Wetenschappers van de Copernicus Atmosphere Monitoring Service (CAMS) hebben vastgesteld dat het een omvang heeft die inmiddels groter is dan die van Antarctica. Dat laat Copernicus, een onderdeel van het ruimtevaartprogramma van de Europese Unie, woensdag weten.

De CAMS geeft elk jaar op 16 september een stand van zaken van het gat in de stratosfeer dat elk jaar in de lente op het zuidelijk halfrond ontstaat en van de stand van de ozonlaag die de aarde beschermt tegen de schadelijke eigenschappen van zonnestralen. 16 september is de Internationale Dag voor de bescherming van de ozonlaag, die dag herdenkt men de ondertekening van het Protocol van Montreal in 1987 waarbij de belangrijkste ozonafbrekende chemische stoffen (halokoolstoffen) werden verboden. CAMS is in opdracht van de Europese Unie opgezet door het Europees Centrum voor Weersverwachtingen op Middellange Termijn (ECMWF) en wordt gefinancierd door de EU.

'Dit jaar heeft het gat in de ozonlaag zich zoals verwacht aan het begin van het seizoen ontwikkeld', zegt Vincent-Henri Peuch, directeur van CAMS. 'Het lijkt vrij veel op dat van vorig jaar, dat in september ook niet echt uitzonderlijk was, maar later in het seizoen veranderde in een van de langst aanhoudende ozongaten in onze gegevensrecords. Nu blijkt uit onze voorspellingen dat het gat van dit jaar zich heeft ontwikkeld tot een groter gat dan gewoonlijk. De vortex is vrij stabiel en de stratosferische temperaturen zijn zelfs lager dan vorig jaar. We kijken naar een vrij groot en mogelijk ook diep gat in de ozonlaag.'

Bij het operationele toezicht van CAMS op de ozonlaag wordt gebruikgemaakt van computermodellen in combinatie met satellietwaarnemingen, op een vergelijkbare manier als bij weersvoorspellingen, om een uitgebreid driedimensionaal beeld te krijgen van de toestand van het gat in de ozonlaag.

Sinds het verbod op halokoolstoffen vertoont de ozonlaag tekenen van herstel, maar het is een langzaam proces en het zal tot de jaren 2060 of 2070 duren voordat de ozonafbrekende stoffen volledig zijn uitgebannen. 'Het is van essentieel belang dat de controle-inspanningen worden voortgezet om ervoor te zorgen dat het Protocol van Montreal gehandhaafd blijft', klinkt het nog.

Wetenschappers van de Copernicus Atmosphere Monitoring Service (CAMS) hebben vastgesteld dat het een omvang heeft die inmiddels groter is dan die van Antarctica. Dat laat Copernicus, een onderdeel van het ruimtevaartprogramma van de Europese Unie, woensdag weten. De CAMS geeft elk jaar op 16 september een stand van zaken van het gat in de stratosfeer dat elk jaar in de lente op het zuidelijk halfrond ontstaat en van de stand van de ozonlaag die de aarde beschermt tegen de schadelijke eigenschappen van zonnestralen. 16 september is de Internationale Dag voor de bescherming van de ozonlaag, die dag herdenkt men de ondertekening van het Protocol van Montreal in 1987 waarbij de belangrijkste ozonafbrekende chemische stoffen (halokoolstoffen) werden verboden. CAMS is in opdracht van de Europese Unie opgezet door het Europees Centrum voor Weersverwachtingen op Middellange Termijn (ECMWF) en wordt gefinancierd door de EU. 'Dit jaar heeft het gat in de ozonlaag zich zoals verwacht aan het begin van het seizoen ontwikkeld', zegt Vincent-Henri Peuch, directeur van CAMS. 'Het lijkt vrij veel op dat van vorig jaar, dat in september ook niet echt uitzonderlijk was, maar later in het seizoen veranderde in een van de langst aanhoudende ozongaten in onze gegevensrecords. Nu blijkt uit onze voorspellingen dat het gat van dit jaar zich heeft ontwikkeld tot een groter gat dan gewoonlijk. De vortex is vrij stabiel en de stratosferische temperaturen zijn zelfs lager dan vorig jaar. We kijken naar een vrij groot en mogelijk ook diep gat in de ozonlaag.' Bij het operationele toezicht van CAMS op de ozonlaag wordt gebruikgemaakt van computermodellen in combinatie met satellietwaarnemingen, op een vergelijkbare manier als bij weersvoorspellingen, om een uitgebreid driedimensionaal beeld te krijgen van de toestand van het gat in de ozonlaag. Sinds het verbod op halokoolstoffen vertoont de ozonlaag tekenen van herstel, maar het is een langzaam proces en het zal tot de jaren 2060 of 2070 duren voordat de ozonafbrekende stoffen volledig zijn uitgebannen. 'Het is van essentieel belang dat de controle-inspanningen worden voortgezet om ervoor te zorgen dat het Protocol van Montreal gehandhaafd blijft', klinkt het nog.