Charles Darwin had al vastgesteld dat alle huisdieren die hij kende, kleiner, fijner, speelser en zachter waren dan het wilde origineel, mét wat minder hersenen. Hetzelfde gaat op als je de moderne mens vergelijkt met zijn rechtstreekse voorouders: wij hebben eigenschappen ontwikke...

Charles Darwin had al vastgesteld dat alle huisdieren die hij kende, kleiner, fijner, speelser en zachter waren dan het wilde origineel, mét wat minder hersenen. Hetzelfde gaat op als je de moderne mens vergelijkt met zijn rechtstreekse voorouders: wij hebben eigenschappen ontwikkeld die ons zachter maken, waardoor we ook socialer kunnen zijn en op grotere schaal kunnen samenwerken. De mens domesticeerde als het ware zichzelf, wat een groot deel van ons succes zou kunnen verklaren. Wetenschappers beschrijven in Public Library of Science ONE de eerste genetische elementen die de hypothese van zelfdomesticatie ondersteunen. Ze zochten naar genetische verschillen tussen huisdieren en hun wilde voorouders, en ze vergeleken die met verschillen in het genoom tussen de moderne mens en de 'wilde' neanderthaler. De overlap was opvallend. Wij hebben nogal wat genetische veranderingen gemeen met honden en koeien. Het lijkt erop dat er een patroon bestaat dat toelaat dat een soort gedomesticeerd wordt. Het onderzoek situeert de belangrijkste genetische veranderingen in de embryonale neurale boog: een structuur waaraan belangrijke genetische regelmechanismen gekoppeld zijn. Wijzigingen in de genetica van de neurale boog kunnen tegelijk fysieke en sociale aanpassingen uitlokken. Het is zelfs niet uitgesloten dat ze onze capaciteit tot leren van elkaar en het uitbouwen van een cultuur bevorderd hebben.