Bioloog Hans Jacquemyn van de KU Leuven onderzocht met een grote schare collega's het verschijnsel van 'dormantie' in planten: de capaciteit van planten om gedurende één of meerdere jaren verborgen onder de grond te blijven zonder bovengrondse structure...

Bioloog Hans Jacquemyn van de KU Leuven onderzocht met een grote schare collega's het verschijnsel van 'dormantie' in planten: de capaciteit van planten om gedurende één of meerdere jaren verborgen onder de grond te blijven zonder bovengrondse structuren (zoals een stengel en bladeren) te ontwikkelen. Sommige planten kunnen dat jaren volhouden, en steken dan ineens weer de kop op. Het fenomeen komt in uiteenlopende plantensoorten uit de hele wereld voor. De resultaten van de analyse verschenen in Ecology Letters. Planten die kort leven, of die voor hun voeding mee afhankelijk zijn van schimmelnetwerken in de grond (en dus niet louter van fotosynthese door hun bladeren), gaan makkelijker in een slapende toestand dan langlevende soorten die hun energie bijna uitsluitend uit fotosynthese puren. Het overgaan in een slapende fase zou mee uitgelokt worden door een tekort aan CO2, de voornaamste stof waaruit een plant haar energie puurt. Als de sfeer tegenzit, is het misschien beter een tijdje ondergronds te gaan tot de omstandigheden weer beter zijn. Een van de voordelen van onder de grond verdwijnen, is dat de kans op het verliezen van bovengrondse delen aan planteneters kleiner wordt. In zaadvorm kunnen planten tientallen jaren ondergronds sluimeren.