Met grote regelmaat updatet de Internationale Unie voor Conservatie van Natuur (IUCN) haar rode lijsten met bedreigde dier- en plantensoorten. Er staan nu al bijna 88.000 soorten op, waarvan er meer dan 25.000 met uitsterven bedreigd zijn. Alleen soorten die intensief worden gemonitord, komen op de lijsten terecht. Die geven dus geen volledig beeld van de wereldwijde uitsterving, maar ze schetsen wel de vernietigende invloed van de mens op het andere leven op aarde.
...

Met grote regelmaat updatet de Internationale Unie voor Conservatie van Natuur (IUCN) haar rode lijsten met bedreigde dier- en plantensoorten. Er staan nu al bijna 88.000 soorten op, waarvan er meer dan 25.000 met uitsterven bedreigd zijn. Alleen soorten die intensief worden gemonitord, komen op de lijsten terecht. Die geven dus geen volledig beeld van de wereldwijde uitsterving, maar ze schetsen wel de vernietigende invloed van de mens op het andere leven op aarde. Zo sloeg IUCN recent alarm over het lot van de essen in de Verenigde Staten, prachtige bomen die zo typerend zijn voor een deel van het Amerikaanse boslandschap. Vijf van de zes belangrijke essensoorten zijn met uitsterven bedreigd. De oorzaak: een in de jaren 1990 per ongeluk uit China ingevoerde kever. De larve van de essenprachtkever eet de bast van de essen op, waarna de bomen afsterven. In minder dan tien jaar tijd kan zo een heel bos verdwijnen. Als de essen er niet in slagen resistentie tegen de kever op te bouwen - en zoiets vergt tijd - zouden ze binnen een eeuw uitgestorven kunnen zijn. Wereldwijd veroorzaken invasieve insectensoorten problemen voor de natuur (en de landbouw). De globalisering, met haar vele verplaatsingen van personen en goederen, werkt het succes van verstekelingen in de hand: ongewenste medereizigers die nieuwe gebieden koloniseren en daar de lokale flora en fauna bedreigen. In onze streken is de buxusmot daar een goed voorbeeld van. Sommige dieren en planten passen zich zo goed aan de mogelijkheden die de mens biedt aan, dat ze in sneltreinvaart de wereld veroveren, niet zelden ten koste van lokale soorten die minder opportunistisch zijn. Door de globalisering heeft ook het spel van vraag en aanbod wereldwijde gevolgen. In Azië is er grote vraag naar olifantenivoor en de hoorn van neushoorns. Dat heeft een desastreus effect op het bestand van de beschermde dieren in Afrika. Volgens Traffic, de ngo die in samenwerking met de IUCN en de natuurbehoudsorganisatie WWF de handel in bedreigde soorten opvolgt, werd in 2014 in Zuid-Afrika een recordaantal van 1215 neushoorns gestroopt. In 2015 en 2016 waren het er iets minder, maar toen verdrievoudigde het aantal gedode dieren in de buurlanden Namibië en Zimbabwe. In dat tempo zijn de neushoorns er binnen twintig jaar uitgestorven. De verleiding om te stropen is groot, want de hoorn van een neushoorn is 50.000 à 100.000 euro per kilo waard - duurder dan goud of cocaïne. Ook in West-Europa waren een tijdlang stropersbendes actief. Ze hadden het gemunt op de hoorn van opgezette neushoorns in musea. In een Frans dierenpark schoten ze in maart zelfs een neushoorn dood om zijn kleine hoorn van amper 20 centimeter af te kunnen zagen. Veel dierenparken verwijderen sindsdien uit voorzorg de hoorn van hun neushoorns. De dieren hebben daar geen last van, want zo'n hoorn is niet meer dan een bundel sterk samengeklitte haren en groeit ook weer aan. In de traditionele Aziatische geneeskunde werd de hoorn van de neushoorn vroeger beschouwd als een potentiebevorderend middel. Maar na de opkomst van Viagra en vergelijkbare pillen viel die markt weg: de pillen waren efficiënt, het hoornpoeder is niet meer dan een placebo. De maffiabendes achter de lucratieve handel slaagden er evenwel in de bevolking ervan te overtuigen dat de hoorn ook werkt tegen