De gangbare gedachte is dat de kruisspin de algemeenste spinnensoort van onze tuinen is. Ze valt in ieder geval op. De vrouwtjes kunnen tot 2 centimeter groot worden (zonder de poten), dat is dubbel zo groot als het gemiddelde mannetje. De grootste vrouwtjes bouwen de grootste webben - die kunnen een diameter van een halve meter hebben.
...

De gangbare gedachte is dat de kruisspin de algemeenste spinnensoort van onze tuinen is. Ze valt in ieder geval op. De vrouwtjes kunnen tot 2 centimeter groot worden (zonder de poten), dat is dubbel zo groot als het gemiddelde mannetje. De grootste vrouwtjes bouwen de grootste webben - die kunnen een diameter van een halve meter hebben. De webben hangen goed zichtbaar op 'mensenhoogte', doorgaans tussen 0,5 en 2 meter van de grond. Vooral als er dauwdruppeltjes aan bengelen vallen ze op. De spinnen doen meestal geen moeite om zich te verstoppen: ze zitten in de as van hun web te wachten tot ze een prooi te pakken hebben. Een kruisspin is bruinig met een opvallend kruis van witte vlekjes op haar rug. De vlekjes worden gevormd door onderhuidse cellen, waarin kristallen van afvalstoffen uit de spijsvertering terechtkomen. Een recente publicatie van bioloog Dries Bonte (UGent) en een Zwitserse collega in het vakblad Insects stelt het statuut van de kruisspin als 'algemene' spin ter discussie. Het lijkt vreemd dat een studie over spinnen in een vakblad over insecten verschijnt, maar de conclusie was dat het aantal kruisspinwebben in zowel een Zwitsers als een Belgisch landschap de laatste tijd enorm is afgenomen door de teloorgang van de insecten. In de omgeving van Gent werden er in de zomer van 2014 tien tot twintig keer minder kruisspinwebben geteld dan in de zomer van 2004, zowel in tuinen als in meer natuurlijke landschappen. De Zwitserse gegevens, die een halve eeuw overspannen, zijn nog dramatischer. De zware afname van de insectenpopulaties is een gevolg van onder meer een chronisch gebruik van insecticiden in de landbouw. De crash eist zijn tol onder insecteneters - niet alleen in de vogelwereld, ook in die van de spinnen. Spinnenwebben worden fragieler als er minder te eten is, want hun makers blijven dan kleiner. Kruisspinnen hebben de neiging hun web elke avond op te geven en 's ochtends een nieuw te bouwen - een intense activiteit die in een twintigtal minuten gefikst is. Als ze veel te eten hebben, durven ze weleens een dag, of uitzonderlijk meerdere dagen, over te slaan. Ze teren dan op hun reserves. In vette jaren verorberen ze lang niet alle prooien die ze vangen. Dat lijkt niet meer mogelijk te zijn. Ook droogteperiodes zijn funest, want in die omstandigheden functioneert een web minder efficiënt. Zijn rendement hangt af van een perfecte balans tussen flexibiliteit en stevigheid. Een web is voor een spin het belangrijkste zintuig. Kruisspinnen hebben ogen, maar ze zien niet goed. Met de acht contactpunten (verzorgd door de acht poten) op het web krijgt een spin meteen als er iets beweegt informatie over waar de prooi zich bevindt en zelfs wat voor prooi het is. De draden van het web vibreren op verschillende frequenties, zoals de snaren van een gitaar, en geven zo een schat aan informatie door. Wetenschappers bestuderen spinnenwebben tot in de kleinste details, in de hoop er nuttige inzichten uit te kunnen puren voor het materialenonderzoek. Vooral de plekken waar de draden die de structuur van het web vormen (de spaken) de kleverige vangdraad raken (die als een spiraal op de spaken ligt) zijn punten die een spin informatie verschaffen. Vanwege de structuur van haar web behoort de kruisspin tot de 'wielwebspinnen'.