De koffieboonspin is een vrij algemene spin uit onze leefomgeving. Ze heeft de looks van een koffieboon op acht poten. Ze houdt van een wat rommelige menselijke omgeving, zoals vensterbanken, kelders en tuinhuisjes, of van verborgen plekjes in de tuin.
...

De koffieboonspin is een vrij algemene spin uit onze leefomgeving. Ze heeft de looks van een koffieboon op acht poten. Ze houdt van een wat rommelige menselijke omgeving, zoals vensterbanken, kelders en tuinhuisjes, of van verborgen plekjes in de tuin. De meeste mensen zullen haar niet te zien krijgen, want de koffieboonspin wordt zelden groter dan een halve centimeter. Dat is goed nieuws, want het diertje beschikt over een relatief krachtig gif. Het is verwant aan de beruchte zwarte weduwe: een spin van een drietal centimeter groot waarvan de beet ernstige ziekteverschijnselen en uitzonderlijk zelfs de dood kan veroorzaken. Zwarte weduwen komen gelukkig niet bij ons voor, tenzij héél uitzonderlijk via een transport uit de tropen. Volgens Vlaanderens bekendste spinnenkenner Koen Van Keer is de koffieboonspin zo klein dat ze met haar bijtapparaat niet door de menselijke huid kan. Ze is wel een permanent gevaar voor andere ongewervelden uit haar lengtecategorie (ze is ook een stuk groter). Door haar bescheiden afmetingen is de koffieboonspin onopvallend, maar ze trekt de aandacht met haar web. Het is een doorwrochte driedimensionale structuur met schijnbaar chaotisch door elkaar geweven draden. Strak gespannen draden bedekt met een kleefstof vormen er de essentie van. Een dier dat ertegenaan loopt - koffieboonspinnen vangen vooral kruipende prooien - raakt vast aan de draad, die door het gewriemel van de gevangene losschiet en het slachtoffer omhoogkatapulteert in het web. De maker van dat web zit geduldig te wachten in een schuilplaats die er permanent mee verbonden blijft door een bundeltje draden. Bij de minste trilling rukt de spin uit om een eventuele prooi te overmeesteren. Het paringsgedrag van het diertje neigt naar onze romantiek. Mannetjes op het liefdespad worden aangetrokken door het 'geparfumeerde' karakter van sommige draden in een vrouwtjesweb. Ze 'zingen' dan door met een scherpe rand van de voorkant van hun achterlijf tegen de raspachtige achterkant van het kopborststuk te wrijven. Volgens Koen Van Keer produceert dat een geluid vergelijkbaar met een vingernagel die over de tanden van een haarkam gaat. Het spinnengezang is zelfs hoorbaar voor mensen. Als het vrouwtje geïnteresseerd is, verlaat ze haar schuilplaats en kan er gepaard worden. Omdat mannetje en vrouwtje ongeveer even groot zijn, is de kans reëel dat het mannetje de paring overleeft - zwarte weduwen danken hun naam aan het feit dat een vrouwtje een mannetje na de paring opeet als bron van energie voor de eitjes in haar lichaam. Een koffieboonspinvrouwtje legt een honderdtal roze eitjes in een witte cocon in haar web. Het web verzorgt alle aspecten van het vrouwtjesleven. Volgens spinnenkenner Van Keer komen de grootste bedreigingen voor de koffieboonspin uit haar eigen familie. Twee verwante spinnen uit het buitenland zijn bezig de wereld te veroveren: de grote steatoda en, recent, de reuzensteatoda. Die laatste is nog maar een paar keer in Vlaanderen opgemerkt, meestal in de buurt van tuincentra die ze per ongeluk met uitheemse ladingen importeren. Maar ze veroorzaakt toch al wat ongerustheid. Ondanks haar naam wordt ze nooit groter dan 1,5 centimeter, maar haar beet is even pijnlijk als de steek van een wesp. Het is dus geen dier waarop we zitten te wachten.