Het klinkt vreemd, maar de alpenwatersalamander is de algemeenste salamander in Vlaanderen. Het beestje werd in 1768 voor het eerst in de Alpen beschreven, kreeg een Latijnse naam die aan de Alpen refereert, en die referentie kwam in zijn Nederlandse naam terecht. Zo eenvoudig kan het zijn.
...

Het klinkt vreemd, maar de alpenwatersalamander is de algemeenste salamander in Vlaanderen. Het beestje werd in 1768 voor het eerst in de Alpen beschreven, kreeg een Latijnse naam die aan de Alpen refereert, en die referentie kwam in zijn Nederlandse naam terecht. Zo eenvoudig kan het zijn. Het is een mooie salamander, met een blauwgrijze, gespikkelde bovenkant en een oranje, onbevlekte onderkant. Bij mannetjes zijn de kleuren meer geprononceerd dan bij vrouwtjes, zeker in het voortplantingsseizoen, wanneer er indruk moet worden gemaakt. Recent onderzoek, gepubliceerd in Scientific Reports, heeft uitgewezen dat alpenwatersalamanders, net als andere salamanders, 's nachts groen kunnen fluoresceren. Wat daarvan de functie is, kon niet worden achterhaald, maar salamanders zien elkaar ongetwijfeld anders dan wij hen zien. De voortplanting gebeurt in het water. Na een paring zet een vrouwtje tot 250 eitjes af, die ze verbergt op de bladeren van waterplanten. Salamanders en hun eitjes zijn kwetsbaar, dus moeten de diertjes voorzorgen nemen tegen predatie. Het is de hoofdreden waarom ze na de voortplanting aan land kruipen. Als u wat water in of rond uw tuin hebt - dat mag zelfs maar een drinkbak zijn - kunt u in de herfst en winter alpenwatersalamanders vinden tussen afgevallen bladeren of onder stenen en houtstronken. Een groot deel van hun tijd aan land brengen de diertjes in een soort winterslaap door. De alpenwatersalamander is een flexibel beestje. Dat blijkt uit onderzoek van de Belgische bioloog Mathieu Denoël (Universiteit Luik), die in National Geographic dé wereldexpert in alpenwatersalamanders wordt genoemd. Zo blijven de diertjes niet noodzakelijk in de plas waarin ze uit hun eitje zijn gekropen, zoals lang werd gedacht. Van de alpenwatersalamanders die op bosweggetjes in plassen van karrensporen werden gevonden, veranderde meer dan een derde van plas tijdens het voortplantingsseizoen. De fitste mannetjes blijken de grootste zwervers te zijn. De diertjes prefereren water zonder vissen, want die zijn hun voornaamste belagers. Als u alpenwatersalamanders in uw tuinvijver wilt, kunt u er dus beter geen vissen inzetten. Als ze geen andere keus hebben dan zich voort te planten in water met vissen, zullen de salamanders minder seksueel actief zijn en minder eieren leggen, alsof ze zich ervan bewust zijn dat het grotendeels verloren moeite is. Maar beter weinig dan niks. Daarom is het zo intrigerend wat er met alpenwatersalamanders gebeurt in meertjes hoog in de Alpen, waarin zelden vissen aanwezig zijn. De diertjes blijven er steken in de larvefase, met kieuwen om onderwater te ademen en een mondapparaat dat aangepast is aan de jacht onderwater. De metamorfose van larve naar adult valt niet vergelijken met onze puberteit, want de seksuele activiteit van alpenwatersalamanders is losgekoppeld van de veranderingen. In visvrije alpenmeertjes zijn salamanderlarven perfect in staat om zich voort te planten. Er is dan geen noodzaak om het water te ontvluchten, dus wordt er niet geïnvesteerd in de veel energie vergende metamorfose. Mocht het later toch noodzakelijk zijn, kan een dier zelfs op gezegende leeftijd alsnog in metamorfose gaan. Omdat alpensalamanders bij ons dikwijls vertoeven in tijdelijke poeltjes die gemakkelijk droogvallen - want dan zit er zeker geen vis in - is de metamorfose hier wel noodzakelijk.