De bioloog George Monbiot is misschien wel de bekendste Britse milieuactivist. Hij schrijft regelmatig in de kwaliteitskrant The Guardian, en hij publiceert boeken die een verschil maken. Sommigen beschouwen hem als een van de belangrijkste stemmen ter wereld in de strijd tegen milieuverloedering. In zijn laatste boek (bij uitgeverij Lemniscaat vertaald als Uit de puinhopen) presenteert hij niets minder dan een 'nieuwe politiek in een tijd van crisis'. The Guardian omschreef het als 'een manifest voor activisten'.
...

De bioloog George Monbiot is misschien wel de bekendste Britse milieuactivist. Hij schrijft regelmatig in de kwaliteitskrant The Guardian, en hij publiceert boeken die een verschil maken. Sommigen beschouwen hem als een van de belangrijkste stemmen ter wereld in de strijd tegen milieuverloedering. In zijn laatste boek (bij uitgeverij Lemniscaat vertaald als Uit de puinhopen) presenteert hij niets minder dan een 'nieuwe politiek in een tijd van crisis'. The Guardian omschreef het als 'een manifest voor activisten'. 'Dat is het gedeeltelijk', geeft Monbiot toe. 'Een van de problemen waarmee wij, activisten, worstelen, is dat we goed zijn in het uitbazuinen van waar we tegen zijn, maar een stuk minder goed in het ventileren van wat we willen. Dat was duidelijk bij Occupy, een internationale beweging tegen sociale en economische ongelijkheid. Die was fantastisch in het aankaarten van problemen, maar stelde geen oplossingen voor. Dat was trouwens een bewuste strategie, want anders zou de beweging snel uit elkaar gevallen zijn.' Milieuactivisten hebben niet gewerkt aan alternatieven voor wat ze weg willen? George Monbiot: Inderdaad. We moeten harder ons best doen om onze tegenstellingen te overwinnen. We moeten haalbare alternatieven ontwikkelen die niet zo specifiek zijn dat ze haaks op de agenda van sommige groeperingen staan. Ik heb gezocht naar algemene belangen waar haast niemand die een warmere en betere wereld wil, tegen kan zijn. Tegelijk moeten ze zo haalbaar zijn dat mensen bereid zijn er tijd en energie in te steken. De ongezond grote schaal vervangen door een kleinschalig niveau: is dat de kern van uw verhaal? Monbiot: Niet helemaal. Onze economie draait nu op twee pijlers: de staat en de markt. Die balanceren met elkaar. Wij definiëren onszelf politiek door ofwel meer markt te willen, ofwel meer staat. Maar er zijn nóg twee pijlers, die doorgaans over het hoofd gezien worden: de gezinnen en het publieke domein. Ik blijf geloven dat we nationaal en zelfs internationaal democratie nodig hebben, maar we zijn te voorzichtig geweest met lokale democratie. Concreet betekent het dat we het publieke domein dringend moeten heropbouwen: gronden en goederen die door een gemeenschap beheerd worden tot heil van iedereen. Gebruik van het publieke domein wordt doorgaans als een tragedie gezien. Gebruik wordt snel misbruik. Monbiot: Dat is een compleet foute interpretatie van de realiteit. The tragedy of the commons is inderdaad een krachtige meme. Vanaf 1968, toen het idee gepubliceerd werd, gebruikten zowel overheden als privé-instanties het om grond en hulpbronnen af te nemen van gewone mensen. Het ging om spelers variërend van de Wereldbank tot het Mengistu-regime in Ethiopië. Hun voornaamste argument was dat hulpbronnen als een publiek goed laten beheren, het ergste was wat je kon doen. Het was een fatale misconceptie die zelfs in het gewone taalgebruik geslopen is. Daarom heeft bijna niemand ze grondig onderzocht. U hebt dat wel gedaan? Monbiot: De oorspronkelijke auteur maakte een naïeve denkfout: hij zag geen