Toen Frank Pattyn in de jaren tachtig aan de VUB geografie studeerde, was de klimaatverandering in onze samenleving nog geen big deal. 'De media besteedden er amper aandacht aan', zegt hij. 'Maar wetenschappers maakten zich wel al zorgen. Het is een fabeltje dat ze op dat moment geloofden in een nieuwe ijstijd. Integendeel, toen al brachten ze de impact van de opwarming op ijskappen en gletsjers in kaart.'
...

Toen Frank Pattyn in de jaren tachtig aan de VUB geografie studeerde, was de klimaatverandering in onze samenleving nog geen big deal. 'De media besteedden er amper aandacht aan', zegt hij. 'Maar wetenschappers maakten zich wel al zorgen. Het is een fabeltje dat ze op dat moment geloofden in een nieuwe ijstijd. Integendeel, toen al brachten ze de impact van de opwarming op ijskappen en gletsjers in kaart.' Vandaag bestudeert ULB-professor glaciologie Frank Pattyn zelf die effecten van de klimaatverandering op de ijskappen van Groenland en vooral Antarctica. Zijn er veel verschillen tussen die ijskappen? Frank Pattyn: Ja, je hebt het zee-ijs van bevroren oceaanwater, dat bijvoorbeeld het Noordpoolbekken bedekt, het landijs van de gletsjers en het zoetwaterijs van de kappen op Groenland en Antarctica. Elk ijstype heeft een andere functie in het klimaatsysteem. Het zee-ijs evolueert door de seizoenen enorm in oppervlakte en beïnvloedt zo de hoeveelheid zonnestraling die wordt teruggekaatst. In de zomer is er minder ijs en wordt er dus ook minder straling en energie gereflecteerd, waardoor de temperaturen sterker stijgen. IJskappen en gletsjers veranderen veel langzamer, mee met het klimaat. Van de gletsjers weten we dat ze krimpen sinds het einde van de kleine ijstijd, eind negentiende eeuw. De ijskappen op Groenland en Antarctica zijn nu ook aan het afsmelten. Al dat smeltwater zorgt ervoor dat de zeespiegel stijgt. De ijskappen in Groenland en Antarctica zijn uw studiemateriaal? Pattyn: In het hart van Antarctica en Groenland zijn de ijslagen drie tot vier kilometer dik. IJsboringen in die lagen voeren ons terug naar het klimaat uit het verleden. Zij zijn het archief van ons klimaat. We konden zo tot 800.000 jaar teruggaan in de tijd. Samen met andere Europese landen startten we een nieuw, door Europa gefinancierd project op om ook ijs naar boven te halen dat anderhalf miljoen jaar oud is. Het ijs in de verschillende lagen van een staal is geen bevroren water, maar zijn samengedrukte sneeuwvlokken die door het gewicht ijs zijn geworden. In die sneeuw zitten kleine luchtbelletjes die ons iets kunnen vertellen over de samenstelling van de atmosfeer op het moment dat ze werden gevormd. Zo kunnen we nagaan hoeveel CO2 er in een bepaalde periode in het verleden in de atmosfeer aanwezig was. Hoe erg is het nu gesteld met de CO2 in onze atmosfeer? Pattyn: Vóór de industriële revolutie bedroeg de concentratie CO2 ongeveer 280 ppm, deeltjes CO2 per miljoen luchtdeeltjes. Nu zitten we boven de 400 ppm. Onze huidige CO2-stijging is niet natuurlijk: ze is geen gevolg van een uitwisseling door de oceanen of de vegetatie, maar kwam door toedoen van de mens via fossiele brandstof in de atmosfeer terecht. Ongeveer de helft van die door mensen veroorzaakte CO2-uitstoot wordt geabsorbeerd door de plantengroei en de oceanen. De resterende hoeveelheid heeft die 400 ppm als resultaat. Zijn de poolgebieden tegenover de rest van de wereld 'voorlopers' qua klimaatverandering? Pattyn: Zeker. De klimaatverandering verloopt niet gelijk over heel de aarde. De temperatuur is gemiddeld nu al 1,1 graad gestegen tegenover het begin van de industriële revolutie. Maar die temperatuurstijging is veel groter in de poolgebieden, vooral op de Noordpool. Dat heeft te maken met dat zee-ijs dat in de zomer kleiner wordt, met als gevolg: meer open oceaan die de opwarming versterkt. Groenland ligt aan de rand van de pool. In de zomer komt de temperatuur er wel boven het vriespunt. Het versneld smeltende zee-ijs draagt dan bij tot de