Geen bijen betekent geen gewassen en dus geen eten, dat weten de meeste mensen ondertussen wel. Toch beseffen maar weinigen hoe essentieel de insecten voor ons zijn: van de 100 belangrijkste gewassen ter wereld, goed voor 90 procent van al het voedsel, worden er 71 bestoven door bijen. Ze zijn voor ons dus letterlijk van levensbelang. Maar al decennia lang verliezen imkers grote aantallen van hun bijenvolken. 'In 2012 en 2013 overleefde ongeveer een derde van de bijen de winter niet, dat is behoorlijk abnormaal. Wanneer een imker zo veel dieren verliest, is dat rampzalig', zegt professor Dirk De Graaf, directeur van de onderzoekscel Honeybee Valley aan de Universiteit Gent.

Die bijensterfte heeft verschillende oorzaken. Een ervan is een tekort aan voedsel. Maar de grootste boosdoener is de varroa-mijt, een dodelijke Aziatische parasiet. De mijt kan op verschillende manieren bestreden worden, onder meer met verdelgingsmiddelen. Aan dat laatste doen natuurlijke imkers niet mee. Zij laten de bijen hun eigen gang gaan en proberen zich niet te moeien. 'Als we de bijen niet behandeld hadden toen de varroa-mijt in de jaren tachtig naar hier kwam, dan zouden we gigantische verliezen hebben geleden, maar waren de overblijvende bijen nu wel tegen de mijt bestand', zegt Lode Devos, natuurlijk imker en werkzaam bij Werkgroep Natuurlijk Imkeren. 'Maar we zitten in zo'n verziekte maatschappij dat het moeilijk is geworden om nog natuurlijk te functioneren.'

Devos teelt zijn bijen volledig natuurlijk en schuwt geen scherpe uitspraken: 'De manier waarop we met bijen omgaan, past perfect in de manier waarop we ook omgaan met koeien, kippen en andere dieren die we kweken voor consumptie: we melken ze uit. Wanneer ik lezingen geef aan imkerverenigingen, zie ik vaak tegenstrijdigheden. Mensen willen niets liever dan zo natuurlijk mogelijk imkeren, maar ze willen tegelijkertijd veertig kilo honing oogsten. Dat klopt niet. Dat is hetzelfde als tegen je partner zeggen 'ik zie jou enorm graag', terwijl je haar een ferme klets in het gezicht geeft.'

Elk jaar een nieuwe koningin

Veel imkers zijn bovendien bezorgd over de kwaliteit van hun honingbijen. Zo willen de meesten niet dat hun bijen mensen steken en agressief worden, al is dat wel de natuurlijke gang van zaken. Een bijenvolk gaat na verloop van tijd ook zwermen, waarna het zich op andere plekken gaat vestigen. Zo was er vorig jaar een bijenvolk dat neerstreek op een verkeerslicht in hartje Brussel. Imkers proberen dat natuurlijke gedrag tegen te gaan door de oorspronkelijke koningin te vervangen door een andere, zogenaamd raszuivere koningin uit een kweekstation. Daardoor worden de bijen minder agressief en gaan ze niet zwermen.

Devos: 'Alles in mij komt in opstand tegen die praktijken. Je kan hieraan meedoen, maar enkel in geval van echt hoge nood. Nu zijn er echter heel veel imkers die om het jaar al hun koninginnen vervangen door geselecteerde koninginnen, en waarom? Omdat ze maar één doel hebben en dat is het rendement van de honing zo hoog mogelijk houden. Op die manier doorbreek je volledig de cohesie van het systeem.'

Wij gaan onze bijen nooit pushen om meer honing te maken.

Rik Janssens, mede-eigenaar en -oprichter van Amielo

Toch is het rendement niet voor alle imkers de belangrijkste reden om op die manier te werk te gaan. Rik Janssens, mede-eigenaar en -oprichter van Amielo, een bedrijf dat bijenkasten plaatst bij ondernemingen en ook eigen honing verkoopt, doet het uit praktische overwegingen. 'Als je niet op tijd ingrijpt, krijg je op termijn bijzonder agressieve bijen. Vorig jaar had ik zo'n volk en ik moest mezelf echt inpakken en aftapen als ik er een kijkje ging nemen. Wanneer ik de kasten geopend had, kon ik er twee à drie uur niet in de buurt komen. Dat soort bijen kan je niet houden in voorstedelijk gebied, in Vlaanderen dus bijna nergens. Wanneer je op een plaats woont met amper mensen in de buurt is dat helemaal anders.'

