Wetenschappers rusten dieren uit met satellietzendertjes en dataloggers om gegevens over hun doen en laten te verzamelen. Als ze dat op voldoende grote schaal doen, kunnen ze een antwoord formuleren op de vraag wat nodig is om kwetsbare dieren voor uitsterven te behoeden. Door de klimaatopwarming i...

Wetenschappers rusten dieren uit met satellietzendertjes en dataloggers om gegevens over hun doen en laten te verzamelen. Als ze dat op voldoende grote schaal doen, kunnen ze een antwoord formuleren op de vraag wat nodig is om kwetsbare dieren voor uitsterven te behoeden. Door de klimaatopwarming is die vraag meer dan ooit aan de orde. In het topvakblad Nature is een analyse verschenen van de belangrijkste biodiversiteitshotspots in de Zuidelijke Oceaan rond Antarctica. Bioloog Anton Van de Putte (KBIN) werkte mee aan het onderzoek, waarvoor de gegevens van meer dan vierduizend individuen uit zeventien soorten viseters geanalyseerd werden - het ging vooral om pinguïns, albatrossen en zeezoogdieren. Plekken waar veel dieren samen worden gezien, kunnen als hotspots gelabeld worden. De hotspots liggen verspreid over het oceaangebied. De meeste zijn al beschermd, maar onder druk van de klimaatopwarming kunnen de geschikte voedselgebieden verschuiven. De dieren zullen dan moeten volgen, net zoals de beschermingsmaatregelen. Klimatoloog Xavier Fettweis (Universiteit Luik) heeft meegewerkt aan een ander artikel in Nature dat de evolutie van de ijsmassa op Antarctica beschrijft. Tussen 1992 en 2018 verloor het continent bijna 4000 miljard ton ijs. Dat leidde tot een globale zeespiegelstijging van iets meer dan een centimeter. De onderzoekers benadrukken dat hun cijfers aansluiten bij wat de klimaatmodellen van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, hebben voorspeld.