Het wedervaren van de grutto loopt parallel met de geschiedenis van het platteland. Vroeger broedde hij vooral in moerassige gebieden en heidevlaktes, maar in de eerste helft van de twintigste eeuw maakte hij - vrij succesvol - de overstap naar kleinschalige landbouwzones, deels gedwongen, omdat zijn oorspronkelijke biotoop op grote schaal werd ontgonnen.
...

Het wedervaren van de grutto loopt parallel met de geschiedenis van het platteland. Vroeger broedde hij vooral in moerassige gebieden en heidevlaktes, maar in de eerste helft van de twintigste eeuw maakte hij - vrij succesvol - de overstap naar kleinschalige landbouwzones, deels gedwongen, omdat zijn oorspronkelijke biotoop op grote schaal werd ontgonnen. Vanaf de Tweede Wereldoorlog begon de landbouw te industrialiseren: ze werd steeds grootschaliger, en het landschap werd voortdurend bijgestuurd voor een hogere opbrengst. In dat economische concept was er geen aandacht voor weidevogels. Het was de tijd van de grote drooglegging, maar de grutto heeft nattigheid nodig om gemakkelijk met zijn lange snavel in de grond naar wormen en insecten te kunnen boren. De gevolgen waren voorspelbaar: de soort kreeg (en krijgt nog altijd) zware klappen, zeker in Nederland, dat ongeveer de helft huisvest van de Europese populatie, die momenteel op een honderdduizendtal dieren wordt geraamd. Tot voor kort waren de Noorderkempen het belangrijkste bolwerk van de grutto in Vlaanderen. Net als in Nederland is de populatie er de jongste halve eeuw gehalveerd. Conservator Marc Smets van het Turnhouts Vennengebied en zijn collega-gruttobeschermers vrezen dat, als de trend niet kan worden gekeerd, er in 2030 geen grutto's meer in de Kempen zullen broeden. Zoals overal zijn de voornaamste oorzaken van de achteruitgang biotoopverlies en toegenomen predatie door succesvolle soorten als de vos. Veel gruttokoppels slagen er jaar na jaar niet in jongen groot te brengen. Voor een vogel van zijn kaliber leeft de grutto lang - hij kan twintig jaar oud worden - maar als er steevast te weinig jongen opgroeien, heeft dat dramatische gevolgen. In de Waaslandpolders en vooral de kustpolders gaat het iets beter met de grutto, vooral omdat daar steeds meer natte natuurgebieden intensief beheerd worden voor het behoud van de soort. Toch blijft Vlaanderen steken op maximaal duizend broedkoppels. Het tij zou kunnen keren als de landbouw mee zou willen. In Nederland is er een natuurvriendelijke melkveehouder die de 40 hectare land voor zijn koeien zo beheert dat er meer dan 100 gruttokoppels kunnen broeden - dat is 10 procent van het Vlaamse bestand op één bedrijf. Hij houdt zijn land 'plas-dras', zoals dat heet: wat natter dan wenselijk voor de doorsneeboer. De man verkoopt zijn melk rechtstreeks aan de consument, en vraagt een kleine meerwaarde vanwege zijn natuurvriendelijke bedrijfsvoering. Hij boert daardoor beter dan de industriële en natuuronvriendelijke melkveehouder. De grutto is een lust voor het oog en het oor. Hij roept zijn naam tijdens spectaculaire vluchten boven zijn broedgebied. Met zijn lange snavel en lange poten is hij elegant. Een rosbruine kop en borst boven een zwartgestreepte witte buik maken van hem een mooie verschijning. Het is jammer dat zo'n vogel het trieste symbool moet worden van de achteruitgang van onze natuur door de manier waarop vooral de landbouwende mens de jongste halve eeuw te werk is gegaan. Zeker omdat Nederlands onderzoek uitgewezen heeft dat de grutto niet graag verhuist. Als hij elders dan op zijn vaste stek moet broeden, gaat zijn succes nóg meer achteruit. Biologische aanpassingsmechanismen voldoen niet altijd.