Hoewel Janssens ook honing oogst en verkoopt, maakt hij zich sterk zijn bijen niet uit te buiten: 'Wij gaan onze bijen nooit pushen om meer honing te maken. Valt de oogst een jaar wat tegen, dan is dat maar zo.' Bovendien kunnen bijen af en toe wel een klein beetje honing missen. Grote volken maken na verloop van tijd zelfs te veel honing aan en zijn er soms mee geholpen dat er wat honing wordt weggenomen. Dat zegt ook De Graaf: 'Honing is inderdaad een erg rijk voedingsmiddel voor bijen maar om nu te zeggen dat ze verzwakken als we daar wat van wegnemen, dat houdt voor mij geen steek. Er zit stuifmeel in honing, dat is voor bijen belangrijk, maar dat stuifmeel wordt pas waardevol door vergisting en die gebeurt helemaal niet in de honing. Zolang de imker hen suikerwater in de plaats geeft, zie ik niet wat er mis mee is.'

Natuurlijke imkers vinden echter dat de voedingsstoffen in honing niet te vergelijken vallen met die in suikerwater. Velen zijn er ook gewoon principieel tegen. Devos: 'Ik kan begrijpen dat iemand wat honing neemt wanneer zijn bijen er overschot aan hebben. Maar enkel als men dat met respect voor hun ecosysteem doet. Nooit wanneer een imker meer afneemt dan de bijen zelf kunnen missen.'

Bewustzijn groeit

Door de alarmerende berichten rond de bijensterfte spannen niet alleen kleine hobby-imkers zich in, maar worden ook grotere bedrijven zich steeds bewuster van het probleem. Zo zette de Duitse farmaceutica-gigant Bayer doelgerichte stappen om duurzame landbouw te ondersteunen. Hier is een prominente plaats weggelegd voor bijen. Het bedrijf opende enkele jaren geleden de zogeheten Bayer Forward Farm op een boerderij in het Vlaams-Brabantse Huldenberg.

'De doelstelling was om mensen naar hier te halen en hen de aspecten van duurzame landbouw in de praktijk te tonen en erover te praten', weet Veerle Mommaerts, Food Chain Manager bij Bayer Crop Science. 'Het is vanuit die optiek dat we ook met een imkerprogramma gestart zijn om aan het grote publiek te kunnen vertellen wat er nu precies aan de hand is met de bijen en om te tonen wat wij eraan proberen te doen samen met de landbouwers.'

Eén van de imkers op de Forward Farm is Jan Stevens, hij organiseert er onder andere praktijklessen en uiteenzettingen voor beginnende imkers. Na afloop van zo'n uiteenzetting krijgen de bezoekers een potje honing mee als aandenken. Toch ziet ook Stevens er steeds op toe dat er niet te kwistig wordt omgegaan met de honing: 'We oogsten wel wat honing maar letten er steeds op dat de bijen zelf nog voldoende hebben. We gebruiken een vernuftig systeem, de zogenaamde honingzolder, waarin de bijen hun overtollige honing kunnen opslaan. Dat deel oogsten we, maar van de rest blijven we echt af.'

Bij-vriendelijke omgeving

Volgens De Graaf is het goed dat steeds meer bedrijven iets proberen te doen aan de problematiek rond bijen. Toch vindt hij dat de meeste te snel en zonder nadenken te werk gaan. 'Bedrijven proberen om een groen imago te krijgen door een bijenkast op het dak te zetten', zegt hij. 'Maar daardoor verstoren ze eigenlijk het evenwicht tussen het aantal bijen en het beschikbare eten. Wanneer ik dat zie, denk ik altijd: 'Mensen, stop ermee'. Zet liever een aantal bomen rond je bedrijf of maak van je muren een groene verticale wand en zet die vol bijenplanten, dán doe je iets goeds voor de bijen. Nu ben je gewoon heel het evenwicht dat er was aan het verstoren.'

Bayer maakt zich sterk de omgeving rond de Forward Farm zo bij-vriendelijk mogelijk te maken met aandacht voor voldoende voedsel. Bovendien is de Forward Farm niet het enige initiatief waarmee de multinational de bijensterfte onder de aandacht wil brengen. Zo heeft Bayer al langer een Bee-Care Center in Duitsland, waar onder meer de voedselvoorziening en gezondheid van de bijen in kaart worden gebracht. Mommaerts: 'Met al deze initiatieven proberen we de problematiek rond bijen bespreekbaar te maken. We hebben daar geen schrik van, met de Forward Farm werd een grote stap gezet. We hebben hier nu een plek om een woordje uitleg te geven over de situatie en geven zo ook de kans aan anderen om te zien hoe het allemaal in zijn werk gaat. Bijen zijn meer dan honing en nijdige prikken.'

Régis Van Der Veken schreef dit artikel dat aanvankelijk verscheen bij Erasmix.