verschil tussen het publieke domein en een systeem van open toegang. Oceanen zijn een systeem van open toegang: iedereen kan er op en af varen en ze leegvissen zonder zich er verder om te bekommeren. Publieke hulpbronnen daarentegen worden doorgaans goed beheerd door lokale gemeenschappen. Ik leerde dat bij de Turkana, een herdersstam in Noord-Kenia. De stam hanteert duidelijke regels over wie zijn vee waar mag laten grazen, en hoe lang. Wie de regels niet volgt, wordt gestraft. Sommige van uw columns lezen als extreemlinks activisme, met titels als 'Plastic is niet het probleem, consumentisme wel' of 'De bazen moeten betalen voor de rampen die ze veroorzaken'. Monbiot: Ik pleit schuldig. (lacht) Onlangs beschuldigde iemand me er op Twitter zelfs van dat ik nog linkser ben dan Jeremy Corbyn (de omstreden Labour-voorzitter, nvdr). Toch probeer ik naar thema's te zoeken die aanvaardbaar kunnen zijn voor mensen uit het hele politieke spectrum. Je hebt waarden die zowel links als rechts als waardevol ervaart, zoals gemeenschap, samenhorigheid en belonging, ergens deel van uitmaken. Rechts en links vullen die waarden niet noodzakelijk op dezelfde manier in, maar ze kunnen er wel over praten.U omschrijft de mens als uitzonderlijk altruïstisch en empathisch. Dat botst frontaal met het verhaal van 'het zelfzuchtige gen' van uw oude Oxforddocent Richard Dawkins. Monbiot: We kunnen niet alleen op Dawkins steunen om de menselijke natuur te doorgronden. Er is een brede waaier aan wetenschappelijk onderzoek dat benadrukt hoe altruïstisch en empathisch wij zijn. Veel mensen cultiveren als belangrijkste waarden vriendelijkheid, familie, belonging, terwijl waarden als rijkdom en macht veel lager op hun lijstje staan. Jammer genoeg zijn dat dan weer de belangrijkste waarden voor de personen die ons besturen. Velen van hen kun je gerust als psychopaat omschrijven. Met macht en rijkdom raken ze waar ze willen om nog meer macht en rijkdom te verwerven. We zouden er als gemeenschap voor moeten ijveren dat mensen stemmen op anderen die niet uit zijn op macht en rijkdom. Maar ik begrijp dat sommigen daar een paradox in zien. Waarom kiezen vriendelijke mensen psychopaten als leiders? Monbiot: Omdat ze het slachtoffer zijn van hun inherent goede inborst en ze zich te gemakkelijk laten overtuigen door de leugens van anderen, in wie ze toch vooral goede bedoelingen zien. Ze geloven Donald Trump als die roept dat hij Amerika weer groot zal maken. Terwijl hij uitsluitend een pion is van corporate en financiële belangen. De sociale media duwen mensen steeds gemakkelijker in valse overtuigingen. Monbiot: Dat is een groot probleem. We worden digitaal afgesloten van elkaar. Vooral in de VS zie je overal waar je kijkt een groeiende polarisering tussen mensen. Daar moeten we ons krachtig tegen verzetten, en dat doen we door elkaar proberen te begrijpen in plaats van ons uit elkaar te laten drijven. In uw samenlevingsmodel moet er meer aandacht zijn voor lokale gemeenschappen en steden? Monbiot: Het is een proces met verschillende stappen. We creëren eerst een robuuste cultuur van participatie. Het mooie daarvan is dat je er morgen mee kunt beginnen. Mensen gaan samen eten, richten samen de straat in, organiseren samen kinderopvang. Dan maak je een mix van activiteiten die veel inzet vergen en activiteiten met minder inzet. Zodra je 10 tot 15 procent van de mensen bereikt, krijg je een hefboomeffect: dan wordt engagement de norm in plaats van de uitzondering. Dat is de vruchtbare grond waarop je moet bouwen. Daarop ent je dan een participatieve politiek, zoals in de