoende nectar en stuifmeel aanwezig? Als dat zo is, bijvoorbeeld dankzij een parkgazon waarin vele bloemen mogen bloeien, dan zul je ook in centrum Antwerpen boomblauwtjes, azuurwaterjuffers en bruine sprinkhanen zien.' Een tuin kan twee functies hebben voor de biodiversiteit, zegt de insectenkenner. 'Als stapsteen, wat ik ook "een tankstation" noem, of als leefgebied. Voor dat laatste is niet elke tuin geschikt. Maar de kleinste stadstuin kan wél een stapsteen zijn waar vlinders, bijen en andere vliegende insecten bijtanken. Het belang daarvan kun je niet onderschatten, dat weet iedereen die al eens in the middle of nowhere met een bijna lege tank heeft rondgereden. Dieren zijn vaak onderweg, ook de kleintjes. Als een vlinder kan bijtanken in een klein stadstuintje waar een struik bloeit of het gras wat langer is, dan kan dat het verschil betekenen tussen leven en dood. Dat is nodig, we zijn bij de slechtste leerlingen in de Europese klas wat vlinders betreft.' Een eenvoudige, maar duivels efficiënte manier om uw tuin om te toveren tot nectartankstation is uw gras laten groeien. Hoe eenvoudig en effectief dat is leerde Frederik Houssin van de No Mow May-campagne van de Britse natuurvereniging Plantlife. Hij kent met zijn 15 jaar ervaring als ecologisch tuinaannemer als geen ander het belang van een biodiverse tuin. Toch kon hij zijn ogen niet geloven toen hij vorig jaar botste op de resultaten van de derde No Mow May-editie. 'Daaruit bleek dat je tot tien keer meer bijen kunt aantrekken in je gazon door het niet elke week te maaien, maar slechts om de drie à vier weken. Zo geef je echte nectarkampioenen zoals witte klaver, paardenbloem en brunel de kans om te bloeien. Een verbluffend resultaat voor zo'n kleine inspanning. Enfin, voor zoveel meer ontspanning.' Houssin richtte vorig jaar vzw Het Ministerie voor Natuur op en schreef over No Mow May voor Knack.be een veelgelezen opiniestuk waarin hij opriep om in mei het gras te laten groeien. Zo bestoof hij Knack met het idee voor Maai mei niet, waarop ook MijnTuinLab/ KU Leuven, Bond Beter Leefmilieu en Velt aan boord kwamen. 'Dat enthousiasme verraste me, maar verbaasde eigenlijk niet. No Mow May levert zoveel enthousiasmerende inzichten op, je móét wel op die kar springen.' Naast het belang van minder maaien stipt Houssin ook het belang van 'plezant maaien' aan. 'Speel met lengtes in je gazon. Eén stuk om de drie à vier weken maaien doet de nectarkampioenen floreren. Een stuk maar een paar keer per jaar op het juiste moment maaien, geeft het aantal verschillende soorten in je tuin een boost, denk aan gewone margriet en knoopkruid.' Habitatdiversiteit is het geleerde woord voor 'plezant maaien', legt professor Van Meerbeek uit. 'Drie verschillende lengtes gras - kort en vaak gemaaid, een beetje langer en minder gemaaid en lang en weinig gemaaid - vormen drie ecosysteempjes, en dat kan echt al in een kleine tuin.' Veraghtert vult aan: 'Het korte, regelmatig gemaaide gras levert voedsel, lang gras levert beschutting en waardplanten, planten waarop insecten hun eitjes leggen.' Het meest opwindende inzicht uit No Mow May, zegt Houssin, is dat kleine veranderingen grote effecten kunnen sorteren. 'Ik verketter gazons niet. Ik leg ze ook aan in tuinen, maar nooit meer dan nodig en altijd een soortenrijk gazon. Ik volg Valerie Dewaelheyns: we moeten niet af van het gazon, wel van ons huidige ideaalbeeld ervan: het grote, gemillimeterde knalgroene biljartlaken. We hebben nood aan gazons die de natuur ondersteunen. Een kort gemaaid, maar soortenrijk gazon kan dat perfect.' Langer gras heeft enkel voordelen, vult Van Meerbeek aan. 'Het zorgt voor meer biodiversiteit, is beter bestand tegen droogte en je verbruikt minder door minder te maaien. Het enige wat mensen kan tegenhouden, is een psychologische barrière. Veel mensen denken bij bloemenrijk gazon wellicht aan een slordige wildernis.' Dat hoeft helemaal niet, weten bio- ingenieur Greet Tijskens en bioloog Yacine Ryckebusch van Velt. Tijskens is medeauteur van Velt-publicaties zoals het veelgeprezen Meer dan sprietjes. Ryckebusch is medewerker Ecotuin bij Velt. 'Wie zijn of haar tuin wil inzetten tegen de negatieve effecten van klimaatverandering, moet maar één radicale stap zetten', zegt Tijskens. 'Stop met pesticiden en kunstmest, ze zijn schadelijk en overbodig.' Wat volgt, hoeft volgens Tijskens geen fundamentele ommezwaai te zijn. 'Een ecologische tuin is geen kwestie van stijl, wel van aanpak.' Dat de ideale tuin voor de Vlaming volgens de VLAM-enquête, onder meer 'strak- natuurlijk' is, vindt ze niet tegenstrijdig. 'Een ecologische tuin kán wild en ruig zijn, maar ook strak. Zolang je maar kiest voor de juiste plant op de juiste plaats.' Zo moet je geen schaduwminnende planten in de zon zetten, zegt Ryckebusch. 'Dan betaal je je blauw aan de waterrekening en het is onverantwoord in een waterarme regio als Vlaanderen. En probeer los te laten dat je gras op schaduwrijke plekken mosvrij moet blijven, die strijd win je nooit. Leg liever een schaduwborder aan, met kruidachtigen die je ook vindt in het bos, of plant er struiken die ook in de schaduw bloeien.' Een stokpaardje van Velt zijn bloembollen, een heel eenvoudige manier om je gazon biodiverser te maken zonder het te moeten opgeven. 'In de zomer houden mensen er graag barbecues en tuinfeesten, maar in het voorjaar tonen we ons amper op het gazon. Vroegbloeiers zoals sneeuwklokje, krokus en narcis maken van januari tot april van je tuin een kleurrijk nectarstation voor de eerste vliegers, zoals de hommel. Wanneer de bollen zijn uitgebloeid, kun je de vergeelde bladeren mee afmaaien en de barbecue bovenhalen.' Tot slot: vraagt een ecologische tuin meer werk? Tijskens: 'Het is ander werk. Elke week gras afrijden is ook veel werk, alleen staan mensen er niet bij stil, omdat het zo'n eenvoudig klusje is. We krijgen, wellicht door de corona-pandemie die mensen in hun tuin heeft gejaagd, veel meer tuinvragen in onze Facebookgroep. Dat is goed, want wie meer weet over de tuin, kan zijn stuk grond beter inzetten voor zichzelf en voor de natuur. Mensen willen echt wel iets doen, alleen weten ze niet altijd hoe.' Tuinaannemer Houssin lacht. 'Laat Sam Gooris een duet zingen met Voltaire. Cultiveer uw tuin, maar hou het plezant en laat genoeg gras lang genoeg groeien.'