kanker. Daardoor blijft de vraag groot en is de neushoorn nog steeds in zijn voortbestaan bedreigd, gezien de hoge winsten die met de handel gepaard gaan. Ook andere diersoorten die een rol spelen in de Aziatische geneeskunde zijn met uitsterven bedreigd. Van de tijger blijven er minder dan 4000 exemplaren over in de natuur. De dieren worden gejaagd voor hun vacht en voor de aanmaak van poedertjes die de kracht van de tijger zouden overdragen op de gebruiker. Onzin natuurlijk. In landen als China en Vietnam zijn heuse tijgerkwekerijen opgezet, waar volgens het WWF wel 8000 dieren in vreselijke omstandigheden in gevangenschap worden gehouden, om ze later te kunnen slachten voor pseudomedische doeleinden. Tijgers kweken veel gemakkelijker dan neushoorns. De Chinese autoriteiten proberen nu wel iets te ondernemen tegen die praktijken, maar het gaat zo traag dat de kans bestaat dat de maatregelen te laat komen. Ook de olifant is bedreigd. Elk jaar worden naar schatting 30.000 dieren door stropers gedood. In een land als Gabon verdween tussen 2004 en 2014 tachtig procent van de bosolifantenpopulatie. In de jaren 1970 zouden er 1,5 miljoen Afrikaanse olifanten geweest zijn, vandaag blijven er nog zo'n 400.000 over. De druk van de stropers is zo groot geworden dat de slimme dieren hun gedrag aanpassen en steeds meer 's nachts actief worden. Ze schakelen over van een dag- naar een nachtroutine om te eten en zich te verplaatsen. Overdag houden ze zich stil in gebieden met veel begroeiing, waarin ze beter beschermd zijn. De Aziatische markt maakt ook onverwachte slachtoffers. De rivierdolfijnen in India en China zijn op wellicht enkele tientallen exemplaren na uitgestorven. Maar door de wereldwijde handel is de vaquita in de Golf van Mexico nu de meest bedreigde zeedolfijn. Er zouden nog slechts een dertigtal individuen overblijven. De kleine vaquita wordt niet langer dan 1,5 meter en is het slachtoffer van de illegale handel in een grote vis in zijn leefgebied: de totoaba, van wie de zwemblaas goud waard is op de markt van de traditionele Aziatische geneeskunde. De vaquita's verdrinken in de netten die stropers 's nachts uitzetten om de totoaba te vangen. De illegale handel in dieren en planten (vis en hout inbegrepen) heeft volgens een schatting van het WWF een marktwaarde van 15 tot 23 miljard euro per jaar. Alleen de handel in drugs en namaakgoederen, en de mensenhandel brengen nog meer op. Dankzij de toenemende sensibilisering en de eerste beperkende maatregelen is de ivoorprijs wel aanzienlijk gedaald. Maar de opbrengsten voor de handelaars blijven groot en de arme lokale bevolking die het vuile veldwerk doet, heeft vaak geen alternatief: het is de stroperij of helemaal geen inkomen. In Afrika en Azië groeit de bevolking sterk aan en dat zet steeds meer druk op beschermde natuurgebieden en hun dieren. Zo zijn vier van de zes soorten mensapen in de wereld met uitsterven bedreigd. De grote Grauersgorilla in Oost-Congo verloor sinds 1994 - het jaar van de genocide in buurland Rwanda, die een enorme vluchtelingenstroom op gang bracht - liefst 77 procent van zijn populatie. In totaal zouden wereldwijd 126 apensoorten ernstig bedreigd zijn in hun voortbestaan. De handel in broussevlees vormt een andere bron van stroperij, die grote effecten op lokale dierpopulaties kan hebben. In het laatste overzicht van de rodelijstsoorten van IUCN stonden vijf Afrikaanse antilopen die met uitsterven bedreigd zijn, inbegrepen de elandantiloop: de grootste antilopensoort ter wereld. Zelfs 'gewone' soorten krijgen klappen. De voorbije vijftien jaar is de zebrapopulatie met een kwart gedaald: het bestand zou nog slechts een half miljoen dieren bedragen. Ze leven bijna uitsluitend in natuurgebieden, maar zelfs daar zijn ze niet veilig meer. Hun vlees en vacht brengen