IJslandse hoofdstad Reykjavik, waar de burgers het bestuur sterk sturen en controleren. Wat doe je met de economie? Monbiot: Je kunt naar een systeem zoals in de Braziliaanse stad Porto Alegre, waar burgers 20 procent van het stadsbudget beheren, nota bene dat deel waarmee infrastructuurwerk wordt betaald. Dat werkt uitstekend. Je moet ook het publieke domein uitbouwen, onder meer door land uit de privésector over te dragen aan de gemeenschap. Waar komt dat land vandaan? Van de landbouw? Monbiot: Nee hoor, van waardevol stedelijk vast- en onroerend goed. We werken dat idee nu met een groep jonge denkers verder uit. We vertrekken van een belasting op de waarde van het land. Met dat geld bouwen we een landbank uit voor gronden waarover de gemeenschap kan beschikken. Die kan ze gebruiken voor bijvoorbeeld bouwprojecten. Binnen een tweetal maanden zullen we een systeem lanceren waarin bijna niemand iets verliest. We verplichten niemand, we pakken niets af, het klikt vanzelf in elkaar. Ik ben er zeker van dat we daarmee de spelregels drastisch zullen veranderen. In België was er jaren geleden de G1000: een burgerinitiatief dat politieke vernieuwing moest stimuleren. Het rapport is ongebruikt in de vergetelheid verdwenen. Monbiot: Dat hebben we in het Verenigd Koninkrijk ook meegemaakt, toen Gordon Brown eerste minister was. Er kwam een burgerinitiatief, maar achteraf bleek dat het zo werd gestuurd dat het de premier de resultaten opleverde die hij wou. Politici spelen graag met het idee van burgerparticipatie, maar finaal doen ze toch liever hun eigen ding. Daarom moeten we naar een ander soort politici. Hoe denkt u dat te kunnen bewerkstelligen? Monbiot: Noem het Groot Organiseren, Big Organizing, naar analogie met Big Money en Big Data. De Amerikaanse Democratische presidentskandidaat Bernie Sanders maakte er handig gebruik van, en het Britse Labour slaagde er bij de laatste verkiezingen onverwachts in een absolute meerderheid voor eerste minister Theresa May te counteren. Je moet dan massaal vrijwilligers inzetten om mensen buiten de politiek te mobiliseren om te gaan stemmen. Zo kun je een ander soort personen aan de macht krijgen. In Frankrijk gaf de milieuactivist Nicolas Hulot er na een jaar de brui aan als minister van Leefmilieu. Hij kon niets in beweging brengen. Monbiot: Het probleem is dat figuren als president Emmanuel Macron niets wezenlijks aan het systeem willen veranderen. In feite zijn wij allemaal sukkels die gemakkelijk bedrogen worden door onze genereuze aard. We geven te veel krediet aan mensen die het niet verdienen. Vindt u het een goed idee om rechtszaken aan te spannen om politici te dwingen meer te doen tegen de klimaatopwarming? Monbiot: Rechtszaken zijn nuttig, maar ze mogen de politieke actie niet vervangen. Meestal behaal je slechts een kleine overwinning op enkele punten van het dossier. Je zult er het beleid niet fundamenteel mee bijsturen. Ondertussen zijn er psychologen gespecialiseerd in het behandelen van mensen die ziek worden van de uitzichtloosheid van bijvoorbeeld de klimaatproblemen. Monbiot: Ik weet het. Ik lig soms ook wakker van waar we mee bezig zijn. Maar de enige manier om de angsten weg te nemen, is de problemen aanpakken. Je kunt niet zomaar tegen jezelf zeggen dat het wel in orde zal komen, want dat is niet het geval. Bent u optimistisch of pessimistisch over ons leefmilieu? Monbiot: Ik ben pessimistisch over wat we aan het doen zijn, maar optimistisch over onze ware aard. We hebben het potentieel om het zoveel beter te doen. Bent u geen ecomodernist? U pleit onder meer voor het