Je hoeft maar even de mensenwereld om je heen te overschouwen en je weet: onze maatschappij zit vol profiteurs en andere parasieten. Dat is in de rest van de natuur niet anders. Parasitisme is zo'n gouden formule gebleken in de evolutie van het leven dat niets of niemand veilig is voor mee-eters.
...

Je hoeft maar even de mensenwereld om je heen te overschouwen en je weet: onze maatschappij zit vol profiteurs en andere parasieten. Dat is in de rest van de natuur niet anders. Parasitisme is zo'n gouden formule gebleken in de evolutie van het leven dat niets of niemand veilig is voor mee-eters. Erg vervelend zijn knijten: zwarte bijtende kriebelmugjes van hooguit een paar millimeter groot, die in sommige regio's het leven in de zomer hoogst onaangenaam kunnen maken. Omdat de larfjes vochtige omstandigheden nodig hebben, komen knijten vooral in waterrijke gebieden voor. Je zou dan verwachten dat andere watergebonden dieren ook belaagd worden door knijten, maar daar is weinig over bekend. Bioloog Geert De Knijf van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) heeft zich over de vraag gebogen of de libellen die hij al zijn leven lang bestudeert, last hebben van knijten. Omdat die kriebelmugjes de neiging hebben weg te vliegen van hun gastheer of -vrouw als die in een net terechtkomt, kun je niet zomaar libellen vangen om te kijken of er knijtjes op zitten. De Knijf loste dat probleem elegant op door duizenden foto's van libellen te bekijken op de uitgebreide waarnemingensite van Natuurpunt. Hij had succes, getuige zijn publicatie in het vakblad Libellula. Van de libellenfoto's uit het Buitengoor, een moeras in de Kempense gemeente Mol, toonde liefst 11 procent minstens één libellenknijtje. In het Hageven in het Limburgse Pelt was het 3 procent. Op de beelden van twee andere gebieden in dezelfde brede regio waren evenwel zo goed als geen knijten te zien. De Knijf vond de kriebelmugjes op 32 soorten libellen - dat is meer dan de helft van het Vlaamse libellensoortenbestand. Selectief zijn ze dus niet. In 70 procent van de gevallen was er slechts één knijtje te zien, dus libellen worden blijkbaar zelden echt belaagd. De mugjes zaten vooral op de voorste vleugels van een libel, waarop ze zich ergens in het midden vastbijten in een ader, zodat ze er niet zomaar afgegooid kunnen worden als hun slachtoffer wegvliegt. Ze zuigen hemolymfe uit de ader op: de insectenvariant van ons bloed. Volwassen knijten eten vooral nectar, maar net als bij gewone muggen hebben de vrouwtjes bloed (of een variant) nodig voor de productie van hun eitjes. In zijn analyse stelde De Knijf dat de beestjes mogelijk ook galigaan nodig hebben voor het volmaken van hun levenscyclus: een grote zeggeachtige plant. Als dat correct is, zou het de verspreiding van het libellenknijtje beperken, want de plant is uiterst zeldzaam. Het diertje in kwestie is de enige bekende knijtjessoort die op libellen parasiteert - de andere prefereren doorgaans het warme bloed van gewervelden, zoals wij. Wereldwijd zijn er zo'n vijfduizend soorten knijten beschreven. In vergelijking met andere diergroepen doen libellen het bij ons vrij goed. De klimaatopwarming drijft nieuwe soorten uit het zuiden naar onze contreien. Maar beestjes die aan vennengebieden gebonden zijn, krijgen klappen door de recente droge zomers die hun natte leefwereld uitdrogen. Het is een komen en gaan in de libellenwereld. Voor het libellenknijtje maakt het niet veel uit. Het houdt van alle libellen. Ze hebben allemaal hetzelfde soort bloed.