geld op. Iets vergelijkbaars geldt voor de giraf: een bestandsafname met bijna 40 procent in de laatste 30 jaar - er blijven er minder dan 100.000 over. Het WWF lanceerde onlangs nog een ander ontnuchterend cijfer: wereldwijd worden er elk jaar 15 miljoen wilde dieren gedood voor hun vacht.In het vakblad Royal Society Open Science verscheen een overzicht van de link tussen de handel in broussevlees en het uitsterven van soorten. Het artikel beschreef het verschijnsel van het 'dierloze landschap' - iets wat bij ons bekend is uit landbouwgebieden: natuur zonder dieren. In het Zuid-Amerikaanse Amazonegebied zou jaarlijks 89.000 ton vlees illegaal verhandeld worden, met een marktwaarde van 180 miljoen euro. Voor het Afrikaanse Congobekken zijn geen betrouwbare cijfers beschikbaar, maar de waarde van de handel zou er minstens vijf keer hoger liggen. In 2010 zou er elke week zo'n 5 ton broussevlees uit Afrika in passagierskoffers naar West-Europese luchthavens gesmokkeld zijn (vooral Parijs en Brussel). Op de luchthaven van Zaventem worden regelmatig bedreigde dieren en planten in beslag genomen, vooral van Chinezen op doorreis uit Afrika. Het gaat dan niet alleen om ivoor, dat volgens het WWF soms in stukken wordt gesneden en bruin geschilderd om het op chocolade te laten lijken, maar ook om schubdieren, gekko's en zeepaardjes - allemaal voor de markt van de traditionele geneeskunde. Drie trafikanten die betrapt werden met meer dan tweeduizend zeepaardjes in hun bagage, werden veroordeeld tot 15 maanden gevangenis. Maar de straffen en boetes voor dit soort ingrepen zijn meestal te laag om overtreders af te schrikken - de mogelijke winsten liggen veel hoger. Voor ons land veranderde dat toen in oktober 2016 met een arrest van het Hof van Cassatie het doek viel over een rechtszaak tegen drie Belgen en een Nederlander die jarenlang had aangesleept. De veroordeelden hadden een zwendel in bedreigde diersoorten, die ze organiseerden vanuit een soort privédierentuin. Ze lieten in landen als Spanje zeldzame dieren uit de natuur halen door lokale medestanders: vooral eieren en jongen van vogels, die ze in broedkamers grootbrachten. Met valse documenten brachten ze hun 'producten' als 'gekweekt' op de markt. Ze specialiseerden zich in roofvogels: gieren, arenden, valken en uilen, die ze aan particulieren verkochten, inbegrepen Saudische sjeiks en Chinese miljonairs. Maar ook aan bona fide dierentuinen die dachten dat ze met eerbare kwekers te maken hadden. Uiteindelijk werd de leider van de bende, die door de rechter als een criminele organisatie werd omschreven, veroordeeld tot vier jaar gevangenis (waarvan één met uitstel) en in totaal bijna 1 miljoen euro aan boetes en verbeurdverklaringen. De vereniging Vogelbescherming Vlaanderen, die zich in de zaak burgerlijke partij had gesteld, kreeg een schadevergoeding van 15.000 euro. Het vonnis stelde onder meer dat 'de beklaagden uit geldgewin maar onder het mom van natuurbehoud en liefhebberij de nationale en internationale inspanningen tot behoud van deze soorten ernstig hebben ondermijnd'. Ze hadden 'jarenlang de natuur geplunderd'. Vogelbescherming Vlaanderen stelde zich de voorbije jaren ook burgerlijke partij in zaken waarin Vlamingen betrapt werden die massaal spreeuwen vingen voor consumptie - vogelvangst is sinds 1972 verboden in Vlaanderen. Ze vond op Facebook foto's van een jager uit Oudegem die pronkte met tableaus van beschermde eenden - die zaak is nog in behandeling. En Vogelbescherming Vlaanderen engageerde zich ook in een rechtszaak tegen een man uit Veurne, bij wie thuis massale hoeveelheden verdelgingsmiddelen werden aangetroffen, die hij onder meer gebruikte om zeldzame bruine kiekendieven te vergiftigen. Ook Vlaanderen kent dus nog altijd illegale en schaamteloze aanslagen op de natuur.