stijging van de zeespiegel. Op Antarctica zien we nog niet diezelfde tendens. Maar op het noordelijk halfrond is het zeer duidelijk: het zee-ijs neemt af. De prognose is dat het tussen 2050 en 2100 grotendels zal verdwijnen. Wat zal het effect van dat smeltende zee-ijs zijn? Pattyn: Het zal nog sterker de toename van de temperatuur beïnvloeden. Het hele noordpoolgebied zal hogere temperaturen hebben, waardoor het risico bestaat dat de bevroren ondergrond, de permafrost, versneld afsmelt. Stel dat we erin slagen de klimaatopwarming een halt toe te roepen. Kan het arctische ijs dan nog hersteld worden? Pattyn: Dat is mogelijk. Alleen zijn er in het klimaat de zogenaamde tipping points of kantelpunten. Zodra zo'n punt gepasseerd is, wordt herstel heel moeilijk. De ijskappen hebben ook dergelijke kantelpunten. Als de temperatuur in Groenland met nog één graad stijgt, wordt een kantelpunt bereikt en smelt die ijskap onherroepelijk af. Hetzelfde kan in Antarctica gebeuren. Als we erin slagen om de temperatuurstijging onder controle te houden, kunnen we het afsmelten van het zee-ijs stabiliseren. Hetzelfde geldt voor de gletsjers. Maar als de temperatuur de hoogte blijft ingaan, zijn tegen het einde van deze eeuw de Alpengletsjers grotendeels verdwenen. U bestudeert ook het stijgen van de zeespiegel. Hoe staat het daarmee? Pattyn: De zeespiegel steeg in de twintigste eeuw jaarlijks met ongeveer 1,5 tot 2 millimeter. Een van de oorzaken was toen thermische uitzetting van het oceaanwater. Als water opwarmt, wordt het lichter en neemt het een groter volume in. Nu komt daar het smeltwater van de gletsjers, Groenland en Antarctica bij. De huidige zeespiegelstijging bedraagt nu gemiddeld 3,5 milimeter per jaar. Hoe zal die stijging de volgende decennia evolueren? Pattyn: Dat hangt af van hoeveel CO2 er nog in de atmosfeer terechtkomt. De mens heeft dus een grote verantwoordelijkheid. Ofwel volgen we het Klimaatakkoord van Parijs en zorgen we ervoor dat de temperatuur niet hoger stijgt dan twee graden, ofwel doen we voort zoals nu. Bij het scenario 'business as usual' volgt er tegen 2100 een stijging van de zeespiegel van 20 centimeter tot ruim een meter. Vanaf 2100 is het hek dan helemaal van de dam en wordt een zeespiegelstijging van verschillende meters verwacht. Tot 2050 zal de stijging heel geleidelijk versnellen. Dat lijkt misschien niet zo dramatisch, maar bij stormen met springtij zal dat wel degelijk leiden tot extreem hoge zeeniveaus. De zee zal dan via de grote rivieren zeer ver het land binnendringen. Dan heb ik het onder andere over de Thames, het scheldebekken in Nederland, de Maas en de Seine in Frankrijk. In het verleden kwam zo een storm maar eens om de honderd jaar voor. Bij een stijging van 50 centimeter van de zeespiegel wordt dat elke tien jaar, en bij een stijging van een meter krijgen we jaarlijks zo'n superstorm. Stel dat u het alleen op deze wereld voor het zeggen hebt. Wat zou u dan ondernemen om de klimaatverandering te stoppen? Pattyn: We moeten er in de eerste plaats voor zorgen dat de stijging van de temperatuur en van de zeespiegel wordt afgeremd. Daarom zou ik zo snel mogelijk de CO2 in de atmosfeer proberen terug te dringen. Een goede maatregel is dan bijvoorbeeld een prijs op koolstof, of CO2-taks. Pas dan worden mensen écht gedwongen op zoek te gaan naar alternatieven. We moeten ook dringend stoppen met ontbossen en investeren in herbebossing. Want bomen slaan op een natuurlijke manier CO2 op. We moeten ook meer investeren in wetenschap en onderzoek. Want er zullen ook technologische oplossingen gevonden moeten worden om CO2 uit de atmosfeer te halen en op te slaan.' Schieten onze politici tekort? Pattyn: Op de laatste klimaatconferenties voerden de federale en regionale ministers soms een absurd toneelstuk op. Dat moet dringend veranderen. Het klimaat is geen ideologisch probleem. De klimaatopwarming raakt iedereen. Dat wil zeggen dat we ook allemaal samen er iets aan moeten doen.