openhouden van kerncentrales. Monbiot: Ik ben geen ecomodernist, want ik geloof niet dat technologische en economische veranderingen zullen volstaan om de problemen op te lossen. Je hebt altijd politieke veranderingen nodig. En inzake kernenergie: ik ben tegen het sluiten van kerncentrales waar nog leven in zit, want het zijn belangrijke bronnen van energie waar weinig of geen broeikasgassen bij komen kijken. Je ziet de gevolgen van een ondoordachte sluiting van kerncentrales nu in Duitsland. Het nodeloos sluiten van de centrales heeft er de hele energiehuishouding overhoop gegooid, zodat de politie er nu zelfs betogers aanvalt in een woud dat men wil kappen om er een sterk vervuilende open bruinkoolmijn van te maken. In een van uw vorige boeken, Feral, pleitte u ervoor landbouwgrond vrij te maken om er weer wilde natuur op te laten ontstaan. Monbiot: Ik heb het lang verbazend gevonden dat de milieubeweging de landbouwsector niet op dezelfde manier als de andere industrieën geviseerd heeft. Dat komt omdat de helft van de kinderboeken handelt over een vriendelijke boer die een braaf varken, een gezellig paard en een wat dommige kip heeft. Heikele thema's als slachten of castreren komen er niet in aan bod. We hebben landbouw dus als iets romantisch geabsorbeerd. Maar we weten nu dat landbouw veel schade veroorzaakt. Zelfs extensieve landbouw is niet goed: hij gebruikt te veel land voor de productie van te weinig voedsel. De enige manier om efficiënt natuur terug te krijgen in een landschap, is landbouwgrond uit gebruik nemen. Zullen de mensen dan geen honger lijden? Monbiot: Niet als ze, zoals ik, alleen nog plantaardig voedsel eten. Er is bijna geen rechtvaardiging meer om niet vegetarisch te eten. In België wordt er gejaagd op everzwijnen om de varkenspest te bestrijden. Monbiot: Ze kunnen de everzwijnen beter laten leven en stoppen met varkens kweken. Varkenshouderij is spectaculair wreed en heel vervuilend voor water en bodem.U pleitte er ooit voor om olifanten in Schotland uit te zetten. Monbiot: (grinnikt) Dat was er misschien wat over, maar ik sluit niet uit dat er op termijn zulke grote stukken land voor wilde natuur vrijkomen in Europa dat het areaal van de Aziatische olifant kan uitbreiden om hier de mammoet te vervangen die wij ooit in de verdoemenis hebben gedreven. Is dat realistisch? Mensen liggen al wakker van twee nieuwe wolven in hun streek. Monbiot: Het heeft tijd nodig om te bezinken. Over de vossen van Londen is ooit hysterisch gedaan, maar nu zijn de meeste mensen blij dat ze er zijn. De wolf is natuurlijk lang het symbool geweest van de natuur als vijand van de mens. Dat beeld moeten we krachtig bestrijden. Soms lijkt uw boek Feral een pleidooi voor een retour à la nature.Monbiot: Ik ben me tijdens een jarenlang verblijf in Wales plots bewust geworden van verborgen psychologische noden die voortkomen uit een veel interessanter ecologisch leven dat we ooit geleid hebben dan dat van vandaag. Voor mij zijn ontmoetingen met grote dieren even verslavend als drugs. Ik was me daar aanvankelijk niet van bewust. Ik wist niet dat ik dolfijnen in mijn leven nodig had, tot er eentje op zee over mijn kajak sprong. Ik denk dat de meeste mensen in hun binnenste wilder zijn dan ze vermoeden. Spoort dat met altruïsme en empathie? Monbiot: Een wilde aard moet niet vertaald worden in bloeddorst, in jagen en doden, maar in verwondering. Dat soort ervaringen heeft me ook geleerd dat het niet nodig is om de menselijke aard te veranderen als we milieubewuster willen leven. We moeten de verandering gewoon uit ons binnenste oprakelen.