In een verstedelijkte omgeving zijn vlinderpopulaties veel minder divers dan op het platteland. Dat blijkt uit onderzoek van biologen Thomas Merckx en Hans Van Dyck (UCL), gepubliceerd in het vakblad Global Ecology and Biogeography. Steden kenmerken zich onder meer door een kleinere variatie aan biotopen en hogere temperaturen.
...

In een verstedelijkte omgeving zijn vlinderpopulaties veel minder divers dan op het platteland. Dat blijkt uit onderzoek van biologen Thomas Merckx en Hans Van Dyck (UCL), gepubliceerd in het vakblad Global Ecology and Biogeography. Steden kenmerken zich onder meer door een kleinere variatie aan biotopen en hogere temperaturen. Het grootste verlies zagen de biologen bij gespecialiseerde vlindersoorten die zich niet gemakkelijk aan nieuwe omstandigheden kunnen aanpassen. Vooral grotere algemene soorten die goed kunnen vliegen blijven over, waardoor vlinders in een stad gemiddeld ook wat groter zijn. Dat gaat meer op voor nachtvlinders dan voor dagvlinders. Er is wel een grotere homogenisering bij nachtvlinders, waarschijnlijk omdat lichtvervuiling een doorslaggevende rol in hun aanwezigheid speelt. Merckx en Van Dyck maken ook deel uit van een grote groep van vooral Belgische wetenschappers die (in Global Change Biology) de invloed van verstedelijking op de fauna analyseert. Ook op dat vlak is een sterke verschraling zichtbaar. In een stad zijn er veel minder spinnen en insecten dan op het platteland. Dagvlinders gaan er met 85 procent achteruit. In steden vind je bijna overal dezelfde soorten die erin slagen zich aan te passen aan de verstoring, versnippering en verontreiniging van hun leefmilieu. Soorten die goed kunnen vliegen zijn in het voordeel, omdat zij zich gemakkelijker van de ene geschikte plek naar de andere kunnen verplaatsen. Het sterk verstedelijkte Vlaanderen heeft dus bijna de facto een lage biodiversiteit. Het platteland blijven aansnijden om te bouwen is niet aangewezen.